3.9. Ontrafeling

In alle generaties zijn leden van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt bezig geweest met de overlevering dat zij van Zweedse adel afstammen. Bron van die overlevering is  Inderdaad zijn de overeenkomsten in naam, tijd en plaats bijzonder groot. Het feit dat hun militaire beroep, de Duitse taal en het Luthers geloof ook gelijk zijn is minder uitzonderlijk, maar draagt wel bij aan de band. De speurtocht naar de afkomst van de stamvader heeft sindsdien de volgende resultaten opgeleverd:  

1. Uit de informatie van stamhouder Carl in zijn brief van 1876 naar Helsingfors, dat zijn vader in 1760 in Stralsund was geboren en de Zweedse veldmaarschalk Von Meijerfeldt zonder twijfel zijn grootvader was, volgt de conclusie dat de stamvader diens voorhuwelijkse natuurlijke zoon was.

2. Volgens de Rotterdamse overlijdensaangifte in 1835 waren Johann August von Meijenfeldt en Anthonetta von Sparre de ouders van de stamvader. In 1812 en 1817 waren zij in Rotterdam doopgetuigen bij zijn kinderen.

3. Juliana von Meijenfeldt gehuwd Thielo, die in 1808 in Amsterdam en in 1815 in Rotterdam doopgetuige was bij de kinderen van de stamvader, is dezelfde persoon als Augusta Juliana Meijer gehuwd Tilow, die in 1795 een legaat van 1000 rijksdaalder van de Zweedse veldmaarschalk kreeg en in 1802 voor de helft bij diens weduwe afkocht. Zij was volgens een aantekening van haar aangetrouwde neef en pastor een natuurlijke dochter van de Zweedse veldmaarschalk. Volgens de kerkboeken trouwde zij tweemaal met een Thilow, kreeg bij hen acht kinderen en droeg de achternaam Meijerfeldt tussen 1793 en 1800, toen de Zweedse veldmaarschalk zijn testament opstelde en 10 km verderop in Nehringen verbleef en daar werd begraven.

4. De stamvader maakte in 1811 een tekening op een  Nieuwjaarswens die sterk lijkt op die van de afdekplaat van het Zweedse familiegraf in Nehringen. Bij de restauratie van dat graf in 2023 kwamen botten vrij, waar de Universiteit van Göttingen laboratoriumonderzoek naar deed met de conclusie, dat op alle 17 onderzochte locaties het mannelijke Y-chromosoom overeenkomt met dat van het wangslijm van Carls achterkleinzoon Hugo. Dit profiel is zeer zeldzaam, waardoor de overeenkomst waarschijnlijk geen toeval is maar eerder duidt op een vaderlijke afstamming.

5. Bij Augusta Juliana Meijer(feldt) geh. Thielow was eind 1791 in Wolfsdorf een plaatsvervangend doopgetuige Johan August Schohl uit Stralsund. Deze Stückjunker bij de Zweedse artillerie kreeg begin april 1793 op 32-jarige leeftijd ontslag wegens kruitdiefstal en ging bij zijn vlucht naar Hamburg langs zijn zuster, pachtersvrouw in Wolfsdorf. Dat was Augusta Juliana, dus is kan Schohl nieman anders dan de stamvader zijn. 

Op grond van de bovenstaande bevindingen staat het voldoende vast dat stamvader Johan August en zijn zuster Juliana Augusta allebei natuurlijke kinderen van de Zweedse veldmaarschalk von Meijerfeldt zijn. Met die conclusie kan de speurtocht als geslaagd worden bestempeld, ook al staan hun precieze geboortedatum en moeder niet vast. 

De uitkomsten van de speurtocht kunnen waar mogelijk bekend worden gemaakt. Voor het formeel laten vastleggen van de afkomst van de Nederlandse familie bestaat geen procedure, tenzij het de bedoeling is adellijke stand in Zweden, Duitsland of Nederland te verwerven. Mocht het al van deze tijd zijn om dat te willen en mocht het de tijd en het geld waard zijn, dan nog ontbreekt de juridische grond. Een verzoek bij het Zweedse Ridderhuis zou meteen afstuiten op het ontbreken van een document, waarin de veldmaarschalk de stamvader als zijn zoon erkent of noemt en/of op het ontbreken van een akte of register van de geboorte of doop van de stamvader met de naam van de graaf als diens vader. Dit zorgt voor niet-ontvankelijkheid van een eventueel verzoek bij de Hoge Raad van Adel in Den Haag om als buitenlandse adellijke familie bij de Nederlandse adel te worden ingelijfd, omdat artikel 2, derde lid, van de Wet op de Adeldom voorschrijft dat het geslacht tot de wettelijk erkende adel (van Zweden) moet behoren.

Informeel mag het familiewapen natuurlijk wel gebruikt worden, maar moet er dan geen balk in te staan omdat de stamvader een onechte zoon is? Inderdaad moet volgens de heraldische regels een balk van linksboven naar rechtsonder in het wapen worden aangebracht, maar in dit geval niet. Aan twee voorwaarden is namelijk niet voldaan: het moet onomstotelijk bewezen zijn dat hij een natuurlijke zoon is en dat de Zweedse graaf hem heeft erkend. Zelfs zijn zus Augusta Juliana voldoet niet aan die twee voorwaarden.

Terug  ***   Verder