2.2.9. Gezinsverkleining

In Rotterdam beginnen de vier zoons geld te verdienen voor het gezin. De oudste zoon Jan begint op jonge leeftijd als timmermansknecht. In 1826 meldt hij zich aan voor de Nationale Militie. Blijkens de gegevens daarbij is hij 172,5 cm lang en woont nog bij zijn ouders. Dat is ook het geval als hij op 1 april 1828 belijdenis doet voor de Evangelisch-Lutherse Gemeente bij dominee Fortmeijer. (1) Hendrik is pas 14 jaar oud als hij in dienst van de Koninklijke Marine treedt als stuurmansleerling. (2) Carl combineert al op 12-jarige leeftijd de beroepen van zijn twee oudere broers: hij is scheeptimmermansleerling in dienst van het Departement van Marine op ’s Rijks Werf te Rotterdam. Ook Friedrich zal als stuurmansleerling aanmonsteren bij de marine.

Rond 7 oktober 1827 onderneemt Hendrik als stuurmansleerling zijn eerste grote zeereis op het korvet “Leije” naar Oost-Indië. Ter gelegenheid hiervan stopt zijn vader hem een afscheidsbrief toe. (3) De brief vangt aldus aan:

“Gij staat dan nu gereed, mijn dierbare Zoon, eene verre reize te ondernemen, en eerlang zal de oceaan ons van elkander scheiden. Hoor dan nog mijn vaderlijk woord. Misschien zien wij elkander op aarde nooit weder. Bij uwe terugkomst in het vaderland kan ik reeds lang in het stof rusten, en ook gij weet niet waar of wanneer gij sterven zult. Merk dus den raad welken ik u nu geven zal, alsof gij dien van mijne stervende lippen hoordet. Gij hebt den zeedienst gekozen…”.

In de brief wordt vervolgens voornamelijk de godsdienst benadrukt met veel verwijzingen naar bijbelteksten. Aan het eind schrijft hij:

“Ziedaar, mijn lieve zoon! eenige herinneringen. Weiger mij het verzoek niet dat gij dit of mijn opstel, als met tranen uwe liefhebbenden vaders besproeid, wilt bewaren. Bij rijperen leeftijd zult gij eerst ten volle kunnen inzien, dat ik uw geluk voor tijds en eeuwigheid gezocht heb. Volg mijnen afscheidsraad op, en het zal u nooit berouwen. Vaarwel, dierbaar kind!”

Evangelisch-Lutherse Kerk aan de Wolfshoek (1736-1940) 

Na het vertrek van Hendrik wordt het Rotterdamse gezin nog kleiner, omdat ook de tweede Anthonetta op bijna 7-jarige leeftijd overlijdt.

Financieel gezien gaat het met de familie verder bergafwaarts. Uiteraard brengt de nu 68-jarige Johan August geen inkomsten meer binnen. In oktober 1825 had een liquidatie van de achterstand van oude soldijen in de marine plaatsgevonden en daartoe had Johan August zich met al zijn papieren in Den Haag kunnen melden. Hopelijk is hem dit niet ontgaan. (4) Op 11 december 1829 sluit hij een nieuwe hypotheek op zijn huis af, ditmaal van 500 gulden met een jaarlijkse aflossing van 50 gulden tegen 5% rente. De hypotheek wordt verleend door de korenmolenaar W. Koops.  (5)

Als Hendrik in 1831 uit krijgsdienst treedt ziet hij zijn vader terug. Hij heeft zijn tijd nuttig gebruikt door Engels en Maleis te leren. Nu zijn diensttijd is vervuld, tracht Hendrik bij de koopvaardij aan te monsteren. Daarmee heeft hij weinig succes. Intussen wordt hij op 12 juli 1832 bij dominee Fortmeijer lidmaat van de Evangelisch-Lutherse Gemeente. Tenslotte meldt hij zich dat jaar als vrijwilliger bij zijn vorige werkgever aan. Als stuurman maakt hij op de Schelde de Belgische Opstand mee. (6)

Johan August is 74 jaar oud als hij op 2 juni 1835 overlijdt in zijn huis in Rotterdam. Carl doet daarvan twee dagen later bij de gemeente aangifte. De afwikkeling van de erfenis wordt bemoeilijkt doordat Hendrik in augustus – na een verlof sinds 29 juni – voor zijn tweede grote zeereis naar Oost-Indië vertrekt. Omdat het na een jaar niet meer zeker is of hij nog terugkeert, wijst de rechtbank de notaris als zijn vertegenwoordiger aan. De nalatenschap bestaat uit 1200 gulden voor het huis, 118,50 gulden voor de inboedel en 28 gulden aan contanten. In de zomer van 1838 laat de weduwe het huis met een vraagprijs van 2000 gulden veilen, hetgeen op dat moment niet lukt. (7)

 

1. Stadsarchief Rotterdam, Toegangsnummer 356. Archief van de Gemeentesecretarie Rotterdam, afdeling Militaire Zaken, Inventarisnummer 90,  scan 101, nr. 32. Jan is 1 el, 6 palmen, 5 duimen en 0 strepen. Stadsarchief Rotterdam, Evangelisch-Lutherse Gemeente 254, Register der aangenomen ledematen bij de Christen Gemeente toegedaan de onveranderde Augsburgsche Geloofsbelijdenisse binnen Rotterdam 1771-1832, blad 72.
2. Stadsarchief Rotterdam, Inventarisnummer 91, scan 139nr. 281. Hendrik is in Batavia.
3. Familiedocumenten [N/51].

3. Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staats-Courant, den 30 Junij 1826, nr. 152, en den 5 Julij 1826 no. 156, nummer van volgorde 30176, Schip Braband, commandant A. Kikkert, J.A. van Mijenveld, constapel-majoor, folio 10.  
4. Stads
archief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 445/1329-1331.
5. Stadsarchief Rotterdam, Evangelisch-Lutherse Gemeente 254, Register der aangenomen ledematen bij de Christen Gemeente toegedaan de onveranderde Augsburgsche Geloofsbelijdenisse binnen Rotterdam 1771-1832, blad 73.
6. Stads
archief Rotterdam, Nieuw Notarieel Archief 300/140-141 en 142-143; 310/244-245, 309, 317, 621-635, 648; 315/133-134.