Admiraal Villaret de Joyeuse vraagt het Bataafse eskader zich direct te voegen bij de grootste invasievloot uit de wereldgeschiedenis tot dan toe. De vloot is al naar St Domingo vertrokken, maar de Brutus moet nog eerst naar de Rede van Brest voor onderhoud. Johan August salueert de Franse commandant met 13 schoten en daarna de stad met 19. Het roer blijkt zwaarder beschadigd dan gedacht, dus moet de reparatie uit te voeren. Op 12 februari 1802 is het eindelijk zover dat Johan August weer 19 schoten mag lossen. Zuidwaarts langs de kust van Frankrijk ontdekt de Ajax een Engelse koopvader, maar praait deze slechts. Het gaat verder langs Spanje, Portugal en Noord-Afrika tot in de Baai van St. Croix op de Canarische Eilanden wordt geankerd om opnieuw water in te slaan. Om de druk op het stuurwiel te verlichten brengt Johan August meer dan eens kogels van achter naar voor in het schip.
Het Bataafse eskader voor Tenerife, 28 februari 1802
Jan Anthonie Lagendijk 1804, Scheepvaartmuseum Amsterdam S.1277(01)14
Op 1 maart zet het eskader de oversteek in, ongeveer langs de Kreeftskeerkring. Aan boord van de Brutus komen veelvuldig vechtpartijen voor onder de soldaten. Hartsinck treedt daar streng tegen op. Een hevige storm op 12 maart doet twee matrozen overboord slaan, die met gevaar voor eigen leven gered worden door de kwartiermeester en een stuurmansleerling. Later onderscheidt de Raad voor de Marine hen daarvoor met een zilveren tabaksdoos resp. sextant. De storm veroorzaakt de nodige averij, waaronder verlies van de voorsteng en schade aan roer en Judas-Ooren (opstaande houten op voorplecht). De Poursuivante brengt met een sloep vervangend zeil over. Eind die maand nadert de Caribische Zee. Een gepraaide Franse kotter meldt dat de grote invasievloot een maand eerder is geland en een ware slachting onder de bevolking heeft aangericht.
Het Bataafse eskader voor Cap François, 3 april 1802
Anoniem, Scheepvaartmuseum Amsterdam S.1277(01)15
Op 31 maart arriveert het Bataafse eskader onder St Domingo en ankert op 3 april op de Rede van Cap François (Cap Haïti). Johan August lost 19 saluutschoten. Een dag later vragen de troepen van boord te mogen marcheren naar het Franse kamp, om de door de gele koorts gedecimeerde soldaten aan te vullen. Zij vragen vier dagen proviand en hun hangmatten te mogen meenemen, omdat de bevolking bij het wegvluchten de hoofdstad in as heeft gelegd. Hartsinck wil daar niet in difficulteren.
De dan al legendarische generaal Toussaint Louverture had met een beroep op de idealen en toezeggingen van de Franse revolutie een half jaar eerder de onafhankelijkheid van het eiland uitgeroepen. Eerst gaat het verhaal gaat dat hij ternauwernood naar Cuba is ontsnapt, maar hij zit met zijn troepen in de binnenlanden. Aan het eind van de rit zullen de Fransen het niet volhouden en wegtrekken.
Generaal Toussaint Louverture
De Franse Admiraal meldt dat in Amiens vrede met de Engelsen is gesloten, waardoor de Tweede Coalitieoorlog is beëindigd. Hartsinck ontvangt allerlei instructies uit Den Haag en geeft antwoorden mee aan de twee dagen later naar Parijs vertrekkende Admiraal. Het Bataafs eskader vertrekt op 17 april, niet naar huis maar noordwaarts langs de Bahama’s naar de Amerikaanse oostkust, “voornamelijk om aldaar de Bataafsche Vlag te vertoonen“. Op 10 mei gaat het eskader in de monding van de Chasepeake baai op de rede van Hampton voor anker. Bestellingen zijn nodig voor reparaties, vooral van het roer, en van vers water. Johan August bestelt 500 eenheden grof kruid voor elk schip en heeft 50 fijn kruid nodig voor saluut- en seinschoten. Manschappen gaan nu niet door ziekte of ongeluk verloren, maar wel door passagieren en de straf aan-wal-zetting.
Omdat in de havenstad geen Bataafse Consul aanwezig is voor de bestellingen en post helpt de gewezen zaakgelastigde Mozes Myers in Norfolk. Met Amsterdamse wortels en veteraan uit de Amerikaanse Revolutie mag deze 50-jarige zakenman Thomas Jefferson tot zijn vrienden rekenen. Met een aanbevelingsbrief op zak verlaat Hartsinck op 1 juni de Brutus en gaat per boot zo ver mogelijk de baai in en het laatste stukje over land op weg naar ambassadeur R.G. van Polanen in de hoofdstad.
![]() Rembrandt Peale 1801, White House |
![]() Gilbert Stuart 1808, Chrysler Museum of Art |
Hij is in Washington op 7 juni, “alwaar ik de Eer had den President van de VerEenigde Staaten van America, den Heer Jefferson, mijne besoeken afteleggen, en met de uiterste teekenen van Achting te worden ontvangen“. Op 14 juni is hij terug en 28 juni zet het Bataafse eskader van vier oorlogsschepen de thuisreis in via de Azoren. Door tegenwind lukt het begin augustus niet het Kanaal in te zeilen, zodat een tussenstop van enkele dagen in Falmouth nodig is. Johan August mag ditmaal 24 saluutschoten lossen en een Britse gouverneur komt apart aan boord om excuses te maken voor het te gering aantal antwoordschoten. Door het ontbreken van oorlog is het zo druk in het Kanaal, dat ook anderen het druk hebben: de stuurman met laveren, de bootsman met saluutvlaggen naar handelsschepen en met Franse beleefdheidsbezoekjes aan boord.
Op 14 augustus gaat het eskader op de Rede van Texel voor anker. Johan August krijgt een déjà-vu als dezelfde commissaris-directeur als in 1800 na twee weken met ’s Lands Jagt aan boord komt en de matrozen afdankt. Op 28 augustus vertrekt deze al weer, samen met Pieter Hartsinck. De vaste bemanning van de Brutus gaat naar het Nieuwe Diep. Daar pleegt Johan August de nodige bestellingen bij het Nieuwe Werk en maakt onder en boven geheel schoon schip. Samen met de nog resterende 70 bemanningsleden gaat hij op 11 september 1802 van boord.
Na een dienst van tien jaar en twee grote reizen naar West-Indië volgt Johan August kapitein Pieter Hartsinck niet meer. Deze gaat begin 1803 als commandant en schout-bij-nacht met een eskader naar Oost-Indië. Hij blijft het hele jaar zonder oproepen, ook als Engeland en Frankrijk de onderlinge vijandelijkheden hervatten. Misschien keert hij terug in de Bloemstraat in Amsterdam, maar hij trouwt niet met Maria de Ruijt en erkent zijn dochter Wilhelmina Augusta evenmin.