De familiekroniek laat zich tot nu toe schrijven vanuit elkaar opvolgende hoofdpersonen. Na de dood van stamvader Johan August in 1835 werd zijn zijn zoon Carl stamhouder, omdat hij van de vier zonen uiteindelijk de enige met volwassen kinderen was. Na zijn dood in 1899 lijkt zich die situatie te herhalen. Binnen 15 jaar leeft van zijn zonen alleen nog Hendrik in het bezit van kinderen. Daarmee is hij letterlijk en figuurlijk de gedoodverfde nieuwe hoofdpersoon.
Zo eenvoudig ligt het niet. Drie oudere broers van Hendrik laten na hun dood in hun gezin namelijk flink wat kinderen met de familienaam achter. Die bleven tot nu toe onbenoemd, omdat zij de verhaallijn extra bemoeilijken met identieke doop- en roepnamen. Dat is het gevolg van strikte regels van vernoeming binnen de familie: eerst van vader dan van moeder afwisselend, daarna grootouders gevolgd door ooms en tantes, plus voorrang voor de overledenen. Zodoende heten alle vier eerstgeboren zonen net als hun grootvader Carl von Meijenfeldt. Op dezelfde manier heten veel van hun zussen Petronella Wilhelmina.
Met zo’n draaikolk van identieke namen weet een meesterverteller als Gabriel Garcia Marquez in zijn epos “Honderd jaar eenzaamheid” wel raad, maar in een kroniek als deze is het cruciaal de familieverbanden kristalhelder te houden. De oudste van de kinderen Von Meijenfeldt is bij de eeuwwisseling al 16 jaar en zijn levensverhaal begint kleur te krijgen. Het chronologisch verhaal voortzetten is daarom geen optie meer. Vanaf hier splitst de familiekroniek zich in parallelle levensverhalen van Carls kinderen en kleinkinderen. Zijn stamboom vertakt zich als volgt:
|
|
DE KOE![]() |
|
Deze en volgende vertakkingen dienen ter verduidelijking. Zij betekenen niet dat de familieleden en gezinnen steeds losser van elkaar komen te staan. Integendeel, zij vormen nog een halve eeuw lang onderling een hecht sociaal netwerk. Veruit de meesten wonen en werken in Amsterdam. Zij gaan naar dezelfde scholen en kerken. Met de overige familieleden in Zuid-Holland blijven de contacten vanouds in stand dankzij logeerpartijen en bij elkaar op kamers wonen. Daar komt bij dat de afstand korter wordt ten gevolge van trein, post, telegraaf en telefoon. Bovendien houdt de gereformeerde zuil de boel extra bij elkaar. In de vierde generatie trouwen de kinderen opnieuw in aanverwante families Van Apeldoorn, Van der Bend en Westerhoff. Aldus kan gesproken worden van een fijnmazig gereformeerd ecosysteem.
Zoals stamhouder Carl in 1850 het omslagpunt meemaakte van een neergaande en stagnerende samenleving naar een van energie bruisende maatschappij, maken zijn kinderen na zijn overlijden in 1900 ook een omslagpunt mee, dit keer van de vooruitstrevend-liberale koers naar een behoudend-confessionele. De gereformeerde minister-president Abraham Kuyper betitelt de voorafgaande halve eeuw als normloos en elitair. Hij slaagt er in deze periode blijvend reputatieschade aan te doen. Als dienaar van God in plaats van het volk meent hij dat de burgerij hard toe is aan een zedelijker levensstijl met meer christelijk onderwijs en zondagsrust en minder spel en drank. De vierde generatie van de familie Von Meijenfeldt volgt deze weg. Verder dan het schrijven en vertalen van boeken en artikelen en het dichten van liederen en voordrachten op feesten gaat het niet.

