3.4.2. Bazel

Graaf Johann August von Meijerfeldt jr reisde naar de Zuidelijke Nederlanden, omdat de Zweedse koning Friedrich I, landgraaf van Hessen-Kassel, hem op 9 mei 1746 had benoemd bij de prins von Waldeck-Pyrmont, de bevelhebber van de legers van de Republiek. De plaatsvervangend landgraaf van Hessen-Kassel Wilhelm VIII had hem Hessische subsidietroepen ter beschikking gesteld, waaronder zich de cadet Wilhelm Ludwig Meijer, in 1757 geadeld von Meyerfeld bevond. Beide jonge officieren vochten zij aan zij in de Slag bij Rocourt en de Slag bij Lafelt.

Wilhelm Ludwig was een telg uit een familie Meijer uit Schwaben op het huidige drielandenpunt Duitsland-Zwitserland-Oostenrijk. Vanaf het jaar 1510 waren zijn voorouders via Konstanz in Bazel uitgekomen. Zijn vader werd voogd en theoloog bij de baronnen Von Dörnberg in het Hessische Breitenbach am Herzberg. De jonge baron Wilhelm Ludwig was peetvader bij zijn doop in 1723. Eind 1745 nam hij deel aan de mars van het Hessisch Corps van bijna 6.000 man door de Republiek naar de vesting Willemstad aan het Hollandsch Diep, om scheep te gaan naar Schotland om de Engelsen te ondersteunen. Na de Vrede van Aken keerde hij terug en werd vaandrig. Hij deed drie succesvolle verzoeken: om de hand van eigenaresse Von Drach van het slot Altenhaβlau in 1754, om ontslag uit het leger in 1756 aan de vooravond van de Zevenjarige Oorlog en om verheffing in de rijksadelstand met uitbreiding van het Zwitserse familiewapen en van de naam met von Meijerfeld in 1757. Is het ver gezocht dat hij zich bij de keuze van die naam door zijn Zweedse wapenbroeder 12 jaar eerder liet inspireren? (1)

Na de Zevenjarige Oorlog trouwde weduwnaar Wilhelm Ludwig opnieuw en liet op 18 augustus 1774 een zoon August dopen, naast twee oudere broers uit het eerste huwelijk. Op 11-jarige leeftijd ging August naar de militaire Hohen Carls-Schule in Stuttgart en werd op zijn 19de vaandrig in het Pruisische leger in Westfalen. Vanaf toen gingen hij en zijn nakomelingen door een schrijffoutje door het leven met de naam Von Meijenfeldt, dezelfde naam als de stamvader van de Nederlandse familie.  Een maand voordat deze konstabel bij de Admiraliteit van Amsterdam werd, nam August deel aan het beleg van de stad Mainz, dat door Franse revolutionairen ingenomen was. Hij bleef in dienst nadat de Pruisen de coalitie tegen de Fransen verlieten. In 1796 werd hij tweede luitenant bij de Feldjäger onder Ernst von Tümpling. Dat was een apart opererende eenheid van jagers, scherpschutters, tirailleurs en koeriers (later militaire politie).

Hij zette nog meer soortgelijke stappen als de stamvader: in 1800 vestigde hij zich definitief in Westfalen (op het landgoed van zijn vader in Rösebeck), in 1806 trad hij in het huwelijk en kreeg veel vijf kinderen, in 1809 werd hij uit het leger afgedankt vanwege de napoleontische bezetting en was in 1811 in Franse dienst burgemeester van Rösebeck. Zijn nakomelingen emigreerden van Rösebeck naar de Verenigde Staten van Amerika, tot de familienaam daar in 2006 uitstierf. (2)

In het jaar van de mars van Wilhelm Ludwig Meijer naar Nederland, trouwde zijn neef  Johann Rudolph in Amsterdam op 8 juni 1745 met Susanna Roeters. Hij was 26 jaar eerder in Bazel geboren en als zijdekoopman naar Amsterdam gekomen. Zijn moeder-weduwe accordeerde het huwelijk per volmacht. De vader van de bruid Jakob George Roeters was eigenaar van kasteel Drakenburg in Baarn. Meijer raakte in goede doen, vernederlandste zijn voornaam tot Jan, maar de achternaam Von Meijerfeld van zijn neef kreeg hij niet. Wel kocht hij in 1768 naast het kasteel van zijn schoonvader het landhuis Steevlied in Baarn en ging daar met vrouw en twee dochters wonen. De kinderen van zijn tweede dochter Sibilla Maria Meijer en haar man de advocaat Hendrik Arnoud Laan erfden het vermogen van alle families. (3)

Sibilla Maria Meijer & Hendrik Arnoud Laan

Terug   ***   Fiche   ***   Verder

1. pm
2. pm
3. pm