De vijfde zoon in het gezin De Koe is Hendrik Diederich (Henk) von Meijenfeldt. Hij is in Amsterdam op de Noorderstraat 90 geboren op 13 oktober 1896. Hij is vernoemd naar zijn oom, de jongere broer van zijn vader, die daar ook woont, zich net aan het verloven is en meegaat naar de geboorteaangifte twee dagen later. De doop vindt op 28 oktober plaats in de christelijk gereformeerde Nieuwe Kerk aan de Keizergracht. Het gekalligrafeerde handschrift in het doopboek is van zijn vader, die ouderling is.
Na zijn middelbare opleiding meldt de 18-jarige Henk zich op 21 maart 1915 aan voor een militaire opleiding tot vaandrig. De Militieraad stelt hem daardoor een maand later vrij van de Nationale Militie. Hij wordt gemeten op 180 centimeter en krijgt stamnummer 5428 bij het 18de Regiment Infanterie. Na zijn opleiding krijgt Henk groot verlof en studeert Indisch Recht aan de Universiteit van Leiden. In 1919 slaagt hij op 4 juli voor zijn Groot Ambtenaars Examen en stelt de Minister van Koloniën hem op 19 juli ter beschikking van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië, als administratief ambtenaar buiten Java en Madura.
Op 25 september 1919 trouwt Henk in Watergraafsmeer met Maria Pietronella (Rie) Beumer. Zij is in Harderwijk geboren op 16 december 1897. Haar ouders zijn Gerrit Beumer (1861-1937) en Engelberta Pietronella Weijenberg (1859-1935).

Rie Beumer en Henk von Meijenfeldt
Drie weken na het huwelijk gaat het stel aan boord van het in Amsterdam klaarliggende stoomschip Prins der Nederlanden. Het vertrek naar Indië is op 18 oktober. Het eerste werkgebied van Henk is het noordwesten van Celebes (Sulawesi)). Terwijl schoonzus Suze Kimmijser in 1912 nog ontslag moest nemen als onderwijzeres vanwege haar huwelijk, is de huwelijkse staat van Rie geen belemmering om in 1920 als onderwijzeres te zijn op de openbare Europese lagere school en H.C.S. en bij de particuliere Hollands-Chinese school. Haar aanstellingen zijn steeds tijdelijk en worden eervol maar onbetaald onderbroken door zwangerschappen en overplaatsingen.
Nog in 1919 wordt Henk aangesteld als administratief medewerker en kandidaat Indisch ambtenaar. Hij begint in Tinombo. Per 26 juni 1920 volgt zijn aanstelling als Aspirant-Controleur in Menado. In 1922 is zijn overplaatsing naar Gorontalo, waar hij bevorderd is tot Controleur.
Gorontalo 1922 met in het midden zittend de Controleurs Von Meijenfeldt
aantredend, Adriaanse aftredend en Huson aspirant (KITLV 4368)
In 1924 gaat het gezin op Bali wonen. Henk wordt Controleur in het zuidelijke Badung en tevens secretaris-penningmeester van de Ziekenverpleging Zuid-Bali. Inmiddels zijn in het gezin drie dochters geboren, van wie de middelste begin 1926 op Bali jong sterft.
Op 3 december 1926 krijgt Henk zijn eerste Europese Verlof van negen maanden wegens zeven jaren dienst. Met vrouw en twee dochters scheept hij zich in Batavia in op het stoomschip Jan Pieterszoon Coen, dat op 15 december vertrekt om een maand later in Amsterdam aan te komen. Op 24 augustus 1827 gaan zij op stoomschip Slamat voor de tweede periode naar Indië. Henk is per 19 oktober benoemd tot Controleur Eerste Klasse in Pontianak, de hoofdstad van West-Kalimantan op Borneo. Op 16 april 1928 volgt zijn benoeming tot Secretaris van de Resident van West-Borneo. In Pontianak worden in het gezin nog twee dochters geboren.
In 1931 wordt Henk Secretaris van de Resident van Medan, de hoofdstad van Sumatra. Het gebied betreft in feite de hele kuststrook langs de Straat van Malakka tegenover Kuala Lumpur tot Singapore. Hij is daar ook secretaris van de vereniging die een leprozenkolonie op Oost-Sumatra opricht, beheerd door het Leger des Heils. Zijn vrouw Rie neemt in 1934 zonder hem deel bij een bezoek van de Gouverneur aan een werklozenkolonie.

Hendrik Diederich von Meijenfeldt
Op 1 mei 1934 krijgt Henk opnieuw Europees Verlof, dit keer van acht maanden vanwege zes jaar dienst. Het gezin gaat aan boord van de Johan van Oldenbarnevelt en bereikt op 22 mei Genua. In Nederland strijken zij neer in Apeldoorn. Die zomer behoort Henk tot de gelukkigen die met een langer verlof een aanvullende Indologische studie mogen volgen. Het gezin verhuist naar Voorburg. Aan de Rijksuniversiteit Leiden slaagt hij 6 oktober 1936 voor zijn doctoraal Economie & Indologie en op 20 november 1936 verdedigt hij met succes zijn proefschrift “De Inheemse Rechtspraak in de Zelfbesturende Landschappen ter oostkust van Sumatra”. Hij draagt zijn studie op aan vrouw en kinderen, heeft kritische stellingen en doet aanbevelingen voor het respectvol uniformeren van het adatrecht en afstemmen op het Nederlandse recht.
Per 6 maart 1937 is Henk aangesteld als Assistent-Resident in Bengkalis, de tweede stad op Sumatra. Henk haast zich aan boord van de Christiaan Huygens en vaart op 3 februari alleen weg uit Amsterdam. Op 1 maart gaat hij in Medan even van het schip om zijn oud-collega’s en de Resident te begroeten. In de volgende halteplaats Singapore gaat hij van boord en steekt over naar Bengkalis. Controleur De Putter heeft de post een half jaar waargenomen en doet de overdracht. Intussen is Rie met hun overige dochters op 24 februari op de Johan van Oldenbarnevelt vertrokken. Eenmaal in Bengkalis ontmoeten hun dochters elkaar. (1)
Drie dochters Von Meijenfeldt achteraan
Twee dochters De Putter links en rechts vooraan
Anderhalf jaar later reist het gezin naar de 3000 kilometer oostelijker gelegen Molukken. Op 8 oktober 1938 begint Henk op Ambon als Assistent-Resident der Eerste Klasse en burgemeester van Amboina. Hij is tevens voorzitter van de Stichting Bestrijding Tuberculose Amboina en lid van de Vereniging Bestrijding Lepra in de Molukken. Enkele weken na het bombardement op Pearl Harbour vallen Japanse vliegtuigen Ambon aan; vliegveld Laha opent voor hen de weg naar Java en Australië. Enkele dagen na de landing van grondtroepen capituleren de troepen van het KNIL en Australië, maar Japan executeert niettemin 300 militairen. Europese bestuurders en burgers raken gevangen in het Boskamp en aansluitend het STOVIL-kamp. Door ondervoeding en besmet water gaat de gezondheid van Henk snel achteruit. Ten gevolge van dysenterie sterft hij op 20 maart 1942.
De dochter van Resident H.J. Jansen schrijft het volgende over de laatste dagen in het kamp: Bovendien werd ik vaak duizelig van moeheid en ondervoeding en ik betrapte me tijdens het verzorgen van één van onze aardigste kennissen, de heer von Meyenfeldt, een assistent-resident, een keer op de wens: “Ging je maar dood, ik kan je potje bijna niet meer legen.” Ik schrok erg van mijn gedachte. (…) De vrouw, die haar braaksel altijd liet lopen, genas, maar meneer von Meyenfeldt stierf en ik voelde me zo schuldig, dat ik hem een moment had doodgewenst, die lieve, stille, geduldige man, die zich net zo dapper had gedragen als vader.
Nadat een christelijke Ambonese onderwijzer van een dame hoort wie de droeve stoet naar het verre kerkhof begeleidt haast hij zich weg. Nadat de stoet onder bewaking van Japanse militairen bij de begraafplaats aankomt, treden opeens enkele Ambonese onderwijzers tevoorschijn, die de baar zonder dralen overnemen. De Japanners zijn door het volkomen onverwachte optreden van de Ambonezen zo onthutst, dat zij zich niet verzetten. Tijdens de gang naar de groeve wordt stil op de muur waarlangs de baar gedragen wordt een mand met orchideeën geschoven. De bloemen dekken ook later het stoffelijk overschot in het graf. (2)
Weduwe Rie en haar drie dochters worden op transport gesteld naar kamp Ambawara op Midden-Java. Daar ziet zij kans dochter Bep in Voorburg het verschrikkelijke nieuws te brengen. Die plaatst een rouwadvertentie. Na de oorlog komt Rie met dochters naar de Veldzichtkade 13 in Voorburg en gaat later aan de Sportlaan 992 in Den Haag. In 1974 verhuist zij naar Park Boswijk in Doorn. Zij overlijdt op 9 augustus 1993 op een leeftijd van 95 jaar in Driebergen, 51 jaar na haar man.
Maria Pietronella von Meijenfeldt-Beumer
1. I. de Putter, “Sago op een tinnen bord”, bewerking van van het archief van Jan Petrus de Putter, bestuursambtenaar in Nederlands-Indië van 1932 tot 1944, aangevuld met schriftelijke en mondelinge herinneringen van zijn vrouw en kinderen, Zeeuw-Vlaanderen 1905, pag. 87.
2. Citaten uit “Libertas ex veritate”, uitgave van de organisatie van reünisten der SSR (Societas Studiosorum Reformatorum) ter herdenking van haar leden, omgekomen ten gevolge van de Japanse bezetting van het toenmalige Nederlands-Indië, door W.H.C. Knapp, pag 58-61.
3. Nationaal Archief, 2.10.36.21, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: Stamkaarten Oost-Indische Ambtenaren 1917-1952, Stamkaarten Ambtenaren Oost-Indië 1917-1949, kaartenbak 8, nr. 380 Von Meijenfeldt en kaartenbak 1, nr. 517 Beumer. Nationaal Archief, 2.19.255.01, Correspondentie Oorlogsgravenstichting.
