Nk.22. OvJ Utrecht

Gerhardus Wilhelm (1915-1992)

Oudste zoon Gerard schrijft zich op 24 november 1933 aan de Vrije Universiteit als nr. 1874 in om rechten te studeren. Hij behaalt zijn kandidaats op 26 januari 1935 en doctoraal op 7 mei 1938. Tijdens zijn studie werkt hij bij de gemeentepolitie. Hij neemt op 15 juli 1941 twee diensten over. Aanvanke­lijk geeft hij gehoor aan de oproep van de Nederlandse regering in ballingschap tot heimelijke tegenwerking. Op 30 december 1942 wordt hij door twee collega’s gearresteerd. Hij is bij oom Frits uit de tak De Haas in het keldercomplex van het Bachplein bij nr. 7 in het onbewoonde voormalig Joodse huis door een raam naar beneden geklommen. Daar wordt hij aangetroffen met vet, schrijfpapier en twee nijptangen in zijn bezit. Zijn ouders worden gewaarschuwd en hij wordt afgevoerd naar bureau Leidseplein. De jaarwisseling moet hij daar doorbrengen en op 2 januari 1943 wordt hij overgedragen aan de Sicherheitsdienst van de bezetter aan de Euterpestraat. De Duitsers hebben niet door dat hij met zijn oom Joden helpt onderduiken. (1)

Zekerheidshalve besluit Gerard zelf onder te duiken. Met behulp van de groep van prof. dr. Jan Coops gaat hij aan het illegale werk meedoen. Januari 1944 brengt hij heimelijk thuis door om zijn vader te verzorgen, die door blaaskan­ker maagbloedingen en hikaanvallen heeft (zelfs bij de buren Boelhouwer te horen) en tenslotte overlijdt. Gerard heeft zich onder de naam Wim de Ridder vermomd met bril; als hij die bril breekt en zijn vaders bril gebruikt, moet hij deze wegens de sterkte op het puntje van zijn neus zetten.

Gerard voegt zich september 1944 bij de K.P. met schuilnaam Henk van Overvest. Op 15 maart 1945 als Chef-Staf Gemotoriseerde reserve K.P. Amsterdam de leiding over een transport per bakfiets van 103 overalls en 85 helmen, waarbij hij door toeval gewapend is. Doordat het afleveradres achter de Marnixstraat 202 draalt met het in ontvangst nemen van de goederen ontstaat fatale vertraging. De onderscharleider der Landwacht Berend IJpelaar komt aanlopen, trekt zijn wapen en gelast de vier mannen op een rij te gaan staan. Van een moment van onop­lettendheid maakt Gerard ge­bruik om zijn wapen te trekken. Zij schieten gelijk op elkaar; ook twee van de anderen vuren schoten af. Ge­rard vlucht met de bakfiets­rijder weg en wordt achternagezeten en bescho­ten, waardoor de andere twee kunnen wegkomen. Uiteindelijk blijkt IJpe­laar met vier kogels te zijn neer­ge­schoten; de Sicher­heits­dienst weet de zaak niet op te los­sen.

Meteen na de bevrijding krijgt Gerard op 8 mei rechtsherstel in functie. Hij wordt op 12 september gedetacheerd als Militaire Commissaris voor Inbewa­rings­telling en Vrijlating van politieke delinquenten bij het parket van het Bijzonder Gerechtshof van Amsterdam en 1 februari 1946 als Officier Fiscaal daarbij. Op 10 april 1947 treedt hij uit dienst van de gemeentepolitie en in dienst als Ambtenaar bij het Open­baar Ministe­rie te Alkmaar, waar hij op 24 november Hoofd Parket wordt. In militaire dienst klimt hij op 3 maart 1948 op tot kapitein en is 10 april 1954 reserve kapitein.

Op 28 mei 1954 huwt Gerard in Heemstede met het buurmeisje van zijn ouderlijk huis. De bruid is Nellie Goverdina Boelhouwer, geboren in Heemstede op 9 november 1913, dochter van Johannes Boelhouwer (1878-1954) en Ida Hendrika Gaikhorst (1881-1953). De ker­kelijke inze­ge­ning vindt plaats door broer dominee Frits. Nellie is bij het huwelijk 40 jaar oud. Kinderen komen er niet. Zij gaan wonen in de Wentholtlaan 20 in Heiloo.

Terug   ***   Verder

1. Stadsarchief Amsterdam, 5225 Politierapporten ’40-’45, inventaris 6731, pag. 53, inventaris 6179, rapport 364 en inventaris 6180, rapport 1-2.