In zowel de Zweedse als de Nederlandse familiekroniek spelen elkaar opeenvolgende personen de hoofdrol. Zo loste stamhouder Carl zijn vader Johan August af, omdat hij als enige van diens vier zonen zelf volwassen kinderen heeft. Van hen dienen zich ook weer vier kandidaat-hoofdpersonen aan en leeft 15 jaar later alleen Hendrik nog. Hij lijkt de gedoodverfde nieuwe hoofdpersoon, letterlijk en figuurlijk.
Stamboom van Carl von Meijenfeldt
Zo eenvoudig ligt het helaas niet, omdat stamhouder Carl veel kleinkinderen heeft om de familienaam voort te zetten. Bovendien hebben die vaak dezelfde doop- en roepnamen door de strikte regels van vernoeming: binnen de familie eerst van vader dan van moeder afwisselend, daarna grootouders gevolgd door ooms en tantes, plus voorrang voor de overledenen. Zodoende heten alle vier eerstgeboren kleinzonen Carl von Meijenfeldt. En zo heten veel van hun zussen Petronella Wilhelmina. Met zo’n draaikolk van identieke namen weet een meesterverteller als Gabriel Garcia Marquez in zijn epos “Honderd jaar eenzaamheid” wel raad, maar in een kroniek als deze is het cruciaal de familieverbanden kristalhelder te houden. De oudste van de kleinkinderen Von Meijenfeldt is bij de eeuwwisseling al 16 jaar oud en zijn levensverhaal begint kleur te krijgen, waardoor nu een keuze nodig is.
Aan de chronologische familiekroniek van elkaar opeenvolgende hoofdpersonen komt hier een einde. De stamboom gaat zich vanaf hier vertakken in parallelle levensverhalen van de volwassen kinderen met nakomelingen van Carl die de achternaam Von Meijenfeldt dragen en (tussen haakjes) een aangetrouwde achternaam:
| Vertakking | Kleinkinderen | Achterkleinkinderen |
| Evert en Jo van Leusden | 7 | 2 |
| Carl en Margré de Haas | 5 | 4 |
| Frits en Engeltje de Koe | 11 | 20 (10) |
| Cato en Jan van der Tas | 0 (12) | 0 (23+Cato+Jan) |
| Jan en Keetje Kreber | 0 | 0 |
| Hendrik en Anna Augustijn | 4 | 6 |
| Totaal | 27 | 32 |
Een gesplitste behandeling in takken en zijtakken betekent niet dat de gezinnen en personen los van elkaar staan. Integendeel, zij vormen nog een halve eeuw lang onderling een hecht sociaal netwerk. Veruit de meeste gezinsleden wonen in Amsterdam, gaan naar dezelfde scholen en naar dezelfde kerk. Tussen de twee erediensten op zondag nuttigen zij gezamenlijk in een voor- en achterkamer koffie of een glaasje en houden verder strenge zondagsrust. De familieleden die in Zuid-Holland wonen komen steeds dichterbij dankzij trein, post, telegraaf en telefoon. Neven en nichten logeren en wonen langere perioden bij elkaar. Met en tussen de aangetrouwde families Van Leusden, De Haas, De Koe en Augustijn bestaan langdurige vriendschappen en in de vierde generatie ook weer huwelijken. Aldus is er sprake van een fijnmazig gereformeerd ecosysteem.
Het jaar 1850 is eerder een omslagpunt voor Nederland genoemd, van een neergang sinds de Gouden Eeuw naar een van energie bruisende maatschappij. De eeuwwisseling is weer zo’n omslagpunt, dit keer naar stabilisatie. De vooruitstrevend-liberale koers maakt plaats voor een behoudend-confessionele. Tegelijk wordt blijvende reputatieschade gedaan aan de voorafgaande halve eeuw, door deze te beschimpen als normloos en elitair. De gereformeerde minister-president Abraham Kuyper wil dienaar zijn van God in plaats van het volk, want dat is toe aan een zedelijker levensstijl met meer christelijk onderwijs en zondagsrust en minder spel en drank.
