Door zijn vlucht in april 1793 sluit Johan August zijn leven in Stralsund af. Zijn doorlopende levensverhaal gaat over de grens verder bij de Admiraliteit van Amsterdam. Hier gaat het levensverhaal van zuster Augusta Juliana verder, die na de enerverende gebeurtenissen ook over de grens naar Mecklenburg vertrekt. Zij reist niet haar broer achterna maar haar echtgenoot naar het landgoed Schabow aan de rivier de Recknitz. Eigenaar kapitein Henning Christoph von Bassewitz is op 28 augustus overleden. Zijn weduwe Anna Eleonora von der Lühe en hun kinderen trekken hem aan als pachter van het gehele landgoed.
Op Schabow bevalt Augusta Juliana op 28 juli 1794 opnieuw van een tweeling: een zoon Albrecht Christian Helmuth en een dochter Ida Elisabeth Wilhelmina. De doop vindt op 1 augustus plaats in de evangelisch-lutherse kerk van Behren-Lübchin, acht kilometer zuidelijker. Vandaar is het nog maar tien kilometer over de Trebel naar Nehringen. Hier gebruikt zij de achternaam Meijerfeld. (1)

Hr. Theod. Bernh. Thilow, Pächter zú Schabow. Augusta Juliane geb. Meijerfeld.
Deze naamswijziging heeft Augusta Juliana niet te danken aan een officiële erkenning als natuurlijke dochter van de Zweedse graaf. Wel verschijnt zij een jaar later in diens testament van 10 juni 1795 en haar broer Johan August niet, waarschijnlijk door diens vlucht over de grens in 1793 vanwege de kruitdiefstal. Zij is de enige die naast de adellijke familieleden en de executeur expliciet met naam staat vermeld, maar wel gewoon als Meijer — met een extra n als vrouwelijke uitgang dan wel derde naamval — gehuwd met Tilow. (2)
Testamentum des Grafen von Meijerfeldt und seiner Frau Gemahlinn, paragraaf 9b
In paragraaf 9b) staat Augusta Juliana niet alleen met name genoemd, maar krijgt bovendien een legaat van haar vader. Naast de nog onverdeelde boedel van haar eerste echtgenoot zal zij uit haar vaders nalatenschap 1000 rijksdaalder krijgen, nader gespecificeerd als nieuwe rijksdaalders van twee-derde grootte in 32 shilling gerekend. Dat is een legaat van aanzienlijk omvang, ter waarde van bijvoorbeeld een flink vrijstaand familiehuis met grond. Aan de uitbetaling is een hele reeks voorwaarden verbonden. Zij moet niet allen op zijn dood wachten, maar ook op die van de 50-jarige gravin. Bij de uitbetaling zullen geen kosten worden afgetrokken, maar evenmin rente bijgeteld. Zij zal het bedrag niet zelf krijgen, maar haar echtgenoot. De uitkering zal niet lump sum plaatsvinden, maar jaarlijks via een garantiefonds, die bovendien uitsluitend de jaarlijkse pachtsom mag dekken. Mocht er nog een restbedrag na haar eigen dood overblijven, dan gaat dat in gelijke delen naar de dan levende kinderen uit haar beide huwelijken.
In de passage staat dat Augusta Juliana vooral in haar tweede huwelijk met veel kinderen gezegend is. Dat klopt goed: uit haar eerste huwelijk had zij twee kinderen, uit haar tweede vijf. De verzegeling van het testament is nog maar net een feit of de kindersterfte slaat in het gezin toe: de 4-jarige derde zoon Ernst August Wilhelm overlijdt op 18 november 1795 en de 1½ jaar oude Ida Elisabeth Wilhelmina op 6 januari 1796.
Linkerkolom de vader: der Pächter Hr. Theod. Bernh. Thilo aúf Schabow
Rechterkolom de moeder: fraú August. Juliane geh. Meijerfeldten
Twee jaar later is het gezin weer op sterkte. Op 16 oktober 1796 wordt zoon Jacob Peter Theodosius (roepnaam Theodor) geboren en op 10 mei 1798 komt zoon Carl Heinrich. De doopplechtigheid in Behren-Lübchin vindt steeds enkele dagen nadien plaats. (3)
De belangrijke locaties in Augusta Julianas levensverhaal
D.G. Reymann, “Karte von Schwedisch Pommern”, Potsdam 1806, 40 bij 25 km
Op 21 april 1800 overlijdt de vader van Augusta Juliana. Zij zal niet bij de officiële plechtigheden voor de Zweedse graaf en veldmaarschalk in Stockholm zijn. Dat kan anders zijn bij de begrafenis zonder pracht en praal in de St. Andreaskerk van Nehringen op 15 juli 1800. Zij staat immers in het testament en woont vlakbij. Executeur-testamentair Johann Arnold Joachim PommerEsche, de opvolger van diens kort daarvoor gestorven vader Johann Christian, weet haar in elk geval te vinden. Zoals eerder beschreven heeft hij de opdracht alle Pommerse bezittingen af te stoten en biedt aan het legaat voor het halve bedrag ineens af te kopen. Een afweging tegen ongewisse uitbetaling in de verre toekomst brengt haar er toe het aanbod te accepteren, te meer daar de pacht op Schabow ten einde lijkt te lopen, sinds het landgoed in 1797 in handen van de zonen was gekomen, die meer belangstelling voor de opbrengsten van het kansspel dan van het landgoed hadden. Op Wolfsdorf was intussen een nieuwe pachter Von Beringe gekomen. (4)
Het gezin verhuist weg van Schabow en vindt onderdak in het stadje Sülze (Bad Sülze) aan de Recknitz. Daar krijgt Augusta Juliana op 18 november 1801 haar laatste, inmiddels tiende kind. Het is een zoon met de namen August Friedrich Daniël, de doop is daar vijf dagen later en haar achternaam is weer Meijer. (5)
1. Evangelische Kirche Behren-Lübchin 1766-1884, Taufen fol 117.
2. Bij brief van 4 december 1984 meldt de stadsarchivaris van Stralsund verrassend dat haar achternaam in het originele Duitse testament Meyernfeldt luidt. In de korte tijd later opgestuurde fotokopie blijkt – zoals hierboven te zien is – gewoon Meyern te staan.
3. Evangelische Kirche Behren-Lübchin 1766-1884, Tote fol 523/185, Taufen fol 122 en fol 127.
4. Der Eigentümer Hagenow zu Langenfelde und Friedrich Steinmann zu Gnoien als Vormünder der Thilowschen Kinder contra das königliche Hofgericht in Greifswald, Wismarer Tribunal, Relationen, Urteilsbegründungen des Assessoren, Landesarchiv Greifswald, 010.01. Schwedische Regierung Stralsund. 1805 IV nr. 6 d.d. 22-04-1805, pag. 1-88.
5. Evangelische Kirche Sülze, Taufen, Heiraten, Kommunikanten u Tote 1791-1831, fol 112-113.
