3.2.2. Hendrich?

In de schildbrief van 1674 staat geen voornaam bij Meijer. In eerdere en latere correspondentie komt steeds de naam Andreas voor. Dat rechtvaardigt de keuze.

Het geslacht Meijerfeldt staat voor het eerst in het Matrikelboek van het Ridderhuis in Stockholm van 1731 onder Nr. 864  vermeldt. Daar staat wel een voornaam bij. Niet Andreas of het verzweedste Anders, maar Hindr. Bij de eerste Zweedse wapenboeken uit 1734 en 1746 met zwart-wit afbeeldingen van het wapen staat Hendrich. (1)

Hoe is dit te verklaren? Een onjuiste lezing van de schildbrief lijkt vergezocht:

Met een hoop fantasie kan hier “Hendrig” zijn gelezen, maar er staat “elskälig“. Dat is de oude spelling voor “älskalig“. Dat betekent  “geliefde” of “getrouwe”. Een verkeerd gebruik van bronnen lijkt waarschijnlijker. De overgrootvader van Andreas heet Heinrich (Hinrik, Henric) Meijer. Hij is de eerste Meijer die in 1562 in dienst van de Zweedse koning treedt. Bij gebreke van een voornaam in de schildbrief kiest de genealoog dan maar deze voornaam.

Om diverse redenen zijn Andreas en Hendrich Meijer één en dezelfde persoon:
– In het volgende Matrikelboek uit 1754 staat weliswaar opnieuw Henric en bovendien war barnfödd i Lifland (geboren in Lijfland), maar de auteur heeft een aantal jaren geleefd en onderzoek gedaan in Riga en uit zijn nagelaten papieren blijkt dat hij naast Hinric ook Anders schrijft en tenslotte alleen Anders. (2)
– In 1769 komen handgeschreven genealogieën, tekeningen en verhalen uit van een Duitse leraar in Riga. Hij heeft de Duitse spelling, die beter bij het gebied past dan de Zweedse. Bij het geslacht Meyer meldt hij als voornaam: Andreas (nach anderen Nachrichten Hinrich). (3)
– Na zijn verheffing in de Zweedse adelstand voert hoofdinspecteur Von Meijerfeldt correspondentie en rechtszaken. In de originele documenten ondertekent hij met de voornaam Andreas. (4)

Na de uitbreiding van de achternaam in 1674 wordt hij soms nog Andreas Meijer genoemd. Meestal is het een nalatigheid, maar twee keer is het een andere persoon: de appelrechter die op 13 augustus 1678 benoemd wordt (5) en de secretaris van de General-kirchenkommission in Riga, verantwoordelijk voor bijbelzorg en onderwijsmateriaal, in 1681 opgevolgd door Emanuel Reger. (6) 

Terug   ***  Verder

1. J.H. Werner, “Matrikel öfwer Swerikes Ridderskap och Adel”, Stockholm 1731, pag. 70: Ridders- och Adelsmän, Meyerfeldt, Hindr., Nov. 1674 intr. 1675. E. Kiellberg, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapnebok”, Stockholm 1734. D.G. Cedercrona, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapen-Bok”, Stockholm 1746. voorblad, Wapenplaten pag. 10 en 94, Register pag. 2 en 18.
2. A.A. von Stiernman, “Matrikel öfver Swea Rikes Ridderskaps och Adel”, Stockholm 1754-1755. ♣ A.A. von Stiernman, “Sveacia Illustris. Slägttaflor öfver de på Svenska Riddarhuset until år …. introducerade ätter i alfabetisk ordning”, del M-O, Mejerfelt.
3. J.C. Brotze, “Sammlung verschiedner Liefländischer Monumente”, Riga 1671, deel 1:2, pag. 163v en pag. 174 en deel 3:2, pag. 237v-238.
4. Rahvusarhiiv Eesti, 1, 2.411, Nr. 29folio 111-112v en 419 Nr. 58, folio 161-163.
5. A.C. Meurling, “Svensk domstolsförvaltning i Livland 1634-1700”, Lund 1967, pag. 132-133. Zij maakt bovendien de fout Anna Christina von Hastfer als diens moeder in plaats van schoondochter te presenteren. Zie ook Gillingstam.
6. A. Pōldvee en K. Taifenau, “Emanuel Reger über den Aufbau des livländischen Schulwesens”. Forschungen zur baltischen Geschichte 2018, pag. 124.