1.3.1. Vreemde krijgsdienst

De drie zoons van Andreas von Meijerfeldt en Catharina Wulff treden op jonge leeftijd in militaire dienst van regimenten in Lijfland. Volgens de nieuwe regels van de Zweedse koning Karel XI moeten zij – ook al zijn zij van adel – als gemeen soldaat in het leger beginnen, alle onderdelen doorlopen en een korte opleiding volgen. Volgens het plaatselijke recht van die tijd zijn zij op hun twintigste pas meerderjarig, maar kunnen wel eerder het leger in. Militaire opleiding en oefening kan wel in Lijfland plaatsvinden, maar werkelijke deelneming aan een oorlog niet, omdat Zweden – bij wijze van uitzondering – met geen van zijn buurlanden in oorlog is. Oorlogservaring kan alleen in het buitenland worden opgedaan.

Oudste zoon Carl Friedrich is de eerste die op 18-jarige leeftijd in militaire dienst treedt. Hij tekent tussen 2 en 6 oktober 1680 een wervingscontract bij het Estlandse infanterieregiment of Gouverneursregiment onder kolonel Johan Herman von Campenhausen. (1) Het regiment was drie jaar eerder in Reval (Tallinn) met goedkeuring van de Zweedse koning onder het volk geworven en het jaar daarop in Riga gestationeerd. (2) Zijn naam is voor het eerst op de monsterrol van zijn regiment van 125 man te vinden op 17 maart 1682, omdat hij zijn opleiding heeft voltooid en volwassen is geworden. Er zijn drie officeren: kapitein Anders Jerner, luitenant Gustaf von Campenhausen en hijzelf in de rang van vaandrig. Hij moet letterlijk het vaandel van zijn compagnie dragen en verdedigen, want de vijand ziet het als belangrijke oorlogsbuit. (3) 


Halve eerste bladzijde staat van dienst,
door Carl Friedrich zelf opgesteld, januari 1691

Carl Friedrich schrijft in zijn staat van dienst dat hij al in 1680 in de functie van vaandrig wordt bevorderd. Na maart 1682 zwaait hij af uit het Zweedse leger om zich in vreemde krijgsdienst verder te bekwamen. (4) Omdat de Zweedse koning Karel XI een politiek ten gunste van Lodewijk XIV voert valt zijn keuze op Frankrijk. Dat land is met al zijn buurlanden in oorlog op zoek naar gebiedsuitbreiding c.q. beter verdedigbare grenzen en gaat zelfs zo ver de Ottomanen te financieren voor hun beleg van Wenen om de handen van de Spaanse en Oostenrijkse Habsburgers te binden. Het land heeft maar liefst vijf grote goed getrainde legers beschikbaar. Stad na stad, zoals Straatsburg en Orange, en vervolgens het omliggend hinterland, worden bij het Franse rijk ingelijfd. De kansen keren als in 1683 Wenen ontzet wordt en de Habsburgers de handen vrij hebben om hun aandacht op de oprukkende Franse legers te richten. 

Intussen begint tweede zoon Johan August aan zijn militaire loopbaan. Hij wordt vrijwilliger in de Lijfcompagnie van het Baltische regiment cavalerie onder aanvoering van kolonel baron Johan Andres von der Pahlen, dat in de stad Wenden gelegerd is. Ook dit regiment was met goedkeuring van de Zweedse koning in 1678 geworven in Estland, Lijfland en Ingermanland. De alternatieve naam is Drottning (Ulrika Eleonora d.ä.’s) Regimente till Häst. Von der Pahlen is huurder van het slot van Oberpahlen.

Eerste regels van de door Johan August opgestelde
staat van dienst  1683-1700. 

Johan August schrijft in zijn staat van dienst in 1683 tot zijn regiment te zijn toegetreden. (5) In zijn latere baronnenbrief staat dat hij in 1684 vrijwilliger werd. Hoogstwaarschijnlijk is dit geen verschil van een vol jaar, maar van slechts enkele dagen rond de jaarwisseling. Bij zijn eerste benoeming op 10 januari 1686 staat namelijk dat hij twee jaar vrijwilliger is. (6)

Terug naar Carl Friedrich. Hij schrijft dat hij in 1684 deelneemt aan de Franse opmars onder maarschalk Créquy naar Luxemburg. Deze stad behoort bij het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie en wordt bestuurd en verdedigd door de Spaanse Habsburgers. Het hertogdom behoorde eerder tot Bourgondië en de Nederlanden. Toch spreken de Fransen omineus van Guerre des Réunions. Carl Friedrich maakt in januari de opmars onder Créquy mee en houdt het Spaanse ontzettingsleger vanuit Brussel op afstand. De beroemde vestingbouwer Vauban weet de stad begin juni te veroveren

Daarna stapt Carl Friedrich over naar het 3e Duitse infanterie regiment in Franse dienst, waarin veel Zweedse en Lijflandse officieren zijn geworven. Kolonel is Carl Johan (ook wel: Hans Karl) von Königsmarck. Diens zuster Aurora zal 24 jaar later ophef veroorzaken op de bruiloft van Johan August. Het regiment bestaat uit 16 compagnieën. De schutspatroon is  Saint-Maurice d’Agaune en het motto “Je tiens” (Ik volhard).

De standplaats van het regiment is Landau in de Palts, dat onder Frans bestuur is gekomen. Het grootste deel van het regiment is daar niet, omdat het zich aan het front in Catalonië bevindt. In augustus komt een voorlopig einde aan de gevechten door het bestand van Regensburg.

Uiterlijk augustus 1684 treedt ook derde zoon Wolmar Johan von Meijerfeldt op 17-jarige leeftijd in militaire dienst. In tegenstelling tot zijn broers kiest hij niet voor een nieuw geworven regiment, maar in navolging van  zijn voorvader Heinrich Meijer 120 jaar eerder voor de Lijflandse Adelscavalerie (Livländska Adelsfanan). Het regiment staat onder commando van Ewald Johan von Vitingshoff en de kapitein van zijn compagnie is Friedrich Wilhelm von Tiesenhausen. De garnizoenstad van die compagnie is ook Wenden. Drie jaar later zal hij kornet in zijn regiment worden. (7)

Door het bestand van Regensburg keren veel officieren terug naar huis. Carl Johan von Königsmarck treedt in dienst van zijn oom Otto Wilhelm. Carl Friedrich von Meijerfeldt wordt op 10 januari 1685 benoemd tot luitenant in zijn oude regiment te Riga, nog steeds geleid door kolonel Johan von Campenhausen. Op 23 juni schuift hij door naar de plaats van Carl Gustaf von Leijonborg in de compagnie van luitenant-kolonel Hans von Dellinghausen en op 12 oktober van datzelfde jaar naar de plaats van Gustaf von Campenhausen in de compagnie van kapitein Johan Helmersen. Deze verschuivingen zijn niet geheel horizontaal, omdat de compagnieën telkens een hogere rangvolgorde in het regiment hebben. (8)

Inmiddels is Johan August klaar met zijn opleiding en volwassen geworden. Von der Pahlen benoemt hem in de stad Reval op 10 januari 1686 tot kornet in zijn regiment en deelt hem in bij de compagnie van ritmeester Georg Reinhold von Tiesenhausen. Dat is dezelfde rang als waarin Carl Friedrich begon, maar bij de cavalerie is de benaming niet vaandrig. Het huwelijk van zijn ritmeester een jaar later mag hij ongetwijfeld bijwonen. (9)

Ondanks zijn verschuivingen ziet Carl Friedrich een promotie tot kapitein in zijn regiment aan zijn neus voorbij gaan. Gouverneur-generaal Jakob Johan Hastfer ziet zich door politieke manoeuvres gedwongen de Lijflandse edele Johann Reinhold Patkul – zonder enige militaire opleiding en ervaring – op 14 mei 1687 te benoemen als nieuwste kapitein onder kolonel von Campenhausen. Patkul maakt al snel ruzie met zijn meerdere, klaagt hem aan bij gouverneur Soop in Riga en stapt drie jaar later over naar de Lijflandse politiek om het grootgrondbezit uit handen van de Zweedse koning te houden. (10)

De komst van Patkul is voor Carl Friedrich aanleiding zes weken later – op 28 juni 1687 – over te stappen naar het in Finland geworven infanterieregiment onder kolonel Dettloff Hauenschildt. Daar kan hij wel in de rang van kapitein het commando over de compagnie van de tot majoor gepromoveerde Fromhold Johan Lippe overnemen. Hij klimt zijn verdere leven op in dit regi­ment, dat belast is met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. (11)

Ook Johan August lukt het promotie te maken. Von der Pahlen benoemt hem in Reval op 2 februari 1689 tot luitenant in de compagnie van Von Tiesenhausen van zijn regiment cavalerie. (12)

Terug   ***   Verder

1. Te herleiden uit de data van zijn verschillende militaire rollen in combinatie met het aantal daarin vermelde dienstjaren.
2. G. Anrep, “Svenska Adels Ätters-taflor”, Stockholm 1861, pag. 888-889.
3. Krigsarkivet, 0022 Rullor 1620-1723, 1682/9, folio 774.
4. Riksarkivet, 754/1. Ämnessamlingar, Militaria, Administrativa handlingar rörande armén, V/2. Arméns meritförteckningar, M 964 Österbottens Regemente, januari 1691, folio 15, 15v en 16.
5. Uppsala Universitetsbiblioteket, X.240. Svensk biografi i portföljer. Meijerfelts papper, “Untertähnigeβ Memoriall wo und wie lang Ich in diensten gestanden”, november 1700.
6.
Frijherre Bref för General Major Johan August Mejerfeldt“, Rawitz d. 12. July 1705. G. Anrep, “Svenska Adels Ätters-taflor”, Stockholm 1861, pag. 888-889 volgt het jaartal 1684, terwijl H. Villius, lemma in Svenskt Biografiskt Lexikon, Stockholm 1986, deel 25, pag. 471, teruggrijpt op 1683.
7. Krigsarkivet, 0022 Rullor 1620-1723, 1699/4, folio 208, af te leiden uit het aantal daar genoemde dienstjaren.
8. Riksarkivet,  1112.1. Riksregistraturet 1523-1718, B/489,
folio 66, “Lieutenants fullmakt”. Krigsarkivet, 0022 Rullor 1620-1723, 1684/1, folio 120 en 122.
9. Uppsala Universitetsbiblioteket, X.240. Svensk biografi i portföljer, Meijerfelts papper, Cornette.
10. Johann Reinhold Patkul zal twee keer als verliezer tegenover Johan August von Meijerfeldt komen te staan: in 1704 bij de Slag om Posen en in 1708 bij zijn executie in Kasimirz.
11. Krigsarkivet, 0022 Rullor 1620-1723, 1687/10, folio 380.
12. Uppsala Universitetsbiblioteket, X.240. Svensk biografi i portföljer, Meijerfelts papper, Lieutenant. H. Villius, pag. 471. In de Frijherre Bref staat het jaar 1688.