In het voorjaar van 1880 verlaat oudste zoon Evert von Meijenfeldt het ouderlijk huis. Op 27 maart krijgt hij op zijn eigen verzoek ontslag als schrijver bij de Amsterdamse Rijkswerf. Een certificaat dat hij daar iets meer dan 19 jaar werkte krijgt hij toegestuurd, want een bronzen medaille loopt hij net mis. De aanleiding is dat Willem Hovij hem heeft gevraagd magazijnmeester te worden bij Van Vollenhoven & Co. Het bedrijf maakt ruime winst en is de grootste van het land, nadat de brouwerij aan de Hoogte Kadijk vijf jaar eerder volledig met stoomaandrijving was vernieuwd. Naast de traditionele Princesse Bieren en Ale ligt de focus steeds meer op het brouwen van Stout. Alcoholproductie en mannenbroeders lijkt een slechte combinatie, maar: Bij den chocoladeketel en de water- en melkkaraf kweekt ge geen geslacht van kloeke calvinisten. De mannenbroeders zijn eerder bezorgd om de uitbundige jeneverconsumptie en zijn opgelucht met bier een gezond alternatief voor het niet drinkbare grachtenwater te hebben. Om nieuwe markten aan te boren geeft de brouwerij stout zelfs een geneeskrachtig predicaat:

Evert begint niet in Amsterdam maar in Rotterdam. Met attestatie van de kerk gaat hij daar op kamers aan de Jacobusstraat 40. In dat huis woont Johanna Elisabeth (Jo) van Leusden, in Rotterdam geboren op 8 december 1853. Als zij met haar ouders Michiel van Leusden (1815-1885) en Johanna Geertruij Grootenboer (1822-1907) kort daarop gaat verhuizen verloven zij zich. Evert verhuist mee naar de Mauritsstraat 133 in Rotterdam.
Met Van Vollenhoven & Co gaat het financieel slechter. De populariteit van ondergistende bieren valt niet te negeren, mede door toedoen van prijsvechter Heineken. Hovij trekt geld aan door de oude bedrijfsvorm om te zetten in een naamloze vennootschap, de N.V. Bierbrouwerij en Azijnmakerij ‘De Gekroonde Valk’. Daarnaast neemt hij een brouwerij over in Dordrecht: “De Oranjeboom” aan de Varkensmarkt, niet te verwarren met de Rotterdams-Bredase bierbrouwerij met die naam.
Bierviltje |
De gekroonde valkNiet alleen op een pilaar in Amsterdam, ook op een dakrand in Dordrecht |
Evert zegt ja tegen Hovij om in Dordrecht chef te worden. Op 3 oktober 1881 komt hij eerst naar Amsterdam terug om zich voor te bereiden. Op 4 april 1882 verhuist hij met attestatie van de kerk naar Dordrecht, waar hij bij zijn 71-jarige oom Hendrik en tante Naatje gaat wonen. Nog maar net heeft hij zijn hielen gelicht, of een grote brand breekt uit in de mouterij aan de Hoogte Kadijk in Amsterdam. De enorme vuurzee wordt met moeite geblust, maar de bierproductie loopt geen gevaar. Naast de bestaande brouwerij komt een nieuw deel om laaggistend Bock, Münchener, Beijersch, Pilsener en Lager te brouwen, compleet met ijsfabriek voor afnemers in de stad.
Jo van Leusden woont in Rotterdam nog steeds bij haar ouders. “Omdat zij geen zin had op het schrikkeljaar te wachten” vraagt zij haar verloofde Evert ten huwelijk. (1)
|
|
|
Met oom Hendrik reist hij naar Rotterdam en gaat met haar in ondertrouw. Uit Amsterdam arriveren tweede en derde getuige zwager Jan van der Tas en broer Carl Frederik. De bruiloft is op 13 juli 1882. Na afloop reist Jo mee met Evert naar Dordrecht, waar zij een eigen woning betrekken. Zij krijgen kort achter elkaar twee zoons. De eerste wordt op de Albert Cuypstraat 252 geboren op 3 april 1883, in de nacht om 3:00 uur. De tweede komt op 15 oktober 1884 om 13:30 uur op de Matthijs Balenstraat 11 ter wereld. Daarna komen drie dochters: eind 1887, begin 1890 en op 1 januari 1892.
Op de brouwerij krijgt Evert bezoek van de agent van politie eerste klasse A. den Boer, die onder een of ander voorwendsel bij de tapinstallatie om een glas bier vraagt. Dit is kennelijk een druppel die de emmer doet overlopen, want op 21 juli 1884 beklaagt hij zich bij de burgemeester over deze verregaande brutaliteit. (2)
1. Herinnering van kleindochters Jopie en Gré von Meijenfeldt.
2. Stadsarchief Dordrecht, Archief 6, Inv 3498, Doos 2, Envelop 1.

Bierviltje

