2.3.7. Boomstraat

Vanaf zijn ondertrouw gaat Johan August von Meijenfeldt bij zijn toekomstige schoonouders en vrouw in de Boomstraat 5 wonen. Hendrik Pieploo had het familiehuis aan de Palmgracht op 16 februari 1803 voor f 2.000 verkocht. (1) 

Boomstraat 5, Amsterdam
Stadsarchief Amsterdam, Beeldbank 010009006004

Getuige Fredrik Wegener woont in dezelfde straat en gaat in maart zelf in ondertrouw. Johan August kan niet als zijn getuige optreden, omdat zijn verlof om van boord van de Braband te gaan is verlopen. Hij volgt zijn commandant Kikkert van 1 tot 18 april op de Escadrille op de Wadden, Amsterdam, Zuiderzee en Pampus, verspreid in groepjes over tal van kanonneerboten. Hierdoor kan Lodewijk Napoleon op 20 april zijn feestelijke intocht in zijn hoofdstad Amsterdam veilig volbrengen en de enthousiaste burgers toezwaaien vanaf het nieuwe brede balkon van zijn Paleis op de Dam, tot  voor kort stadhuis.

Meteen daarna neemt Kikkert afscheid als commandant. De koning benoemt hem tot directeur en commandant van de marine in het Zuiderdepartement, standplaats Rotterdam. In september volgt daar diens benoeming tot vice-admiraal in Franse dienst  en maritiem onderprefect van het tweede arrondissement. Johan August krijgt Melvill van Carnbée als nieuwe kapitein, maar tien weken later is hij per 1 juli overgeplaatst op de Esquadrille Ligte Vaartuigen te Texel onder oude bekende Hermanus Hofmeijer. Uit niets blijkt dat hij ook werkelijk aan boord gaat en vaardagen maakt. (2)

Begin 1808 wordt een derde vrouw zwanger van Johan August, met dit verschil dat hij met deze vrouw eerst getrouwd is. Op 29 september 1808 baart Cato een zoon, die traditiegetrouw de doopnamen Johan August krijgt. Op 5 oktober vindt de doop plaats in de Oude Lutherse Kerk door de Hoogduitse dominee Ebersbach. (3)


Rijksmuseum, Dirk Sluyter (naar Hendrik Willem Caspari)

Als doopgetuigen laat hij optreden Carolus & Juliana van Meijenveld. Juliana is zijn 50-jarige zus in Marlow. Doopgetuige Carolus kan niet zijn natuurlijke zoon Carl Wilhelm zijn, want die is ook in 1807 getrouwd in Wismar en heeft net zelf een kind gekregen. Het lijkt de 16-jarige zoon van zijn zus te zijn.

Op één of andere manier is hij in contact met zijn zus gekomen. Via zijn zuster raakt hij op de hoogte van de dood van hun vader en diens testament. Het kan zijn dat hij haar per schip heeft bezocht, maar postverkeer is een goed alternatief. De adressering An die Frau von Herrn Gutspächter Th. Thilow in combinatie met de stad Stralsund is voldoende. Daarmee komt een brief uit Amsterdam per koets en/of schip op het grote postkantoor op de Mülenstraβe 42 in Stralsund aan, vanwaar bodes haar wel weten te vinden. Voor zijn zus is de de route via binnen- en kustwateren en havens van Marlow naar Amsterdam en terug in 1808 veilig, omdat de Noord-Duitse staten van de Rijnbond, Denemarken en Holland onder de Franse invloedssfeer vallen, de Pruisen zich sinds de Vrede van Tilsit stilhouden, de Zweden druk zijn met gevechten aan de grenzen in Finland en Skåne en de Britten zich vooral met de Franse invasie in Spanje bezighouden.

Terug   ***   Verder

1. Hendrik Pieploo kocht het huis aan de Palmgracht met de naam Het Wijnvat op de Kar in de gevel in 1798 en verkocht het op 16 februari 1803.
2. Eskadrille op de Wadden, opgedragen aan Vice Admiraal A. Kikkert en zijn  manschappen op de Brabant, Nationaal Archief  2.01.30, Inv 381, fol 10. Confereer-Rolle voor ’s Konings Schip Braband onder Commando van den Kolonel J.J. Melvill van Carnbée, NA 2.01.30, Inv 387, fol 10. Confereer-Rolle der Esquadrille Ligte Vaartuigen te Texel onder Commando van den Kolonel H. Hofmeyer, NA 2.01.30, Inv 383, fol D.
3. Doopboek 1808, Stadsarchief Amsterdam 5001,
Evangelisch-Luthers Inv 291, fol J 99. Copy Doopboek 1808, PA 213, Inv 441, blad 27. De twee doopgetuigen komen in de Speurtocht aan de orde.