In november 1802 koopt Augusta Juliana een hofstede (Gehöft) met opstallen en inventaris in het aangrenzende stadje Marlow. Dat doet zij met de afgekochte 500 rijksdaalder van het legaat van haar vader en met een hypotheek op de onverdeelde boedel van 600 rijksdaalder van haar eerste man. (1)
Voogden Hagenow en Steinman eisen voor de twee kinderen uit haar eerste huwelijk een hypothecaire zekerheid op de hofstede. Dat willigt zij in, maar vestigt gelijke zekerheid voor de zes kinderen uit haar tweede huwelijk. Voor deze extra klus brengt advocaat PommerEsche kosten in rekening bij Hagenow, die weigert te betalen met het argument dat het testament van de eerste echtgenoot Thilow uit 1789 bepaalde dat de twee kinderen kostenvrij moesten blijven. Het Gerechtshof van Greifswald in 1803 en het Tribunaal van Wismar in 1805 stellen Hagenow in het ongelijk. (2)
Aan de inhoudelijke beslechting van dit conflict kwam de rechter niet toe. Hagenow had het landgoed Medrow met Glewitz en Langenfelde van de gravin-weduwe von Meijerfeldt gekocht, met financiële hulp van zijn zwager Joachim Christian von Rodbertus, koopman in Barth. Daarmee had Hagenow begin 1802 de rijksadelstand met het suffix von, maar zijn voogdijschap over de twee Thilowse kinderen verloren, omdat hij als landheer toezichthouder op de voogden was geworden. (3)
Met haar man en acht kinderen betrekt Augustus Juliana het ruime huis in Marlow. Het gezin leeft van de opbrengsten van het eigen erf en de verkoop van wat overblijft. Met 27 andere volle huizen, totaal 111 woningen en 553 inwoners is Marlow op dat moment één van de kleinste stadjes van Mecklenburg. De rivier de Recknitz vormt de grens met Pommeren noordwaarts en stroomt 15 kilometer verder bij Ribnitz-Damgarten in de Oostzee uit.
Een hofstede in het gebied
In 1805 gaan haar twee kinderen uit het eerste huwelijk het huis uit: met Pasen vertrekt de 17-jarige Friedrich als leergezel bij een koopman in Teterow; op 12 november trouwt de 20-jarige Friderica in Marlow met Johann Christian Ludwig Prillwitz, een tweevoudig weduwnaar en houtvester in het nabij gelegen Freienholz. Pastor Mie is net op 77-jarige leeftijd gestorven, maar zijn jonge zoon en aanstaande opvolger neemt het over. (4)
In 1819 brengt de volkstelling in het groothertogdom Mecklenburg-Schwerin het gezin in beeld: (5)
Volkstelling Marlow 1819
Samen met de tellingen op andere plaatsen ontstaat het overzicht dat Augusta Juliana de moeder is van:
— de 34-jarige Friderica, sinds 1812 weduwe, woont met haar (stief)kinderen weer in Marlow;
— de 31-jarige Friedrich, dankzij zijn huwelijk met Bröckmann sinds twee jaar pachter van het landgoed Alt Sührkow;
— de 28-jarige Carl, winkelbediende in Greifswald;
— de 27-jarige Ludwig, landman en inspecteur op het landgoed Woltow;
— de 25-jarige Albrecht, zeevaarder, na zijn huwelijk met Prillwitz schoenmaker in Rostock;
— de 23-jarige Theodor, apothekersgezel in Sülze;
—de 21-jarige Heinrich, hovenier op het landgoed van Von Plessen, na zijn huwelijk met Tepp in Hohen Sprenz;
— de 18-jarige August, koopman in Greifswald, na zijn huwelijk met Kracht in Rostock.
In 1832 overleeft Augusta Juliana met haar gezin een cholera-epidemie die aan 1000 stadsgenoten het leven kost. Op 8 juni 1838 wordt zij voor de tweede keer weduwe, als Theodosius Thilo op 78-jarige leeftijd in Marlow overlijdt. Haar eigen leven eindigt op 23 augustus 1846, vijf dagen voordat zij 84 jaar oud zou worden. Man en vrouw worden ieder drie dagen na hun overlijden op het kerkhof van de Evangelisch-Lutherse kerk begraven. (6)
1. De Nalatenschapsbeschrijving van gravin Sparre van 1817 bevat toch nog een bedrag van 1.000 rijksdaalder. Dit even grote bedrag had de gravin in 1798 toevallig geleend van de inmiddels gepensioneerde Justitieraad Palmsvärd, oorspronkelijk Jan Eric Nibelius, een goede vriend van oud-huisleraar Kellgren. J.E. Palmsvärd. Autobiografie, Stockholm 1931. ♣
2. Der Eigentümer Hagenow zu Langenfelde und Friedrich Steinmann zu Gnoien als Vormünder der Thilowschen Kinder contra das königliche Hofgericht in Greifswald, Wismarer Tribunal, Relationen, Urteilsbegründungen des Assessoren, Landesarchiv Greifswald, 010.01. Schwedische Regierung Stralsund. 1805 IV nr. 6 d.d. 22-04-1805, pag. 1-88.
3. Brief van Ulrike Cordt, Freising 23 januari 1996, over haar betbetovergrootvader Friedrich von Hagenow. [CH-279]
4. Evangelische Kirche Marlow, Taufen, Heiraten, Tote u Konfirm 1802-1871, Verzeichnis der Kopulierten 1804-1832, fol 362.
5. Volkszählung Großherzogtum Mecklenburg-Schwerin 1819, deel 86 Marlow, amt Ribnitz, fol 95-96, nrs. 1005-1011.
6. Idem als 4, Verzeichnis der Verstorbenen, fol 449 resp. fol 512.
