4.6.1. Ulm

Het geslacht Von Meyenfeld uit Ulm is van oeroude adel. Het gaat terug naar Mathias en Hans Claus(s)en uit Frankfurt am Main, die in 1491 een wapenbrief van keizer Maximiliaan I krijgen. Hans Clauss krijgt in 1548 een wapenbrief van keizer Karel V. In 1616 is er bovendien een wapenbrief voor Jürgen Valentin Winter en Johann Enslin.

Johann Jacob Friedrich Meyer is een nazaat. Hij is geboren in 1711 en koopman in Frankfurt. Hij trouwt daar met Wilhelmina Elisabetha Fischer zum Würzburg Eck. In 1742 koopt hij “Kurbayern lehnbaren 5,5 Juchart Ackers” in Ringingen van Johann Matthäus Klaus, handelsbediende in Frankfurt. Ringingen is een klein stadje, bijna 20 km ten westen van Ulm. Sindsdien kan hij “von und zu Ringingen” aan zijn naam toevoegen.

Keizer Karel VII verleent Johann Jacob Friedrich Meyer von und zu Ringingen op 3 april 1743 een leenbrief en op 8 april 1743 een adelsbrief. Hij verheft hem tot Rijksridder. De familienaam wordt uitgebreid tot Edler von Meyenfeld zu Ringingen und Bubenhausen. Bubenhausen ligt ruim 20 km ten zuidoosten van Ulm. In de wapenbrief staat de verwarrende naam Bobenhausen, een gebied net te zuiden van Frankfurt. (1) Op verzoek wordt bij Akte van 10 april toestemming verleend Mayer in de naam te laten vervallen. In de wapenbrief wordt ook een schild beschreven:

AT-OeStA/AVA Adel RAA 266.36, Mayenfeld zu Ringingen und Bobenhausen (Mayer von und zu Ringingen), Johann Jakob Friedrich, kaiserlicher Kriegskommiss?r, aus Ulm stammend, Wappenbriefe von Maximilian I. dd. 1491 und Karl V. dd. 1548 besitzend, alter Adelsstand, Ritterstand, ?Edler von Mayenfeld zu Ringingen und Bobenhausen?, Bewilligung zur Weglassung des bisherigen Familiennamens Mayer, privilegium denominandi, privilegium de non usu, 4/8/1743, Artist:AT-OeStA/AVA Adel RAA 266.36

Rietstap Mayenfeld

J.B. Rietstap, “Armorial Général”, Gouda 1884, deel I, pag. 181.

Von Meyenfeld is tot 1767 Oorlogscommissaris voor de Beierse erfprins Maximiliaan Jozef. In 1744 had hij al troepen geïnspecteerd die in dienst van de keizer gaan treden. In 1790 overlijdt hij.

Een zoon Johann Friedrich von Meyenfeld wordt op 1 september 1737 geboren. Hij is in 1744 al op 7-jarige leeftijd vaandrig in een regiment dragonders in Beierse dienst. De familie verhuist in 1747 naar Ulm aan de Donau, een grensstad in Württemberg met Beieren. Daar wordt 1747 een tweede zoon Franz Karl Benedict geboren. Op 4 maart 1749 vindt een trieste gebeurtenis plaats: tijdens de geboorte op 4 maart 1749 overlijden zowel moeder als een nieuwe dochter.

Weduwnaar Von Meyenfeld hertrouwt in Reutlingen op 26 augustus 1750 met de weduwe Anna Maria Louisa Sophia barones von Diemar. Haar vader is Johann Adam, infanteriegeneraal bij het Keurvorst van Saksen, haar oom veldmaarschalk Ernst Hartmann en haar grootvader de Zweedse ritmeester baron Wilhelm Sebastian von Diemar. In 1751 wordt in Ulm al een zoon geboren, maar hij overlijdt nog hetzelfde jaar. Een volgende zoon Ernst Franz Friedrich Wilhelm Ludwig wordt op 12 mei 1752 in Ulm gedoopt.

Oudste zoon Johann Friedrich studeert inmiddels filosofie en werktuigbouwkunde, met name met betrekking tot de artillerie. Hij verlaat het leger niet want is kapitein-luitenant in de cavalerie in 1756 en overste in de artillerie in keizerlijke dienst het jaar daarop. Hij maakt drie veldtochten mee en toont bijzondere dapperheid bij het beleg van Dresden en een actie bij Meissen. In het winterkwartier van 1760 sterft hij op 23-jarige leeftijd aan nekkramp.

Uitvoerig grafschrift voor Ioh. Fried. von Maÿenfeld
St. Michael (zuidwand), Fürth bij Nürnberg

Zijn jongere broer Franz Karl Benedict is ook officier in het leger, eerst luitenant, later kapitein. In 1777 huwt hij Anna Maria Hafner en krijgt bij haar dat jaar een zoon Joseph. In 1785 hertrouwt hij Philippine Charlotte Ernestine vom Holtz. Vader Von Meyenfeld overlijdt op 19 maart 1790 in Ulm. Franz wordt in 1791 hohenlohe-bartensteinischer Oberforstmeister en ontvangt in 1794 de onderscheiding Commandeur van de Hohenlohe Haus- und Phoenix Orden in Baden-Württemberg.

Genealogie

U. Meyer, twee kinderen:

UU.1. Johann Jacob Friedrich Meyer, ritter und edler von Meyenfeld zu Ringingen und Bubenhausen, * 1711, † Ulm 19-03-1790, koopman, militair, bestuurder, ∞1 Wilhelmina Elisabetha Fischer zum Würtzburg Eck, † Ulm 1749 of 1750, ∞2 Reutlingen 26-08-1750 barones Anna Maria Louisa Sophia von Diemar, dochter van Johann Adam von Diemar, kinderen:

1742-1767 Oorlogscommissaris voor Beierse erfprins Maximiliaan Jozef.
1743 Logierung, Verpflegung und Transport der 200 Remontepferde im Amt Friedewald ohne Requisition.
1744 Inspectie troepen die in dienst van de keizer gaan treden.
1757 Stellung von 12 Wagen Vorspann.
Gesuch um Gestattung der Beibehaltung des Bürgerrechts und Ablegung des Bürger- und Schatzungseides für Sohn 2 und Sohn 3.

UU.11. Johann Friedrich, * Frankfurt am Main 01-09-1737, † Fürth 29-01-1760, ≡  St. Michael, Fürth.

1744 Vaandrig in een regiment dragonders in Beierse dienst.
Studeert filosofie en werktuigbouwkunde m.b.t. artillerie.
1756 kapitein-luitenant cavalerie.
1757 overste artillerie in keizerlijke dienst.
Drie veldtochten o.a. beleg van Dresden en actie bij Meissen.
1760 sterft in winterkwartier aan nekkramp.

UU.12. Johann Anselm, * Ulm 1740, † Ulm 27-07-1793.

UU.13. Franz Karl Benedict, * Ulm 1747, militair en bosbeheerder, ∞1 Plochingen, Neckar 12-08-1777 Anna Maria Hafner, ∞2 15-05-1785 Philippine Charlotte Ernestine vom Holtz, * 23-02-1753, dochter van Gottfried vom Holtz, Herr auf Alfdorf, Aichelberg, Amlishagen etc. (1716-1777) en Eleonore Ernestine Christine Schenk von Geyern (1725-1783), zoon uit eerste huwelijk:

Luitenant, later kapitein.
1791 Hohenlohe-Bartensteinischer Oberforstmeister.
1794 Commandeur Hohenlohe Haus- und Phoenix Orden in Baden-Württemberg.

UU.121. Joseph, * 1777, † Stuttgart 20-10-1792.

UU.13. Susanna Wilhelmina Margaretha, * Ulm 04-03-1749.

UU.14. Ernst Friedrich Wilhelm Ludwig, * Ulm 07-06-1751, † 1751.

UU.15. Ernst Franz Friedrich Wilhelm Ludwig, * Ulm, ≈ 12-05-1752.

UU.2. Franz Robert, dochter:

UU.21. Maria Elisabeth Josepha, ∞ Ulm 10-02-1732 Anthoni Roth.

Terug   ***   Verder

1. Stadtarchiv Ulm, A. Reichstädtische Aktenüberlieferung, Rep. 15 A 4128 en 2429. S. Handry, “Neu-Ulm, der Altlandkreis”, in: Historischer Atlas von Bayern, Teil Schwaben, Reihe 1, Heft 18, München 2011, pag. 368.