4.5.3. Rest Duitse adel

Von Meijernfeldt / Meyerenfeld

DD.a. Johann Baptist Meiern geadeld von M, werkt onder graaf T.A.R. von Harrach voor keizerin Maria Theresia, zoon:

DD.a1. Johann Ehrenfried Joachim, * 1741/2, †Berlijn 23-01-1830, ≡ Ev. Jerusalemskirche 26-01-1830, GehOberFinanzRat, # Schützenstraße 13, Berlin.

Zijn titel betekent koninklijk vertrouwd senior financieel adviseur. 18-04-1768 is de 70ste trekking van de Kon. Pruiss. Loterij in Berlijn. Von Meyernfeld in Greifswald wint 12 Reichsthaler en 12 Groβer.

Hij ziet in Berlijn hoe de Franse kolonie zijn armen van brandhout voorziet, vraagt en krijgt in november 1779 toestemming om hetzelfde te doen voor de Duitse armen en richt statutair de “Gesellschaft deutscher Nation zur Versorgung wahrer Hausermen in Berlin mit Brennholz” op. Gedurende 51 jaar is hij leidende kracht van deze succesvolle en uitdijende beweging. Maakt in 1802 zijn testament op, ten gevolge waarvan bij zijn overlijden in 1830 een bedrag van 700 rijksdaalder staatsleningen vrijkomt voor schrijfbehoeften.

DD.b. N.N. Meyeren, kinderen:

DD.b1. Anton Joseph, keizerlijk Konfinienzsekretär, koninkrijk Slavonië (nu in Kroatië), rijksridder von M, Laxenburg 07-06-1729.

DD.b2. Carl Roman, rijksridder von M, Laxenburg 07-06-1729

Wappen: Quadriert g. s. 1. u. 4. „ein aufrecht stehender halb doppelter schwartzer Adler mit offener Flügel roth aus¬ schlagenter Zungen und von sich spreitzenden Waffen zu ersehen ist“ (wahrscheinlich halber Doppeladler am Spalt) ; 2. u. 3. r. Balken aus dem drei gr. Tannen wachsen, unten zwei r. Rosen. Gekrönter Turnier¬ helm: Zwischen zwei g. # — r. s. geteilten Büffelhörnern wach¬ sender, bärtiger geharnischter Mann, die Sturmhaube mit Reiherbusch besteckt, in der Rechten eine r. Rose an gr. -beblättertem Stengel haltend. Decken: 4t g. — r. s.

Carl Roman had een hoofdadministrateur genaamd Maximilian Alram. Hij was onder andere tabaksondernemer en betrokken bij de Beierse opstand.  In 1729 diende deze met Anton Joseph een smeekbede in bij landsvorst Maximalian II Emanuel (BayHStA GR 1541/7 (Bay. Franziskanerprovinz).

DD.c. N.N., 1745-1747 notaris in Wismar en Daskow bij Hertog Carl Leopold van Mecklenburg en Koninklijk Zweeds Tribunaal. (3)

DD.d. Joseph von Meyerenfeld, k.k. Ober-Leutenant, klacht over tabaksmonopolie aan de Keurvorst van Beieren 1730, ∞ Wenen barones Theresia von Hueber, kinderen:

DD.d1. Franciβka, ≈ Wenen, St. Ulrich 23-11-1779.

DD.d2. Maximilian, ≈ Wenen, St. Ulrich 29-09-1781.

DD.d3. Theresia Cajetana, ≈ Wenen, Wieden (Paulanenkirche) 20-12-1783.

DD.e. Joseph Meyern von Meyernfeld, 

Koninklijke Infanterie Beieren, kroonprins, 1766 Kadet, 1773 examen, 1775 Fahnenjunker, Unterluitenant, 1777 Führer, 1778 afscheid.

DD.f. Anton, †Damgarten 1757, vanaf 1736 Burgemeester, Stadtrichter, Secretarius van Damgarten, Tabakshande­laar,N.N., † na 1765, kinderen:

DD.f1. Carl Albrecht, * Damgarten ≈ 19-01-1746, geen getuigen genoemd. 1760 huzaar Zweeds eskadron Quillenstedt in Pommerse Oorlog, 1787 luitenant bij huzaren tijdens Pruisische veldtocht in Holland.

DD.f2. Johanna Barbara, * Damgarten, ≈ 08-01-1748, getuigen Frl. von Plüsckow, Frl. Barbara von Buchwald, Herr Sergeant von Elgten.

DD.f3. Anthon Siegmund, * Damgarten, ≈ 24-04-1751, getuigen Rittm. von Schwartz auf Unruh, Herr Dr. Haselberg in Greifswald, Frau Kanzlistin Rosenow in Greifswald.

DD.f4. Maria Elisabeth Henriëtte, * Damgarten, ≈ 20-02-1754,† Berlijn 03-08-1814, ≡ Ev. Jerusalemskirche 07-08-1814.

DD.f5. Louisa Christina, * Damgarten, ∞ Stralsund (St Marien) 16-03-1778 Johann Karl von Kahlden, lui­tenant in Engelse dienst.

DD.f?. Johann, Kaufdiener 1764, boekhouder Tabaksbestuur Dam­garten 1784.

DD.g. Maria Theresia† 1815, ∞ Trier-St. Gangolf vóór 1810 Damian Friedrich Christian Müller, (samen zoon * Berlijn Infanterie Regiment 13 kerk 1782).

Overig

DD.i. Dieterich (Diricus) von Meyenfeld, leenman Altniederwied 1319-1329, burger van Hannover 1315.

Op de burcht Wied, een kleine 30 km van Bonn, bezit Dieterich leenrechten. Het gaat om Altniederwied dat aan de graven van Wied toebehoort. Hij bezit de rechten enkele aaneensluitende perioden, in elk geval vanaf 1319 en uiterlijk tot 1329.  Graaf Wilhelm I von Wied trouwt dat jaar met Agnes von Birneburg, wier vader Dieterich’s leen afkoopt en als huwelijksgift aan zijn dochter meegeeft, waardoor het leengoed (weer) in één hand valt. (1)

DD.j. N.N. von Meyenfeldt, Hannover, kinderen:

DD.j1. Adelheid, † Hannover 1505, ∞ ca 1484 Diet­rich vom Sode sr, Raads­heer en Gezworene van de stad Hanno­ver.

DD.j2. Hans, † Hannover vóór 1505, ∞ Gesche Gock­holt, † Hanno­ver 1505­.

Misschien is Hans van de gilde van de schoenmakers, die in 1445 een protocol opmaakt van de discussie tussen de Raad en de oppositie over de politieke macht in de stad Hannover. (2)

DD.k. Berchtold Mayer von Mayerfeld, rijksadel Neustadt 27-11-1634, dan 18 jaar vaandrig regiment Heinrich von Schlick, verkrijgt roodzegelprivilege, wapen in Siebmacher IV 128 nr. 1.

DD.l. Heinrich Meyer geadeld Von Meyerfeld, 03-09-1707, Bohemen.

DD.m. N.N. von Meyerfeld, Lüneburgische Wachtmeister, ≡ Kirch Lüblow, Ludwigslust 14–04-1725.

DD.n. N.N., von Mayersfeld, rijksridder, zonen:

DD.n1. Joseph Anton, † 12-03-1738, ∞ Maria Ludivika barones Morawetz, † na 1739, tussen 19-09-1731 en 09-05-1739 via koopovereenkomsten eigenaar landgoed Czettechowitz (Cetechovice) in Moravië.

DD.n2. Georg, Olmütz (Olomouc). Domheer, Scholastikus, erft Czettechowitz van zijn broer, maar schenkt het aan zijn weduwe-schoonzus.

Waarschijnlijk is een zoon van Joseph Anton majoor in het Neipperg infanterieregiment. Op 1 mei 1760 commandeert hij het garnizoensbataljon te Olmütz in de Zevenjarige Oorlog. Toen de Pruisische vijand in de vesting Glatz capituleerde, ging hij daar met een deel van zijn garnizoen naar toe. Op 1 januari 1761 krijg hij het bevel over het gehele regiment. Hij kreeg opdracht met het regiment naar Dresden op te trekken en na nog veel marsen bracht de Vrede van Hubertusburg zijn regiment in de nieuwe garnizoensplaats Leipnik.

DD.o. Karl Lorenz Mayer geadeld Von Mayerfeld, koopt in 1833 de Hofmark Gerzen en Aham (LK Landshut), samen met Mangern, Johannesbrunn en Loizenkirchen, onderdeel van Egglkofen bij Vlisbiburg in Beieren.

DD.p. Johann Michael Heinrich von Mayersfeld, Dr., Stabs-Feld-Artz in der Armee, Königgrätz en Praag 1820.

DD.r. Joseph Maykammer geadeld von Mayenfeld 0203-1770ritmeester bij het k.k. Cuiras­sierregiment Vo­ghera, Bohemen.

DD.s. Johann Nepomuk / Valentin Niedermann geadeld von Mayenfeld 11-04-1810, † Grätz (pension) 08-05-1819, k.-k. overste Deutschmeister infanterieregiment Bohemen, dochter:

Wiener Zeitung, Anspruch, 01-07-1819 

DD.s1. Clementina, * na 1827, ∞ Iordache Catargi, zoon van Ştefan Catargi en Safta Negri, twee kinderen.

DD.t. Vincenz von Mayersfeld, ridder in adelstand, k.k. ritmeester, qua-garnisons Auditeur 1833 koninkrijk Illyrië, provincie Laibacher.

DD.u. Therese von Mayersfeld, politiek activiste van de 1848-beweging.

Terug   ***   Verder

1. Fischer, “Geschlechts=Register der uralten deutschen Reichsständigen Häuser Isenburg, Wied und Kunkel”, Neuwied 1774.
2. W. Ollrog, “Niedersächsisches Geschlechterbuch”, deel 12, Limburg a/d Lahn 1971, pag. 344 en 351. Stadtarchiv Hannover B8273, Jürgens Chronik, pag. 86-92, Meyenfeld’sche Bericht (verloren gegaan boek).
3. “Vollständige Samlung von Actis Publicis und Staats Schriften (…) unter Kayser Franz”, deel 5, Frankfurt am Main 1751. pag. 199-204. Mandaten 9 en 28 juli 1745 bij het Tibunal tegenover bewindvoerder Stübner. Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St. Marien 1778/203. Stadtarchiv Wismar, Procesakten des Tribunals 1653-1803, nr. 2291 (7).
4. O.T. von Hefner, “Stammbuch des blühenden und abge­stornbenen Adels in Deuts­chland”, Regensburg 1865, deel II, pag. 45, met verwijzing naar Von Hellbachs Adelslexicon.
5. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici”, Leipzig 1747, deel II, pag. 727-728.
Evangelisches Pfarrambt Stralsund, St Marien 1846/13; St Jürgen 1875/121 en 1895/588. Stadtarchiv Stralsund, Rep. 30, doc. 268.