2.8.1. Rechter in Indië

De  oudste zoon in de tak De Koe heet uiteraard Carl von Meijenfeldt. Hij is in 1886 geboren en in 1905 de eerste van de familie die slaagt voor zijn eindexamen aan het Gere­formeerd Gymnasium. Dat jaar krijgt hij vrijstelling voor de Nationale Militie wegens broederdienst. Dat is curieus voor een oudste zoon, maar zijn jongere broer Frits zit al vrijwillig in dienst. Carl is ook de eerste die aan de Vrije Universi­teit van Amsterdam gaat studeren. Hij wil graag dominee worden en krijgt daarvoor een getuig­schrift. Met inschrijfnummer 426 kiest hij op 20 september toch voor de rechtenstudie. Hij behaalt 12 juni 1906 zijn propedeuse, 27 maart 1908 zijn kandidaats en 27 juni 1911 zijn doctoraal. Tijdens zijn studie is hij lid van de disputen Forum en NCSV. Zijn leermeester is de aartsconservatieve hoogleraar prof.mr. D.P.D. Fabius, een onwankelbare discipel van de staatsman Groen van Prinsterer. Op maandag 1 juli 1912 verdedigt Carl zijn proefschrift “De gren­zen van het recht van amende­ment in de practijk van de Tweede Kamer der Sta­ten-Gene­raal”. 

Carl trouwt in Amsterdam op 27 december 1912 met Maria van Apeldoorn, geboren 10 augustus 1887 in Amsterdam, onderwijzeres op de School met de Bijbel in Watergraafsmeer. 

Maria van Apeldoorn en Carl von Meijenfeldt 

De vader van de bruid is de bij de hele familie bekende hoofdonderwijzer aan de Oosterparkschool Gerar­dus Willem van Apel­doorn (1853-1930). Haar moeder is Gerridina van der Bend (1853-1936), de oudere zus van koekbakker Willem van der Bend.

Na de bruiloft vertrekken Carl en Maria naar Indië. Promo­tor Fabius meent dat Christen-ambtenaren daar zijn onderver­tegenwoordigd, waarbij meespeelt dat de rech­terlijke macht in Nederland vooral door rijke en adellijke families wordt bevolkt. Onder­weg in het Suez-kanaal overvalt Carl een zware depressie, niet alleen omdat Indië hem weinig lokt, maar vermoede­lijk ook in verband met overvloedig bloed­ver­lies na een aman­del-operatie.

Eenmaal in Batavia begint Carl als Griffier van de Algemeen Secretaris. Vervolgens is hij Griffier van de Landraad te Buitenzorg en in 1916 van de Raad van Justitie te Semarang. In 1917 wordt hij tijdelijk buitengewoon voorzitter van de Landraad van Indramajoe. In 1918 vice-voor­zitter van de Landraad op Soe­ra­baya en in 1920 voorzitter van de Landraad op Tebing Tinggi. In 1921 reist Carl met zijn gezin met groot Europees Verlof van Indië negen maanden naar Nederland. Terug in 1922 wordt hij voorzitter van de Landraad te Kraksaan en een jaar later lid van de Raad van Justitie te Makassar.

In het gezin worden vijf kinderen geboren:
— Engeltje, Buitenzorg 17 november 1913.
— Gerhardus Willem, Buitenzorg 19 januari 1915.
— Gerridina, Semarang 11 maart 1917.
— Frederik Hendrik, Soerabaja 23 oktober 1919.
— Maria, Probolinggo 12 mei 1923.

Maria van Apeldoorn en Frits von Meijenfeldt
met hun kinderen Gerard, Maria, Dien, Nel en Carl 

Carl komt in 1928 met zijn gezin voor zijn tweede verlof naar Nederland. Het volgende jaar wordt hij tijdelijk buitengewoon lid van de Raad van Justitie te Soera­baya. In 1930 is hij voorzitter van de Landraad en 1931 tijdelijk buitengewoon lid van de Raad van Justitie te Batavia. Hij speelt een actieve rol in het kerkelijk leven, houdt op de buitenplaatsen zonder dominees soms preken en wordt uitein­delijk beschouwd als één van de kerkevaders.

Het gezin keert in 1932 definitief terug en gaat in Heemstede aan de Van Slingenlandtlaan 16 wonen. Carl is voor de Anti-Revolutionaire Partij lid van de Gemeenteraad. In 1936 behandelt hij in Anti-Revolutionaire Staatskunde, het orgaan van de dr. Abraham Kuyperstichting, zijn instemming en enkele bezwaren met de mengvorm van Adatrecht en het Burgerlijke Wetboek in “De Huwelijksordonnantie voor de Inlandsche Christenen”. (voetnoot)

Na een ernstige ziekte overlijdt Carl op 57-jarige leeftijd op 31 januari 1944. Zijn weduwe Maria van Apeldoorn blijft daar wonen en overlijdt op 21 juni 1965 als zij 77 jaar oud is. De echtelieden en de oudere zus Van Apeldoorn liggen in een graf op de Algemene Begraafplaats van Heemstede.

Terug   ***   Verder

1. Citaten uit “Libertas ex veritate”, uit­gave van de orga­nisatie van reü­nisten der SSR (Societas Studiosorum Reformato­rum) ter her­denking van haar leden, omgekomen ten gevolge van de Japanse bezetting van het toenmalige Nederlands-Indië, door W.H.C. Knapp, pag 58-61.
2. Nationaal Archief, Inventarissen,
2.10.50.02 Inventaris van het archief van de Stichting Administratie Indische Pensioenen, Stamboekgegevens KNIL-militairen, ca.1852-1951. nr. 60 Maugenest-Meijenfeldt,  Frederik Hendrik, Johan August en Michiel Hermann.
3. Nationaal Archief, 2.10.36.21, Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: Stamkaarten Oost-Indische Ambtenaren 1917-1952, Stamkaarten Ambtenaren Oost-Indië 1917-1949, kaartenbak 8, nr. 380 Von Meijenfeldt en kaartenbak 1, nr. 517 Beumer. Nationaal Archief, 2.19.255.01, Correspondentie Oorlogsgravenstichting.