Prinses Beatrix Lyceum

Een bijzondere periode voor Govert von Meijenfeldt is aan het Prinses Beatrix Lyceum in Zwitserland. Van begin 1939 tot eind in 1950 is hij daar docent, schoolleider en vechter voor het behoud van de school en de opvang van kinderen.

Na het overlijden van zijn moeder in Alkmaar in 1939 solliciteert Govert met succes bij het net opge­rich­te Nederlandse P.B.L. om naast jonkvrouw Chr. Snouck Hurgronje leraar klassieke talen te worden. Het lyceum heeft van het Ministerie van Onderwijs voor zes jaar onderwijs- en examenbevoegdheid gekregen. Het gebouw ligt in het stadje Flims-Waldhaus in het Zwitserse Graubünden. Daar komt Govert al vroeg in aanra­king met vernieu­wingen in het onder­wijs. Het is een bijzonde­re school vanaf basisonderwijs tot eindexamen voor kinderen die vanwege astma baat hebben bij goede klimatologische omstandigheden: veel UV-licht, droge stofvrije lucht, weinig wind, hoogte van 1150 meter. Veel van de ouders zijn in goede doen en/of laten hun kinderen achter vanwege hun jarenlang verblijf in Nederlands-Indië. 

Sinds de bezetting van Nederland komen een eindexamenopgaven en gecommitteerden meer naar Flims-Waldhaus. De docenten lossen het zelf op met hulp van landgenoten in Zwitserland. De Nederlandse gezant in Bern wordt bereid gevonden alle zes geslaagde kandidaten een officieel stempel te geven. Een ander probleem is dat de instroom van nieuwe leerlingen opdroogt, waardoor het aantal rond de 70 stagneert en de inkomsten te klein zijn. Subsidie uit Den Haag had de school nog nooit gekregen. 

Govert begint meer taken op zich te nemen dan alleen docent klassieke talen. Bij de jaarlijkse feestdag op 31 januari 1941 (de geboortedag van Prinses Beatrix) geeft hij een verhandeling over alle coupletten van het Wilhelmus. Eind februari regisseert hij het toneelstuk “Het geheim van het medaillon”. De jaren daarna regisseert hij steeds een opvoering, zoals in 1946 “Het spook in Summerfield Castle”.

De situatie van het P.B.L. begint problematisch te worden. Het Duit­se bevel om de school te sluiten wordt genegeerd. De drang van de plaatselijke autoriteiten om er een internationale Zwitserse school van te maken eveneens. Er zijn echter flinke verliezen en er wordt een deviezenstop verwacht. Minister Gerrit Bolkestein van de regering in ballingschap in Londen stelt vast dat het P.B.L. normaal onderwijs verzorgt en recht heeft op reguliere schoolfinanciering. De kosten zullen voor 75% worden gedekt, mits naar een goedkopere locatie wordt verhuisd en een nieuw onafhankelijk bestuur wordt gevormd. Met steun van de gezant en de Zwitserse regering valt het oog op het leegstaande ‘Hotel du Parc’ in Glion bij Montreux. De docenten verhuizen met 7 wagonladingen en nemen ge­noegen met kost en inwoning, een beetje zakgeld en een uit voet­tochten door half Zwit­serland bestaande vakantie. Er zijn veel personeelswisselingen. Een nieuwe collega van Govert, mejuffrouw Jongbloed uit Tessin, gaat binnen een jaar al weer naar huis en haar opvolger Pater-Jezuïet Hertogh van het klooster in Sion mag na een ruim jaar van de Zwitserse autoriteiten geen les meer geven. 

Ansichtkaarten van het P.B.L. in Flims-Waldhuis en Glion

Engelandvaarders stranden in Zwitserland en moeten in internering, maar hun kinderen krijgen van de autoriteiten toestemming aan het P.B.L. les te krijgen. Het leerlingental groeit naar 90 en verder en de tot dan toe kleine internaten voor jongens en voor meisjes groeien sterk. Een be­slag door een deur­waar­der wordt ongedaan ge­maakt ten gevolge van een bedelactie bij alle Nederlanders die in het telefoon­boek worden gevonden. (1) 

Op het eind van de oorlog onderhouden docenten contact met een aantal voor­aanstaande Zwit­sers, die onderhandelen met een SS-generaal, gevoelig voor geld om auto’s te kunnen kopen bij de te verwachten wederopbouw. Het lukt 1100 volwassenen waaronder 400 Nederlanders uit There­sienstadt vrij te krijgen. Zij reizen naar St. Gallen. De Zwitsers willen met de toelating van Joden nog vóór het einde van de oorlog laten zien dat ze, hoewel neutraal, aan de goede kant staan. Een deel gaat in Les Avants in quarantaine en reist daarna door naar Glion. In de paasvakantie 1945 ontvangt het Lyceum 60 Joodse kinderen. Alsof zij nog niet genoeg hebben meegemaakt breekt in het zicht van de veilige haven door verontreiniging van de waterleiding tyfus uit; sommige van hen overleven dat niet.

In 1947 arriveren kinderen uit Jappen­kampen op Java en Sumatra om hun clandes­tiene onder­wijs af te ma­ken. Voor hen wordt een Indi­sche Afdeling opgericht. Daarna ko­men opnieuw astmapatiënten. Begin 1948 wordt Govert hoofd-internaatsleider over 60 kinderen, “wat de volledige goedkeuring kan wegdragen van alle jongens.” Zijn voor­ganger was na drie dagen weggepest. (2)

“Ik moest de volgende ochtend de lei­ding van dit opstandige internaat van 60 jongens tussen 16 en 20 jaar overne­men. Ik heb toen mijn ideeën van inter­ne demo­cratisering in praktijk ge­bracht. Dat had soms een goed resul­taat, maar soms leek alles voor niets. Ik herinner me een zeer onaangenaam inci­dent, dat in positieve zin werd opgelost, doordat de gemeen­schap zich vrijwillig een collec­tieve straf opleg­de. Het was al­tijd een hache­lijke on­derneming een stel Ne­derlandse jongeren op te voeden in een land, dat een heel ander gevoel voor humor had dan wij.” (3)

Govert is door deze functie geen conrector meer. Voor ouders verzorgt hij een cursus Zweeds, is nog steeds regisseur van alle toneel­voorstellingen en doet veel aan sport met de leerlingen: berg­toch­ten, paardrijden en skiën tot de ‘zilve­ren test’. Het P.B.L. krijgt begin 1949 de garantie en subsidie uit Den Haag voor een groei naar 160 leerlingen, Govert is weer conrector en viert in september zijn 10-jarig jubileum. Diezelfde maand devalueert de gulden met ruim 30%, waardoor in 1950 geen Zwitserse francs meer beschikbaar zullen komen. Verplaatsing van het P.B.L. naar een goedkoop land (zoals Frankrijk) is voor de tweede keer noodzakelijk.

Amote Speciaal 1989, pag. 37

Na vergeefse beroepen op Den Haag om het deviezenkanaal open te houden en pogingen een locatie in Frankrijk te vinden valt het doek. Alle partijen leggen zich bij de sluiting neer. De verhuiskisten arriveren in juni 1950. Op zoek naar een vacature voor een schoolleider komt Govert in Heerlen uit.

Terug   ***   Verder

1. Nationaal Archief, 2.05.49 Inventaris van het archief van het Nederlandse Gezantschap in Zwitserland, (1912) 1914-1954 (1955), 344. Joods vluchtelingen 1942-1943.
2. W.G. Noordegraaf, “Historisch overzicht van het P.B.L. tijdens zijn bestaansperiode 1939-1950”, Amote Speciaal 1989.
3. “Tot onze spijt”, afscheidsbundel Corderius College 1973.