3.2.8. Franse vloot

Nog steeds de brief van zijn zoon Carl volgend verliet de stamvader in 1780 Stralsund en trad in dienst van het Franse leger.

Stralsund kende in 1780 geen Franse overheersing, dat kwam 27 jaar later pas met Napoleon. Alle buitenlanders die in de haven bevoorrading insloegen, schepen kochten en bemanning wierven konden op bescherming van het neutrale Zweden rekenen. Voor de stad was de zeevaart van het grootste belang en het dichtbevolkte achterland leverde veel bemanning aan Europese schepen. Door dit alles lag het voor de hand dat de Franse militaire dienst betekende dat Johan August in Stralsund of elders op een oorlogsschip aanmonsterde. (1)

Een blik vooruit wijst in dezelfde richting, omdat Johan August jaren later in Amsterdam niet alleen op een oorlogsschip aanmonsterde, maar bovendien gelijk commandeur over al het geschut werd. Dat is ondenkbaar zonder relevante kennis en ervaring. Die moet hij in de voorafgaande tijd hebben opgedaan, dus in Franse dienst. (2)

De Franse marine had in die tijd na de Britse de sterkste vloot: 71 linieschepen, 64 fregatten en 45 korvetten. De drie voornaamste marinehavens waren Brest en Rochefort aan de Atlantische kust en Toulon aan de Middellandse Zeekust. Koning Lodewijk XVI wilde het machtsevenwicht met Engeland herstellen. Gevechten vonden plaats over de koloniën in India, in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en bij het heroveren van Caribische eilanden. De Vierde Engels-Nederlandse Oorlog ontbrandde met de Slag bij de Doggersbank van 1781, maar daar namen de Fransen niet aan deel. (3)

Wel hebben Franse kapiteins van kaperschepen het vaak op Engelse schepen voorzien. Zo haalde Pierre le Turcq – na een leerschool bij de beruchte Amerikaanse kaper John Paul Jones – in 1781 en 1782 in het Kanaal heel wat Britse buit binnen voor de Admiraliteit van Zeeland. (4)

Een goede kandidaat om Johan August aan boord te hebben is de Franse vloot die op 8 mei 1780 vanuit Brest naar Amerika vertrok onder admiraal de Ternay d’Arsac en diens aide-de-champ graaf Axel von Fersen uit Zweden. De laatste begeleidde acht jaar later zijn koning Gustaaf III in Finland, terwijl graaf von Meijerfeldt daar bevelhebber was. Het Amerikaanse eskader telde zeven linieschepen en drie fregatten, die escorte verleende aan 36 transportschepen met 5.300 troepen onder generaal Rochambeau. (5)

De vloot arriveerde op 11 juli in de haven van Newport om daar de troepen af te zetten. Vanwege een Britse blokkade moest de vloot blijven. De admiraal stierft in december aan typhus. Onder vice-admiraal Destouches verliet het eskader maart 1781 Newport, maar de Engelsen dwongen hem in de Slag bij Kaap Henry naar de haven terug. De nieuwe commandant Barras dirigeerde het eskader opnieuw zuidelijk langs de kust, terwijl vanuit Cap-Français (Haïti) admiraal De Grasse kwam aanzeilen. Op 5 september 1781 leden de Britten in de Slag bij Chesapeake een grote nederlaag, waardoor George Washington de laatste stappen naar onafhankelijkheid kon zetten. De Grasse voer terug naar Martinique, heroverde St. Eustatius voor de Republiek en in 1782 andere eilanden op de Britten, tot hij bij een aanval op Jamaica ten onder ging. In 1783 sloten alle partijen eindelijk vrede in Parijs en keerde de Franse vloot terug naar Brest.

Terug   ***   Verder

1. M. Ressel, “Swedish Pomeranian Shipping in the Revolutionary Age (1776–1815)”, Deutsche Forschungsgemeinschaft, projekt “Risikozähmung in der Vormoderne”, Ruhr Universität Bochum, Forum Navale 2012, pag. 65-103. Registers van Pommerse bemanningen bestaan niet. De Sont-registers bevatten alleen kapiteins van handelsschepen.
2. De Franse marine-registers bevatten vrijwel alleen officieren. Brief van Frits von Meijenfeldt (Nk.3), ‘s-Gravenhage 18 november 1934 [CG-24]. Brief van Conserva­teur-Général Centre d’accueil et de recherche des Archives nationales (CARAN), Ministère de la Culture et de la Francophonie [CH-262].
3. Volgens familieoverleveringen nam de stamvader aan die slag deel. Zijn naam is evenwel niet te vinden onder de officieren, matrozen en soldaten in de Nederlandse en Britse scheepsrollen.
4. J.E. Korteweg, “Kaperbloed en koopmansgeest. ‘Legale zeeroof’ door de eeuwen heen”, Amsterdam 2006, pag. 260, en correspondentie met haar [CH-429] en met de Franse maritiem historicus Roberto Barazzutti [CH-431].
5. J. Daget, “Les troupes de la marine 1774-1816”, Diss. Université Paris-IV 2001. Het eskader bestaat uit de 80-stuks Duc de Bourgogne, de 74-stuks Neptune onder Sochet Des Touches en Conquérant onder La Grandière, en de 64-stuks Provence onder Lombard, Ardent under Bernard de Marigny, Jason onder La Clocheterie en Éveillé onder Le Gardeur de Tilly. Daarnaast de fregatten Surveillante onder Villeneuve Cillart, Amazone onder La Pérouse en Bellone.