Carl (1886-1944)
De oudste zoon in het gezin De Koe is Carl von Meijenfeldt. Hij is in Amsterdam geboren op 4 november 1886 thuis in de Commelinstraat 34 en op 28 november gedoopt in de eigen Nieuwe Kerk aan de Keizersgracht. Op grond van zijn gereformeerd lager onderwijs is hij de eerste in de familie die naar het Gereformeerd Gymnasium aan de Keizersgracht 495 mag. In 1905 behoort hij tot de 15 geslaagden voor het eindexamen. Hij krijgt vrijstelling voor de Nationale Militie wegens broederdienst. Dat is curieus voor een oudste zoon, maar heeft dat te danken aan zijn jongere broer Frits, die al vrijwillig in dienst is gegaan.
Carl is ook de eerste die aan de Vrije Universiteit van Amsterdam gaat studeren. Het gebouw ligt maar een paar honderd meter verder aan de Keizersgracht. Hij wil graag dominee worden en krijgt daarvoor een getuigschrift. Met inschrijfnummer 426 kiest hij op 20 september toch voor de studie rechten. Hij behaalt 12 juni 1906 zijn propedeuse, 27 maart 1908 zijn kandidaats. Hij is lid van het dispuut NCSV en Forum. De Senaat van het Studentencorps benoemt hem medio oktober 1907 tot redacteur van het tweewekelijkse Nil Desperandum Deo Duce, waarin hij drie jaar zit. Op 27 juni 1911 behaalt hij zijn doctoraal rechten. Zijn leermeester is de aartsconservatieve hoogleraar D.P.D. Fabius, een onwankelbare discipel van de staatsman Groen van Prinsterer. Op maandag 1 juli 1912 verdedigt Carl zijn proefschrift “De grenzen van het recht van amendement in de practijk van de Tweede Kamer der Staten-Generaal”. (1)
Carl trouwt in Amsterdam op 27 december 1912 met de 25-jarige Maria van Apeldoorn, onderwijzeres op de School met de Bijbel in Watergraafsmeer.

Maria van Apeldoorn en Carl von Meijenfeldt
In de familie Van Apeldoorn was grootvader Maas (1811-1898) net als die van haar bruidegom timmerman (van wagens, niet van schepen) en van de Afscheiding. Maas had zich daar al in 1843 bij aangesloten, was meteen theologie gaan studeren, had in Heerde zijn huis verkocht en had een kerk gebouwd. Hij was tweemaal getrouwd en had 22 kinderen gekregen. Maria’s vader is het zevende kind uit het eerste huwelijk Gerhardus Willem (1853-1930), hoofdonderwijzer aan de Oosterparkschool in Amsterdam, gehuwd met Gerridina van der Bend (1853-1937), de oudere zus van Willem van der Bend, die samen met Johann Wilhelm Westerhoff de koekfabriek in de Quellijnstraat 80 heeft. In dat gezin is Maria het vijfde kind, geboren op 10 augustus 1887 in de Noorderstraat 43 in Amsterdam. Op de school en in de koekfabriek brengen de Van Apeldoorns en Von Meijenfeldts samen heel wat tijd door. (2)
Carl kiest voor een loopbaan in de rechterlijke macht. In Nederland zijn de mogelijkheden beperkt, omdat rechters vooral uit rijke en adellijke families komen. Dat ligt anders in Oost-Indië, waar volgens prof. Fabius de Christen-ambtenaren bovendien zijn ondervertegenwoordigd. Daarom vertrekken Carl en Maria eind 1912 per schip naar Indië. Onderweg in het Suez-kanaal overvalt Carl een zware depressie, niet alleen omdat Indië hem weinig lokt, maar vermoedelijk ook in verband met overvloedig bloedverlies na een amandel-operatie.
In Batavia start Carl op 27 januari 1913 als Griffier van de Algemeen Secretaris. Voor een jaarcontributie van f 25 is hij lid van de Nederlandsch-Indische Juristen-Vereeniging en krijgt haar Indisch Tijdschrift van het Recht met benoemingen en vonnissen op zijn adres toegestuurd. Op 14 januari 1914 wordt hij Griffier van de Landraad te Buitenzorg. De eerste verhuizing volgt door zijn benoeming per 5 juni 1916 tot Griffier van de Raad van Justitie te Semarang op Midden-Java. Hij vervult voor het eerst de positie van rechter door zijn benoeming per 2 maart 1917 tot tijdelijk Buitengewoon Voorzitter van de Landraad in de regio Indramajoe op West-Java. De volgende verhuizing is naar Surabaya op Oost-Java, waar hij per 11 februari 1918 Vice-Voorzitter van de Landraad wordt met een maandsalaris van f 600. Daar is hij tevens bestuurslid voor de School met de Bijbel. In de Gereformeerde Kerk is hij ouderling en scriba (secretaris).
Tegen het eind van zijn termijn schrijft Carl op 27 februari 1920 aan de Zendingsdeputaten: “Er zijn vele moeilijkheden geweest bij de bouw van kerk en pastorie. De zaak is nu afgedaan, maar de twisten steken telkens de kop weer op, b.v. bij de verkiezing van ambtsdragers en de besprekingen omtrent de afbouw van de kerk. Enkele leden hebben “bedankt”. Hij zet verder de financiële toestand uiteen. De oude kerk en pastorie waren voor f 60.000 verkocht, maar na aftrek van de hypotheek bleef minder dan de helft over, te weinig voor het nieuwbouwplan. De verbittering is zo groot, dat het een tijdje geen avondmaal wordt gevierd. Volgens Carl werkt de dominee Pera met veel zegen, maar had veel teleurstellingen ondervonden. Zie ik het goed, dan kan hij tegen deze toestand niet op en ontbreekt het de kerk aan leiding. Architect Rijksen ontwerpt een eenvoudiger bouwplan, dat aannemer Ligthelm realiseert als een soort moskee, waardoor de Japanse bezetter het later met eerbied zal behandelen. (3)
Gereformeerde Kerk van Surabaya 1920
Nog voor het gebouw is opgeleverd vertrekt Carl naar Tebing Tinggi op Noord-Sumatra, waar hij op 1 juli 1920 begint als Voorzitter van de Landraad.
Op 2 augustus 1921 gaat Carl met zijn gezin met groot Europees Verlof na acht jaar dienst met tien maanden naar Nederland. Terug in Indië is hij kort tweede buitengewoon voorzitter van de Landraad in Surabaya tot hij op 26 juni 1922 voorzitter wordt van de Landraad te Kraksaan in Probolinggo op Oost-Java.
Inmiddels heeft Maria van Apeldoorn vijf kinderen ter wereld gebracht, van wie vier meegingen naar Nederland:
— Enny, Buitenzorg 17 november 1913.
— Gerard, Buitenzorg 19 januari 1915.
— Dien, Semarang 11 maart 1917.
— Frits, Surabaya 23 oktober 1919.
— Maria, Probolinggo 12 mei 1923.

Maria van Apeldoorn en Frits von Meijenfeldt
met hun kinderen Gerard, Maria, Dien, Nel en Carl
Het hele gezin onderneemt een reis van Java naar Celebes (Sulawesi), bijna 1000 kilometer. Carl is per 28 juli 1923 benoemd tot lid van de Raad van Justitie van Makassar op Zuid-Celebes. In die periode is zijn cause célèbre de zaak Margadant.
H.E.J. Margadant was Controleur Binnenlands Bestuur in het aangrenzende regentschap. De Officier van Justitie eiste vier jaar gevangenisstraf wegens het wegnemen van f 18.000 uit de kas en het vervalsen van de boeken. De Raad van Justitie (Elshout, De Vos, Von Meijenfeldt) veroordeelde hem bij vonnis van 30 september 1925 op basis van de vaststaande feiten, vele getuigenissen en fysiek bewijs. Het Hooggerechtshof te Batavia bekrachtigde dit bij arrest van 10 december 1925. Tijdens de procesvoering en zijn gevangenschap en na zijn vrijlating in 1928 tot zijn dood in 1935 bleef Margadant beweren dat niet hij maar de zoon van zijn voorganger Kuen de dader was. De media in Indië en Nederland spraken van een gerechtelijke dwaling van de proportie van de recente affaires Dreyfus in Frankrijk en Sacco & Vanzetti in de Verenigde Staten. In 1938 heropende het Openbaar Ministerie het onderzoek, veroordeelde de Raad van Justitie in Makasser een getuige wegens meineed, maar anders dan de Procureur-Generaal zag het Hooggerechtshof bij arrest van 12 januari 1942 geen aanleiding om het mede door Carl geschreven vonnis te vernietigen.
Het hele gezin vertrekt op 20 juni 1928 op het schip ‘Insulinde’ voor een tweede verlofreis naar Rotterdam en keert in 1929 terug naar Surabaya, waar Carl lid van de Raad van Justitie is. Hij krijgt zaken over het, ondernemingsrecht en de verhouding tot het inlandse en Chinese recht. Eind 1930 volgt zijn benoeming in Batavia, waar Maas van Apeldoorn, een volle neef van Maria, zijn collega-rechter is. Hij oordeelt over geschillen op uiteenlopende terreinen als auteursrecht, erfpacht, vruchtgebruik, huurkoop van een auto, arbeidsovereenkomst, huwelijk en hypotheek. Ook in deze periode speelt Carl een actieve rol in het kerkelijk leven, houdt op de buitenplaatsen zonder dominees soms preken en wordt uiteindelijk beschouwd als één van de kerkevaders.

Uit bovenstaande advertentie is op te maken dat het gezin Van Apeldoorn definitief terugkeert. Op 20 oktober 1933 wijst Carl zijn laatste vonnis en vertrekt vijf dagen later op het schip ‘Christiaan Huygens’ met bestemming Amsterdam.
Zij gaan in Heemstede wonen aan de Van Slingenlandtlaan 16. Bij de verkiezingen van 26 juni 1935 wordt Carl lid van de Gemeenteraad voor de Anti-Revolutionaire Partij. De kinderen ervaren hun tijd in Heemstede als somber. Hun 46-jarige vader is gefrustreerd dat hij zijn beroep niet meer kan uitoefenen en vaak driftig. Hun inwonende ongetrouwde tante Wilhelmina G. van Apeldoorn overvleugelt hun moeder. In 1936 schrijft Carl een artikel, waarin hij instemming met en enkele bezwaren heeft tegen de mengvorm van Adatrecht en het Burgerlijke Wetboek. (4)

Bij de verkiezingen van 14 juni 1939 is Carl lijstaanvoerder voor de ARP en wordt voor een tweede periode lid van de Gemeenteraad, die in 1941 door de bezetter wordt ontbonden. Hij is lid en scriba van de Gereformeerde Kerkenraad. Bij hem wordt blaaskanker geconstateerd, die gepaard gaat met maagbloedingen en hikaanvallen. Bij de buren Boelhouwer op nummer 14 is dat te horen. Zoon Gerard en dochter Dien trouwen na de bevrijding bij dat buurgezin in.
Haarlemsche Courant
Op 57-jarige leeftijd overlijdt Carl op 31 januari 1944. Weduwe Maria blijft in het huis wonen. Zij overlijdt veel later op 21 juni 1965 op 77-jarige leeftijd. De echtelieden en de oudere zus Van Apeldoorn liggen samen op de Algemene Begraafplaats van Heemstede.
1. Academisch proefschrift “De grenzen van het recht van amendement in de practijk van de Tweede Kamer der Staten-Generaal” ter verkrijging van den graad van doctor in de rechtswetenschap op gezag van den rector dr. R.H. Woltjer, in het openbaar te verdedigen op maandag 1 juli 1912 in het gebouw der Maatschappij voor den Werkende Stand, door Carl von Meyenfeldt, geboren te Amsterdam. “Aan mijne ouders“. Een-na-laatste stelling: “Het instituut der schoolartsen is voor het voldoen aan de eischen der schoolhygiëne onnoodig; in strijd met het recht en de taak der ouders; niet in overeenstemming met het karakter der school; en daarom afkeurenswaardig.” ♣ bibliotheek en digitaal
2. Piet Heres, website Stamboom Heres/Heeres en Veldkamp, genealogie Van Apeldoorn.
3. Algra, “De gereformeerde kerken in Nederlands-Indië Indonesië: 1877-1961″, Franeker 1966, pag. 87-89.
4. “De Huwelijksordonnantie voor de Inlandsche Christenen”, Anti-Revolutionaire Staatskunde 1936, orgaan van de dr. Abraham Kuyperstichting, overdruk M 333.1, 12 blz.
