2.1.4. xxx

Sinds eind 1802 woont Augusta Juliana met haar gezin in de hofstede in Marlow. De rivier Recknitz scheidt stroomafwaarts Mecklenburg van Zweeds-Pommeren en mondt 15 kilometer verder bij Damgarten in de Oostzee uit. Haar twee kinderen uit het eerste huwelijk gaan in 1805 het huis uit. De 20-jarige Friderica trouwt in Marlow op 12 november 1805 met Johann Christian Ludwig Prillwitz, een tweevoudig weduwnaar en houtvester in het nabij gelegen Freienholz. De 17-jarige zoon was met Pasen al leergezel geworden bij een koopman in Teterow. (1)

Carl Wilhelm, de natuurlijke zoon van de stamvader, treedt met zijn nieuwe achternaam Meienfeldt op 15-jarige leeftijd in dienst als snijder en bediende bij de Mecklenburgse baronnen Ludwig en Carl Anton von Both in Grapen-Stieten. Hun landhuis ligt 15 kilometer ten zuiden van de vestingstad Wismar en valt binnen de Zweedse enclave daaromheen. Drie jaar later in 1806 maakt hij de zes jaar oudere Dorot­hea Magdalena Catharina Tei­ch zwanger. Het begint familietraditie te worden, maar dit keer pakt het anders uit. Als zij zes maanden zwanger is trouwt hij met haar in de St. Marienkerk van Wismar op 1 maart 1807, op het moment dat Frans-Hollandse troepen de stad overspoelen en richting Stralsund trekken. (2)

De bruid was op 15 september 1782 geboren in het 40 kilometer oostelijk gelegen Bützow. Haar ouders zijn Johann Hinrich Teich en Sophia Catharina Günter. Op 21 mei 1807 wordt dochter Sophia Wilhelmina Francisca Meienfeldt geboren. Uit de doop drie dagen later in dezelfde kerk van Wismar blijkt dat de kwestie de baronessen Von Both niet onberoerd heeft gelaten. Zij sturen hun belangrijkste personeel als doopgetuige. Tien maanden later komt er al een einde aan het leven van het dochtertje en is de begrafenis in de kerk van Beidendorf vijf dagen later op 20 maart 1808. 

Inmiddels is Dorothea Teich al weer zwanger. Op 27 januari 1809 zijn in de kerk van Beidendorf drie baronessen Von Both doopgetuige, die elk hun naam geven aan het geboren meisje: Friderique Amalie Julie geven. (3) Daarna volgen nog Maria Dorothea Johanna Henriëtte in 1811, Caroline Ernes­tine Sophie in 1813, Christian Heinrich Friedrich in 1817, Johanna Louisa in 1819 en Charlotta Dorothea Maria in 1822. De laatste dochter wordt maar 24 weken oud en moeder sterft op Grapen-Stieten op 20 december 1823 op 41-jarige leeftijd. In de doopboeken verandert de “n” in het midden van de achternaam geleidelijk in een “r“. Carl Wilhelm is op 35-jarige leeftijd weduwnaar met vijf jonge kinderen. 

Terug   ***   Verder

1. Kirchenkreis Mecklenburg, Marlow, Trauungen 1804-1832, Bild 4.
2. Kirchenkreis Mecklenburg, Wismar St. Marien 1792-1837, Trauungen Bild 22, Taufen Bild 70.
3. Kirchenkreis Mecklenburg, Beidendorf, Taufen 1800 – 1815, Bild 40.