Carl Frederik (1921-1984)
Oudste zoon Carl in het gezin Scholte doet eindexamen aan het Hervormd Lyceum in Amsterdam. Hij gaat in 1938 in dienst bij het Koninklijk Marine Instituut in Den Helder. Na twee jaar studie bereikt hij de officiersrang van sergeant adelborst. De capitulatie leidt tot zijn demobilisatie. Hij woont aan de Apollolaan en studeert geneeskunde in Amsterdam, maar moet daarmee stoppen omdat hij weigert de loyaliteitsverklaring aan de Duitse bezetter te tekenen. Aan de erewoordverklaring voor beroepsmilitairen om geen oorlogshandelingen te ondernemen twijfelt Carl, maar omdat zijn hoogste chef geen bezwaar ziet tekent hij medio juli, waardoor hij in Nederland kan blijven en zich alleen zo nu en dan hoeft te melden.
Als Carl zich op 15 mei 1942 opnieuw moet melden in de kazerne in Bussum gaan geruchten dat de Duitsers van de meldplicht gaan afzien. Het tegendeel blijkt waar. Samen met zijn collega’s moet hij blijven, mag een briefje aan zijn ouders ondertekenen om uniform, kleren en toiletartikelen van maximaal 25 kg binnen 5 dagen naar de kazerne te zenden en wordt nog diezelfde dag op de trein gezet naar krijgsgevangenkamp Oflag XIII-b in Neurenberg-Langwasser, Beieren. (1)
Vanuit Oflag XIII-b gaan totaal 2000 militairen op 8 augustus per trein naar het net afgebouwde krijgsgevangenkamp Stalag 371 in het Poolse Stanislau, tegenwoordig Ivano-Frankivsk in Oekraïne. Op 23 april 1943 wordt Carl als krijgsgevangene ontslagen en te werk gesteld in Berlijn.
Als gevolg van geallieerde bombardementen weet Carl in de verwarring vanuit Berlijn naar Amsterdam te ontkomen. Hij gaat ondergronds en neemt deel aan de Binnenlandse Strijdkrachten. Zo commandeert hij aan het eind van de oorlog een groep, die moet voorkomen dat de Duitsers strategische installaties in Amsterdam opblazen.
De vrouw met wie Carl enkele maanden na de bevrijding trouwt is Hanny van der Graaf. Ook zij had met haar studievrienden geweigerd de ariërverklaring te tekenen, waardoor zij haar studie kon vergeten, maar was er in geslaagd een baan bij het Rode Kruis te krijgen. Tijdens haar nachtdiensten moest zij instrumenten voor de bloedtransfusies schoonmaken en ontsmetten. Daardoor beschikte zij over een pas om tijdens de avondklok op straat te zijn. Zij raakte betrokken in het verzetswerk, waarbij zij haar avondpas goed kon gebruiken.
Het belangrijkste werk van Hanny werd later beroemd. De Duitse bezetter bracht baby’s onder in de Crèche tegenover het verzamelpunt voor Joden in de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam. Eerst moest zij de ouders overtuigen hun kinderen te laten onderduiken. Een vader zei tegen haar: “Mijn kind is geen meubelstuk. Geef me alsjeblief een paar minuten voor het afscheid, want misschien zie ik het nooit meer terug.” Hij had gelijk: het kind overleefde, maar zelf kwam hij nooit meer terug. Hanny zorgde ook voor het transport van de baby’s vanuit de Crèche, het aangrenzende pand en tuinen in tassen of aan de hand naar onderduikadressen. Eens in de trein naar Friesland moest zij onervaren een luier verschonen en stond doodsangsten uit dat een behulpzame vrouw zou zien dat het jongetje besneden was. Een andere keer probeerde zij twee drukke kleine jongens in de trein stil te krijgen om aandacht te vermijden.
Hanny bracht reizend naar Friesland ook gestolen lege persoonsbewijzen voor de ondergedoken kinderen mee. Zij bond de kaarten om haar middel, veinzend dat zij zwanger was. Toen haar vader woedend ontdekte dat zij tekeningen van Duits oorlogskampen voor geallieerde bombardementen bewaarde, was zij bang dat hij haar verraadde en trok in bij twee wapenexperts, voor wie zij regelmatig door de Britten gedropte wapenpakketten oppikte. Voor het geval zij door de Gestapo zou worden gesnapt heeft zij altijd een cyanidepil op zak, maar zij overleeft hen allemaal. (2)
Carl Frederik verlaat de marine in de rang van tweede luitenant en wordt gemachtigd handelsagent in het bedrijf van schoonfamilie Van der Graaf & Co. In de jaren daarna komen er drie kinderen in het gezin Van der Graaf, dat naar De Ruwiellaan in het aangrenzende Nieuwer-Amstel verhuist.
|
|
Hanny van der Graaf |
In april 1958 emigreert het gezin naar Canada als gevolg van een twist met Van der Graaf & Co. Het gezin vestigt zich in Quesnel BC. Carl studeert wis- en natuurkunde aan de University of British Colombia in Vancouver. Als dat financieel niet langer haalbaar is, wordt hij onderwijzer en schoolhoofd bij verscheidene kleinere scholen in het binnenland. Elke zomer keert hij terug naar Vancouver om cursussen aan de universiteit te volgen. Het gezin beleeft deze jaren een Spartaanse maar spannende tijd. In 1962 verhuist het gezin naar Rossland, een pittoreske stad in de bergen met een fameuze skipiste. Carl wordt wiskundeleraar aan de middelbare school. In 1963 volgt een verhuizing naar Vancouver, waar Carl zijn doctoraal examen behaalt. Zijn vrouw behaalt een graad in de pedagogie.
Carl wordt wetenschappelijk medewerker aan de universiteit en daarna leraar wis- en natuurkunde op een middelbare school. Hij houdt strenge orde onder zijn leerlingen, maar dient hen later ook tot voorbeeld. Zijn vrouw is bibliothecaresse op een middelbare school. Hij gaat in 1976 met vervroegd pensioen in verband met zijn slechte gezondheid. Net als zijn moeders familie Scholte interesseert hij zich voor klassieke muziek en speelt piano. Daarnaast doet hij wiskundige oefeningen om fundamentele natuurwetten te toetsen. Net als zijn grootvader Carl Frederik overlijdt hij na een langdurige ziekte op 63-jarige leeftijd.
Terug *** Zijtak v d Graaf *** Verder
1. Nationaal Archief, 2.13.98 Ministerie van Defensie, Inv 11 Collectie Krijgsgevangenen, “Meyenfeldt van Carl F. 30322 4-5-1921 1921 Amsterdam 21 Fahnrich z See Marine Bussum 15-5-1942 23-4-1943 an Wehrmachtsbefehlhaber der Niederlanden überstellt”.
2. D. Kelsey, “Glimpses into the life of a young girl in nazi occupied Holland during World War II”, Comox B.C. 2018.


