Op 13 april 1815 ‘s-morgens om negen uur ziet Carl von Meijenfeldt het levenslicht. Het is het vijfde kind en de derde zoon van de stamvader. Bij de bevalling helpt vroedvrouw Cornelia de Bodt, die ook voor de aangifte op het stadhuis zorgt. Dat is wel zo gemakkelijk, maar doordat zij twee dagen later van een heleboel geboorten tegelijk aangifte doet sluipen er onnauwkeurigheden in. Zo noemt zij huis L 296 (drie huizen verderop in de Banketstraat) en sjouwer als beroep van de vader.

Op 17 april is de doop van Carl in de Lutherse kerk aan de Wolfshoek door dominee Sander. De getuigen zijn Juliana von Meijenfeldt gehuwd Thielo en Friedrich Thielo. (1)
Carl komt in een tijd van grote verandering ter wereld. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat feitelijk net een maand, maar Napoleon is uit zijn ballingschap op Elba ontsnapt. Het kost tienduizenden militaire levens om hem definitief te verslaan. Kroonprins Willem II vervult daarbij op 16 juni bij Quatre-Bas en 18 juni bij Waterloo één van de hoofdrollen en reist in 1816 naar de Russische tsaar Alexander I in St. Petersburg om met diens jongste zus Anna Paulowna te trouwen. Veel koloniën in Oost- en West-Indië komen terug in Nederlandse handen. De koning brengt een bezoek aan Curaçao in gezelschap van Kikkert, die zijn gezin eindelijk terugziet en tot gouverneur wordt benoemd. Hij is degene die een jaar later het decreet uitvaardigt alle huizen in pastelkleuren te schilderen, omdat een arts denkt dat de weerkaatsing van de felle zon tegen witte muren de oorzaak van de vele oogproblemen is.
Aan de binnenlandse revolutionaire geest en geweldloze staatsgrepen sinds 1795 komt een einde. Van een restauratie naar de situatie daarvóór is zeker geen sprake. Koning Willem I handhaaft de centralistische en autocratische leiding van zijn Franse voorganger. De Grondwet van 1814 en van 1815 bevestigen dat alle persoon en goederen op het grondgebied van het Rijk nog steeds in gelijke mate worden beschermd. Ingezetenen krijgen wel meer rechten dan vreemdelingen. Een ingezetene is iemand die binnen het Rijk uit daarbinnen gevestigde ouders geboren is. De betekent dat Cato en haar kinderen Nederlands ingezetene worden en Johan August vreemdeling blijft, tenzij hij zich tot Nederlander laat naturaliseren. De kosten en moeite daarvan wegen niet op tegen het voor hem theoretische voordeel om te kunnen stemmen en gekozen te worden.
Op 27 november 1816 koopt Johan August von Meijenfeldt een huis met schuur en erf. Het huis is “hecht, sterk en welgelegen“, zoals de beschrijving bij de latere verkoop luidt. Het vloeroppervlak van het huis is 38 m2 en van het totale perceel 150 m2. Het huis heeft nummer 66 aan de Oostsingel, het verlengde van de Goudsche Singel langs de stadsvest. Het ligt tegenover de Goudsche Poort in wijk N, formeel in het ambacht Rubroek.
Nieuwe platte grond der stad Rotterdam gelegen aan de rivieren Maas en RotteA. Munro 1796-1797 |
Platte grond der stad Rotterdamvervaardigd volgens de kadastrale plans L.F. Temminck 1839 |
Na zes jaar huren in de binnenstad en een dalend jaarinkomen is deze aankoop best verrassend. Het is goed verklaarbaar uit het bedrag dat hij in 1806 uitleende aan het echtpaar Bosman-Brouwer. Omdat hun (schoon-)moeder Nieske van Dompselaar op 20 januari 1813 in Nijkerk stierf, betaalden zij hem de som van f 799 in twee helften in 1814 en 1815 terug gekregen, vermeerderd met 5% rente over de helft gedurende acht jaar is ongeveer f 140. In de notariële akte staat dat Johan August een somma van twee honderd guldens hollandsch courant betaalt. Dat lijkt erg weinig, zeker als bedacht wordt dat het huis twintig jaar later op het zesvoudige wordt getaxeerd en voor het tienvoudige verkocht.
Johan August koopt het huis van Isaac Annokké, die optreedt namens zijn vrouw Jacoba Wilhelmina Verdonk en schoonzuster Wilhelmina Petronella Verdonk. Zij hadden het in 1808 geërfd van hun moeder Geertruij Bakkers, die op haar beurt in 1800 de erfopvolger was van haar echtgenoot Willem Verdonk. De laatste had het op 23 juni 1779 gekocht uit de nalatenschap van Ary Danserweg. (2)
De notaris beschrijft deze rechtsverkrijging uitvoerig in de koopakte, teneinde vast te leggen dat de verkoper bevoegd is om te verkopen en dat de eigendom rechtsgeldig overgaat. Een kadaster waaruit de eigendom eenvoudig is af te lezen is nog niet ingevoerd. Napoleon had daarmee wel een begin gemaakt en Willem I zet dat voort, maar allebei met een ander doel: grondbelasting heffen. Pas in 1832 wordt het Kadaster ingevoerd. De eigendom van Johan August blijkt dan in sectie E van de gemeente Rotterdam te liggen en gaat uit twee percelen bestaan. Nummer 458 omvat huis, schuur en paden en nummer 457 het erf. (3)

Goudschen of Oost Cingel N 66, geel omlijnd
Kadastrale kaart Rotterdam 1830, Sectie E, nrs. 457 en 458
Op de kaart staan de grenzen van de twee percelen precies ingetekend. Op perceel 458 zijn de twee opstallen ook getekend en rood gekleurd. Uit de bijbehorende tafels is de jaarlijkse grondbelasting te herleiden tot f 8. De percelen zijn alleen vanaf de Singel te bereiken via de Spinnekopsgang, een soort oprijlaan. Deze loopt over perceel 451 van metselaar en pandjesbaas Johannes Thoolen en perceel 452 van schout te Nederweert A.W. Willers. Rondom de twee percelen liggen met de klok mee gerekend die van C. Welenhoek (later J. Heusdens), M. Verbrugge (later Ringlever-Lagemans en Blason), J. Wielander met tuinen aan de noordkant en Johanna Niessen, weduwe van P. Lovens, met uitgestrekte blekerijen over de sloot rechts. Het is zeer waarschijnlijk dat het gezin ter plaatse bijverdient met het bleken van wasgoed.
1. Geboorteakte 699, SR 999-01 Fol A 141v. Doopboek, SR 999-32, Ev-Luth 246, Ev-Luth 238 index C. Voor de doopgetuigen zie Speurtocht.
2. Koopcontract huis en erve aan de Goudschen Cingel even buiten Rotterdam N 66, Stadsarchief Rotterdam, Notarieel Archief 314, Inv 496, fol 1224-1227. Ari Danserweg is meester-metselaar, vanaf 1748 collecteur impost grove waren (ontvanger der indirecte belastingen op bouwmaterialen) en reetrekker (aanwijzer rooilijnen voor bouwwerken).
3. Kadastrale kaart 1811-1832, Rotterdam, Zuid-Holland, sectie E, Minuutplan blad 1, Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel blad 14, zonder Suppletoire Aanwijzende Tafel nrs. 678 en 679, Kadastrale Legger en Bijbladen.


