1.6. Pommeren

Het Koninkrijk Zweden raakt zijn gebieden rondom de Oostzee geleidelijk kwijt. Nadat Peter de Grote in Ingermanland zijn nieuwe hoofdstad Sint Petersburg heeft gebouwd, zijn Estland en Lijfland op enkele steden na ook in zijn bezit gekomen. Saksen is heer en meester in Polen en Litouwen. Denemarken begint steeds verder op te dringen naar Holstein-Gottorp, het hertogdom Bremen en de provincies Skåne, Halland en Blekinge in de zuidpunt van Zweden. Dankzij de Pruisische neutraliteit is het hertogdom Pommeren nog het enige gebied dat stevig in Zweedse handen is.

Voor Johan August von Meijerfeldt heeft het oppakken van de wapens door Denemarken in 1709 in eerste instantie het bijzondere gevolg, dat hij twee landgoederen in de meest zuidelijke Zweedse provincie Skåne in de schoot krijgt geworpen. Daar worden de landgoederen Bollerups säteri en borg van de Deense graaf Otte Rantzau en Glimmingehus van de Deense graaf Rosencrantz in beslag genomen en aan Johan August toebedeeld. Het is een represaille voor de sekwestratie van Zweedse landgoederen in Denemarken.

Johan August behoort tot de Koninklijke Senaat, die optreedt als zaakwaarnemer voor de koning. Tot zijn werkzaamheden behoort ondermeer het organiseren van de verdediging van Lijfland. Dat is hard nodig, want op 22 oktober 1709 arriveert Sherementev met 30.000 man op de linkeroever van de Duna en korte tijd later ook de tsaar om de eerste mortieren af te schieten. De eerste vallen nog in het water, maar de uiteindelijk 8.000 bommen die de maanden daarna worden afgeschoten richten veel schade aan. Vanaf 24 november 1709 wordt het beleg geslagen om de stad Riga.

1710 is een belangrijk jaar: het geslacht Von Meijerfeldt wordt voor altijd uit Lijfland verdreven, Johan August is overwinnaar in de Slag bij Helsingborg,  weduwnaar als vrouw en kind de bevalling niet overleven en de koning vraagt hem naar Constantinopel te komen. Eenmaal terug onderscheidt hij zich als Commandant van Stettin door zich lang tegen een belegering te verweren. In 1717 volgt zijn tweede huwelijk. Hij is één van de hoofdonderhandelaars voor een algehele vrede, waarna hij zijn functie van gouverneur-generaal over Zweeds-Pommeren werkelijk kan gaan uitoefenen. Zijn twee zoons zijn inmiddels jonge officieren in het Zweedse leger. Na het overlijden van hun oom Wolmar Johan in 1739 treden de broers in Keizerlijke krijgsdienst. In 1748 legt Johan August sr zijn ambten neer en het jaar daarop overlijdt hij.

Terug   ***   Verder