2.1.6. Wismar

Bij zijn vlucht uit Stralsund laat Johan August niet alleen zijn zus maar ook zijn natuurlijke zoon Carl Wilhelm achter. Deze reist hen achterna de grens naar Mecklenburg over en gaat net als hen de achternaam van de Zweedse graaf dragen. Hij komt aan in de Zweedse vestingstad Wismar en treedt in 1803 op 15-jarige leeftijd in dienst als snijder en bediende bij de adellijke baronnen von Both. (1)

Het geslacht von Both leeft op het vlakbij gelegen landhuis in Grafenstieten (Grapen Stieten). De ene baron is Ludwig von Both (1743-1792) met zijn vrouw B.A.R. v. Hopfgarten (1746-1796) en dochter Ernestine Julie (1770-1806) gehuwd Vieregge. De andere baron is Carl Anthon von Both (1746-1820), Hofraad in de vestingstad met zijn vrouw Von der Lühe en daarna Von Oertzen en dochter Frederika W.A. (1784-1852), eerst gehuwd met de Zweedse officier Karl von Stegemann, later met W.A.B. freiherr von Klot genannt Trautvetter, de president van het Gerechtshof te Wismar. In het jaar 1803 stoten de baronnen het oostelijk deel van het landgoed met Rambow door verkoop af. Koning Gustaaf IV Adolf draagt in de zomer van dat jaar na 155 jaar Zweeds bestuur de vestingstad Wismar, het eiland Poel en het amt Neukloster over als honderdjarige pand aan de groothertog van Mecklenburg-Schwerin.

Linksonder Beidendorf en Grapen Stieten. Rood omlijnd de drie Zweedse gebieden.
F.L. Güssefeld, Karte von dem Herzogtum Mecklenburg mit Schwerin, 1800 (fragment)

Net als zijn grootvader en vader maakt Carl Wilhelm een vrouw zwanger, met wie hij geen vaste relatie heeft. Anders dan hen treedt hij wel met haar in het huwelijk, in haar zesde maand. De plechtigheid vindt plaats op 1 maart 1807 in de St. Marienkerk van Wismar. Zelfs de vele Frans-Hollandse troepen die de stad dan overspoelen richting het nog wel in Zweedse handen verkerende Stralsund kunnen dat niet verhinderen. (2)

De bruid is de zes jaar oudere Dorot­hea Magdalena Catharina Tei­ch, geboren op 15 september 1782 in het 40 kilometer oostelijk gelegen Bützow. Haar ouders zijn Johann Hinrich Teich en Sophia Catharina Günter. Op 21 mei 1807 wordt een dochter geboren met de namen Sophia Wilhelmina Francisca Meienfeldt. Bij de doop drie dagen later in dezelfde kerk van Wismar sturen de baronessen Von Both hun belangrijkste personeel als getuige. Tien maanden later komt er al een einde aan het leven van het dochtertje. De begrafenis is vijf dagen later op 20 maart 1808 in de lokale kerk van Beidendorf . 

Inmiddels is Dorothea Teich al weer zwanger. Op 27 januari 1809 zijn in de kerk van Beidendorf de drie baronessen Friderique, Amalie en Julie von Both doopgetuige. Zij geven elk hun naam aan het vijf dagen oude meisje. Het gezin gaat in het Moorhaus of heidehuis op het landgoed wonen. (3)

In het gezin worden nog drie dochters geboren: Maria Dorothea Johanna Henriëtte in 1811, Caroline Ernes­tine Sophie in 1813 en Johanna Louisa in 1819. Er is één zoon die de achternaam voortzet: Christian Heinrich Friedrich, in Grapen Stieten geboren op 21 januari 1817, gedoopt in de kerk van Beidendorf op 26 januari 1817. Bij vader Carl Wilhelm staat  nu als extra baan Schulhalter, dat wil zeggen dat hij de jonge kinderen van zichzelf en anderen privéles geeft in rekenen en schrijven. Bij de volkstelling van 1819 staat als voornaam Gustaf, misschien zijn roepnaam, misschien een fout, net als zijn geboortejaar 1785. (4)

Volkstelling Grapen-Stieten 1819

In het jaar 1822 komt nog een dochter Charlotta Dorothea Maria, maar zij wordt slechts 24 weken oud. Moeder Dorothea Teich sterft bovendien op 41-jarige leeftijd in Grapen Stieten op 20 december 1823. Carl Wilhelm ziet zich op 35-jarige leeftijd voor de opvoeding van vijf kleine kinderen gesteld. Wellicht in verband daarmee gaat hij vijf maanden later op 21 mei 1824 in Kirch Stück bij Schwerin een huwelijksband aan met de bijna 50-jarige Wilhelmine Agnete Renetta (Henriëtte) Liebe. Zij is in Schwerin St. Nikolai op 25 augustus 1774 gedoopt als dochter van artilleriekonstabel Johann Carl Gottlieb Liebe en Hanna Sophie Schramm. Carl Wilhelm noemt bij dit huwelijk scheepskapitein Heinrich Meierfeld uit Stralsund als zijn vader. Hij gaat wonen en wordt schoolleraar in Midden-Wendorf bij Wismar.

De kinderen van Carl Wilhelm trouwen tussen 1843 en 1848. De dochters nemen de achternamen Karlshof, Planeth en Käding van hun echtgenoten over en krijgen kinderen. Enige zoon Heinrich volgt de lerarenopleiding in Ludwiglust van 1839 tot en met 1841 en begint in 1843 als schoolleraar in Roloffshagen. In Damshagen trouwt hij op 5 oktober 1843 met Louise Sophie Eleonore Hübner, geboren op 7 januari 1815, ook in Grapen Stieten. Uiteindelijk verhuist Carl Wilhelm met dit gezin mee naar Neu Gülze in West-Mecklenburg bij de Elbe. Daar overlijdt hij op 15 januari 1869 op een leeftijd van bijna 81 jaar. Zijn vader staat daar toch weer correct genoteerd: Stückjunker August (Meyerfeldt) genannt Schohl aus Stralsund.

Als leraar in Neu Gülze krijgt zoon Heinrich rond 1878 te maken met een strafrechtelijk onderzoek en proces voor het strafcollege van Bützow wegens ontucht. Van zijn zeven kinderen emigreren twee dochters naar Galveston in Texas, waar zij met de broers Caso trouwen. Twee zoons worden sleutelmaker in Hamburg. Van die twee richt Heinrich Carl Friedrich daar in 1893 de firma Tischlerei-Innenausbau Meyerfeldt op, gespecialiseerd in handgemaakte klassieke en historische massiefhouten meubels, waar deze tot op de dag van vandaag floreert.

Terug   ***   Fiche   ***   Verder

1. De spelling van de achternaam wijzigt van “Meienfeldt” in Wismar via verschillende varianten uiteindelijk in “Meyerfeldt” bij zijn dood in Neu Gülze.
2. Evangelische Kirche Wismar St. Marien 1792-1837, Kopulierte,
fol 40, Geboren, fol 132.
3. Evengelische Kirche Beidendorf, Taufen 1800 – 1815, fol 166.

4. Volkszählung Großherzogtum Mecklenburg-Schwerin 1819, deel
 51-3 Grafenstieten, amt Grevismühlen, fol 33, nrs. 53-58.