Het leven van Carl von Meijenfeldt speelt zich af gedurende het bewind van drie Nederlandse koningen Willem. De eerste was enkele maanden na zijn geboorte ingehuldigd en diens achterkleindochter Wilhelmina wordt op 6 september 1898 ingehuldigd. Enkele maanden daarna overlijdt Carl op zondag 12 februari 1899, een uur na middernacht, thuis aan de Noorderstraat 90 in Amsterdam. Naast zijn hoge leeftijd staan geen redenen van overlijden vermeld.

Carl von Meijenfeldt
L.R. Werner, Nieuwendijk, Amsterdam
De kinderen van Carl en hun echtgenoten sturen rouwkaarten rond en plaatsen advertenties in de kranten. Daarin staat de aankondiging dat de teraardebestelling zal plaatsvinden op donderdagmiddag 16 februari. Op de begraafplaats “Te Vraag”, waar Nel vier jaar eerder was begraven, zal de plechtigheid plaatsvinden.
Ingang protestantse begraafplaats “Huis Te Vraag”
Carl sterft twee maanden voor zijn 84ste verjaardag en tien maanden voor de eeuwwisseling. Van zijn generatie leeft alleen nog Naatje Kennedij, de weduwe van zijn broer. Van zijn nageslacht met de familienaam Von Meijenfeldt overleven zes kinderen hem en 18 nog niet genoemde kleinkinderen, die in de jaren daarna per saldo tot 22 groeien. Daarmee is Carl met recht de stamhouder van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt te noemen. Zoon Frits zet zich aan de afwikkeling van de nalatenschap en weet nog f 125 wachtgeld te innen over het eerste kwartaal van 1899.
Daarmee eindigt het verhaal van de stamhouder, maar niet de naam Carl von Meijenfeldt. In 1883, 1884 en 1886 hadden Evert, Carl Frederik en Frederik Hendrik hun oudste zoon al naar hem vernoemd. Na de begrafenis krijgt Hendrik op 28 augustus 1899 een eerste zoon. Die noemt hij ook Carl. Omdat de andere kinderen ook allerlei voorouderlijke doopnamen krijgen, betekent een chronologische voortzetting van het verhaal dat het onbegrijpelijk wordt. Daarom wordt de familiekroniek gegroepeerd rondom de afzonderlijke takken.
