2.1.3. Rede van Texel

Begin juni 1793 geeft kapitein Hartsinck opdracht voor vertrek. Op de valreep (letterlijk en figuurlijk) verschijnen enkele 10-jarige kruitlopers uit de armen- en weeshuizen. Zij vullen enkele kardoezen met kruit en brengen die op fluwelen slippers om fatale vonkvorming te voorkomen naar de vierponders voor de eerste signaalschoten voor vertrek. Johan August von Meijenfeldt geeft alle opdrachten, ziet op alles toe en doet de ronde om te controleren of alles nog op orde en droog is. Ook gaat hij na of in de loop geen kogels zitten, die bij afvuren van het eerste saluutschot ernstige schade teweeg kunnen brengen.

Op 13 juni laat Hartsinck het anker lichten. Het geschut van Johan August en de tuigage van schipper Gerrit van der Riet zijn aan boord. Zonder verdere uitrusting, bemanning, water en voedsel is een grote zeereis niet mogelijk, maar dankzij het halve gewicht kan het schip in elk geval door de ondiepe Zuiderzee. Na een week ligt het pas in de Bocht van Durgerdam, waar een nieuwe loods met kennis van de nog komende vaargeulen en zandbanken aan boord komt. Dankzij het beperkte aantal van 36 kanonnen blijkt het zelfs mogelijk Pampus te passeren zonder scheepskamelen, vernuftige stellages om aan beide zijden het schip op te beuren.

In de Kuyl van Marken houdt Hartsinck opnieuw halt. Hij bestelt daar extra balansmateriaal. Dat is niet ongebruikelijk voor de eerste vaart van een schip. Wie weet vertelt de uit Zweedse gebieden komende Johan August hem het verhaal van de Vasa uit 1628. Dat gloednieuwe commandoschip van koning Gustaaf II Adolf maakte toen ook zijn eerste vaart vanaf de marinewerf, in het zicht van duizenden toeschouwers aan wal en veel gezinsleden aan boord. De stroming in de vaargeul bracht het schip 1300 meter verder, waarna de wind vat kreeg op de zeilen. Te weinig gewicht in de onderbuik en te veel op de bovendekken deden het schip schuin hangen. Door de feestelijk geopende laagste geschutpoorten gutste het zeewater met fatale afloop naar binnen. (1)

Route door de Zuiderzee van de Erfprins van Brunswijk

De Erfprins van Brunswijk heeft weliswaar geen last van te veel volk en materiaal op het bovendek of geopende geschutpoorten, maar moet de zandbanken Enkhuyser Sand en Bree Sand nog wel omzeilen. Daarom zet de loods eerst koers naar Urk pal oostwaarts, wendt de steven dan scherp noordwaarts richting Medemblik, buigt tijdig af tot onder de Vlieter, waar het fregat op 2 juli arriveert. De tocht gaat verder in een flauwe westelijke bocht voor Texel langs de recent gecreëerde vaargeul het Nieuwe Diep in, om op 16 juli voor anker te gaan bij het in aanbouw zijnde werfcomplex van het Nieuwe Werk.

Daar verwelkomt Johan August zijn derde konstabel Fredrik Willem Slooboom uit Otterberg, achter Bremen, die 3½ jaar eerder is afgezwaaid na een VOC-reis via de Kaap naar Batavia. Met hem betreedt een groepje timmerlieden het schip, omdat de scheepsdekken bij regen blijken te lekken. Zij oordelen dat breeuwen (naden opvullen met harpluis ofwel afgedankt geteerd touw) zeer noodzakelijk is. Het Admiraliteitscollege in Amsterdam gaat na enig delibereren met de financiering akkoord. De timmerlieden klaren de klus relatief snel, zodat het fregat door de vaargeul terug kan. Aan de overkant gaat het schip op 23 juli weer voor anker op de Rede van Texel, gelegen onder het eiland bij fort De Schans.

Schepen voor de Rede van Texel, sloepen naar de wal

In het dorp Oudeschild bivakkeren tientallen zeelieden en loodsen in de herbergen. Dat biedt de mogelijkheid de manschappen en voorraden aan te vullen. Een controleur uit Amsterdam komt aan boord om de monsterrol van de schrijver goed te keuren en missives van Hartsinck mee terug te nemen. Daarbij zit een verzoek op instigatie van Johan August om het kaliber van de vier vierponds kanonnen te mogen vervangen. In Amsterdam geeft de equipagemeester mondeling positief advies en ook de advocaat-fiscaal is akkoord. Het College stemt in, onder de voorwaarde dat een eventuele uitvaart niet op de komst van de kanonnen wacht. (2)

Dit voorbehoud is goed te begrijpen in de militaire context. Nog maar vier maanden eerder was de Franse invasie in de Republiek vastgelopen bij de grote rivieren en hadden de Fransen zich moeten terugtrekken door de Zuidelijke Nederlanden tot achter hun landsgrens, maar ze waren niet verslagen. Daarom krijgt Hartsinck vrijwel parallel aan de reactie van het Amsterdamse College opdracht van luitenant-admiraal Van Kinsbergen om de Noordzee op te varen om binnenkomende handelsschepen te beschermen. Dit krijgt de naam Project Esquader om te kruissen op de O.I. retourschepen. De fregatten Erfprins van Brunswijk en Eensgezindheid en de kotter Snelheid doen mee. (3) 

Terug   ***   Verder

1. Lees op Vasa Museum de details van de ramp en de rechtszaak, mede tegen de Hollandse bouwmeesters. Toen Govert von M met zijn zonen het net uit het water getakelde en aan alle kanten nat gehouden scheepswrak in de jaren zestig bezocht, was er nog geen museum met al deze uitleg.
2. Resolutiën Admiraliteit van Amsterdam, Nationaal Archief  1.01.46, Inv 1506, 26 juli 1793 en 30 juli 1793.
3.
J.D. Hoeufft, “
Beschryvinge van het gebeurde ten tyde van den inval der Franschen in ons land, benevens de middelen van defensie, aangewend door den ridder J.H. van Kinsbergen, vice-admiraal van Holland en West-Friesland, commandeerende alle scheepen en gewapende vaartuigen op dien tyd”, Amsterdam 1794, deel 2, pag. 391.