3.5.6. Stückjunker

Nog steeds is de stamvader niet gevonden. Er van uitgaande dat hij wel gedoopt en geregistreerd was, kan het in een aangrenzend kerkdorpje buiten de vesting Stralsund zijn. Zo staat bij zijn schoonvader Pieploo dat hij uit Rostock kwam, terwijl zijn doop en geboorte feitelijk in Kirchdorff bij Wismar waren.

Het is ook mogelijk dat de stamvader aanvankelijk een andere achternaam droeg, net zoals zijn zus From en Meijer heette. Met die gedachte is de tweemaal gevonden Stückjunker Schohl het bestuderen waard. Zijn militaire rang sluit aan bij die van de stamvader in Amsterdam, namelijk een geschutcommandant in een artilleriecompagnie, boven de konstabels en sergeanten van de corpsen. Het is tevens de beginrang voor edelen, vergelijkbaar met de vaandrig (Fahnjunker) bij de infanterie en de kornet bij de cavalerie. Bij de marine is de adellijke context afwezig. 

Bij de doop van de tweeling van Augusta Juliana en haar man de pachter Thilow op 13 december 1791 in de kerk van Wolfsdorf noteerde de pastor bij twee doopgetuigen vor diesen beyden haben gestanden der Stückjunker Schohl aus Stralsund. (1)

Dezelfde persoon is te vinden op 21 maart 1788 in het doopboek van de St. Marienkerk in Stralsund. Op die datum is uitgekomen door het terugrekenen van de precieze leeftijd in jaren, maanden en dagen die vermeld staat bij het in Neu Gülze overlijden van Carl Wilhelm Meienfeldt, de eerst bekende voorvader van de meubelfamilie Meyerfeldt in Hamburg. De pastor noteerde als onechte moeder Catharina Maria Vick en der Vater zu dem Kinde soll seyn der Stückjunker August School. (2)

Omdat Stralsund in die tijd de hoofdstad is van het tot Zweden behorende gedeelte van Pommeren, ligt het voor de hand deze Stückjunker in de monsterrollen van het Koninklijke leger te zoeken. Daar komt hij inderdaad tevoorschijn. Zijn allereerste vermelding is niet in Stralsund, maar pal naar het noorden in Landskrona aan de Sont. Hij zit niet bij de artillerie, maar bij de infanterie. Zijn voornamen zijn de grootste verrassing: Johan August. Hij werd in juni 1775 op 14-jarige leeftijd als vrijwilliger aangenomen in de compagnie Von Normann van het regiment Sprengtporten. Terugrekenend ligt zijn geboortejaar tussen juli 1760 en juni 1761. Na een jaar tekende hij een zesjarig dienstcontract, waarbij zijn lengte van 174½ centimeter werd opgemeten. Met deze stappen volgde hij het regiment waar ook de Zweedse graaf Von Meijerfeldt in diende, zij het op een veel lager niveau en meer dan tien jaar later.

Op 22 september 1777 kreeg Johan August Schohl ontslag om naar Stralsund over te stappen. Hij deed dat samen met een naamgenoot in zijn compagnie, de 30-jarige fourier Johann Christian Schohl, die op zijn beurt een jaar eerder de overleden 60-jarige Christoph Schohl was opgevolgd. Deze oude Schohl had juist wel intensief in en met de Zweedse graaf samengewerkt tijdens de hele Pommerse Oorlog en was fourier in zijn regiment. Alles wijst er op dat Johan August tot dit gezin in Stralsund behoort. 

In de vesting van Stralsund ging Johan August nu wel bij de artillerie, als Lär Konstapel, een opleidingsplaats tot onderofficier bij de kanonnen. Zijn leeftijd schuift zijn geboorte op naar de zomer van 1762. Op 26 februari 1781 werd hij bevorderd tot Sergeant, zonder verhoging van soldij. (3)

Eind 1785 moet hij zijn doorgeschoven tot Konstapel na het pensioen van de 68-jarige Martin Hardt. Begin 1788 was hij al weer een stap verder: Styckjunkare in dezelfde compagnie onder Olof Lindequist. In 1791 was hij dat ook.

 Terug   ***   Verder

1. Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Norddeutschland, Kirchenkreis Pommern, Franzburg Stadt-Land, Mischbuch 1763-1815, Bild 55.
2. Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Norddeutschland, Kirchenkreis Pommern , Stralsund St. Marien, Taufen 1781-1815, Bild 52.
3. Svenska Krigsarkivet, 0023
Generalmönsterrullor, 1720 Kong. Artillerie Bataillon Stralsund general-major Fromhold Armfelt, Capitaine Moraus Compagnie, 4de Konstapel-Skapet, blad 382.