1.8.5. Donatiebrief

In de negentiende eeuw woedt in Finland onder wetenschappers een discussie over de ontsluiting van de “Meijerfeldtska papperen“, ook wel bekend als de donatiebrief van gravin Louise Sparre. Die berichten bereiken de Finse en Zweedse dagbladen. (1) Als uiteindelijk een deel ontsloten wordt bereikt dit ook de Nederlandse dagbladen. Dat trekt dan de aandacht van de Nederlandse familie Von Meijenfeldt, die besluit er navraag naar te doen. Alle reden om het hier gedetailleerd te behandelen. (2)

Na het overlijden van graaf Johan August von Meijerfeldt jr in 1800 neemt zijn weduwe het besluit om een deel van zijn papieren af te staan. Zij noemt als directe aanleiding haar voorgenomen verhuizing uit Näsby Sättesgård, hoewel zij dat pas in 1817 verkoopt. Zij zegt te hopen wetenschappelijke onderzoek maar de documenten er na verloop van tijd toe zal leiden dat de geschiedenis gunstig over haar man zal oordelen. Daarom stipuleert zij dat de papieren pas 50 jaar na dato geopend mogen worden. Dit alles schrijft Louise op Näsby in een brief van 10 juli 1806. Bij haar donatiebrief voegt de gravin twee stapels brieven. Zij wikkelt de stapels elk in een omslag met de volgende opschriften:
1) Fältmarskalken Grefve Meyerfelts particuliere Correspondence mod Högstsalig Konung Gustaf III och Hertig Carl af Södermanland under krigsåren 1788-1790.
2) Privata Brefver ifrån Generalarne m. m.
Onder beide teksten schrijft zij “om in een later stadium te gebruiken“.
Beide omslagen sluit zij af met een lakzegel met het verenigde Meijerfeldt-Sparre wapen.

Louise doet de schenking aan de Koninklijke Academie van Åbo (Turku), na Uppsala en Dorpat (Tartu) de grootste universiteit van het koninkrijk Zweden. Zij overhandigt de papieren aan Carl Adam Wachtmeister, met wie zij goede banden heeft, en vooral omdat hij de kanselier van de Åbo Academie is. In Stockholm geeft Wachtmeister het door aan zijn vice-kanselier, aartsbisschop Tengström, die op het punt staat naar Åbo af te reizen. Eenmaal gearriveerd in Åbo overhandigt Tengström de brief met twee pakketten aan de Academie. Hij stelt voor het in een kist te bewaren, waarin hij de nog in bewerking zijnde verzameling van wijlen hoogleraar Porthen gaat opslaan. Op 13 augustus 1807 gaat het Academiebestuur daarmee akkoord en stuurt de gravin daarvan een bericht.

Tien jaar later, een half jaar voor het overlijden van Louise, is Tengström klaar met zijn werk. Hij stelt een memorandum op om de papieren van Porthan toe te voegen aan de Meijerfeldtse papieren. Hij doet het voorstel de kist met twee sleutels te sluiten, te verzegelen en pas in het jaar 1900 te openen. Bij besluit van 24 maart 1817 gaat het Academiebestuur met dat voorstel onder dankzegging akkoord.

In 1827 verwoest een grote brand de stad Åbo. Op 5 september bereikt de brand de bibliotheek en het archief van de Academie. Een jonge historicus Gabriel Rein weet veel te redden. De kast waarin de kist zich bevindt staat gelukkig in een ander gebouw. Finland is dan een groothertogdom binnen het Russische keizerrijk en de tsaar wijst Helsingfors aan als nieuwe hoofdstad. De Academie moet met bibliotheek en archief mee verhuizen en wordt vernoemd naar de tsaar: Alexander Universiteit.

Tengström laat in 1828 toch de kist openen. Hij is er niet gerust op is dat de inhoud daarvan onbeschadigd is gebleven. Dat blijkt allemaal mee te vallen. Voordat hij de kist opnieuw sluit en verzegelt maakt hij van de gelegenheid gebruik om de tweede omslag van de Meijerfeldtse papieren uit de kist te halen. Tengström doet er zelf een omslag om heen met de tekst “Fältmarskalken grefve Meyerfelts enskilta correspondence med K. Gustaf III och Hertigen af Södermanland åren 1788—1790, skänkte af Grefvinnan Meyerfelt till Universitetet i Åbo”. Die tekst is verkeerd. De correspondentie van Von Meijerfeldt met de koning en zijn broer blijft juist in de kist achter. De universiteit doet nog eens een verzegelde omslag om Tengström’s omslag, met de tekst dat het in het jaar 1856 mag worden geopend. Dit pakket komt los in dezelfde kast te liggen.

Zomer 1856 zijn de 50 jaren voorbij. De bibliotheek en het archief van de universiteit zijn echter niet meer in Helsingfors. Zij zijn naar Tavastehus in het binnenland overgebracht, vanwege de Krimoorlog waarin Rusland onder andere tegenover het geallieerde Zweden staat. Later in 1856 is de oorlogsdreiging voorbij en wordt het archief naar een bankgewelf van de universiteit in Helsingfors gebracht.

Gabriel Rein, de redder van de Meijerfeldtse papieren, inmiddels hoogleraar geschiedenis en rector van de universiteit, stelt het Academiebestuur op 6 april 1859 voor de tweede omslag te openen. Op 27 april wordt daartoe besloten. Rein neemt het pakket mee naar huis, treft 90 brieven en nog wat andere documenten aan en constateert dan pas tot zijn teleurstelling dat er geen correspondentie met de koning maar met generaals in zit, die niet veel toevoegt voor zijn boek over de Zweeds-Russische Oorlog. In 1760 publiceert hij het boek, met daarin toch nog 15 onverkorte brieven als bijlage. Drie jaar later geeft hij het pakket aan de universiteitsbibliotheek. (3)

De opvolger van Rein, hoogleraar rechten Palmén, komt achter de werkelijke inhoud van de kist. Hij meent onder luid protest van de erfgenamen van Tengström dat het tot 1900 gesloten houden van de kist in strijd is met de donatiebrief van gravin Louise en het testament van Porthan. Op 2 april 1862 besluit het Academiebestuur de kist te openen, maar alleen de overgebleven Meijerfeldtse eerste omslag er uit te halen. De bestudering daarvan wordt opgedragen aan Rein en Cygnaeus.

In 1900 wordt uiteindelijk de kist geopend, maar daar zitten uiteraard geen Meijerfeldtse papieren meer in. Beide omslagen bevinden zich wel in de handschriftenverzameling van de Universiteitsbibliotheek, Voor het eerst wordt er een complete index van gemaakt. (4).

Terug   ***   Verder

1. Alle teksten, transcripties en vertalingen in de bijlage Briefwisseling 1788-1790.
2. Tweede deel, Brief naar Helsingfors.
3. G. Rein, “Kriget i Finland åren 1788, 1789 och 1790”, deel 1, in “Bidrag till Kännedom af Finlands Natur och Folk”, deel 3, Finska Vetenskaps-Societeten, Helsingfors 1860.
4. Helsinki University Library, Manuscripts, index Coll. 144