Omdat Hartsinck eind 1793 zonder konstabel-majoor van Texel is vertrokken en in Paramaribo ook geen aan boord is gekomen, besluit de Admiraliteit van Amsterdam te erkennen dat Johan August die functie in feite vervult en zijn soldij vanaf 1 oktober 1794 op 32 gulden per maand vast te stellen, voor hem een loonsverhoging met 23%. (1)
’s Lands Schepen in de Suriname Rivier 1794, Monster Rolle der Kost Penningen
De Fransen en Patriotten rukken in 1794 stap voor stap op in de Zuidelijke Nederlanden, overschrijden de grens van de Republiek en rukken op naar ’s-Hertogenbosch, Maastricht en Nijmegen. De met de Republiek geallieerde Engelse, Pruisische en Habsburgerse troepen houden hen niet tegen, want hebben andere besognes. Verzonnen of niet, maar van dat moment komt de uitspraak over de Franse opperbevelhebber “Wat nu? wat nu? zei Pichegru“, doelend op de immer onmogelijke oversteek van de grote rivieren.
De Fransen onder Pichegru trekken de bevroren rivier de Lek over
Schoolplaat J.H. Isings
Begin januari 1795 helpt de natuur een handje. Door de strenge vorst vriezen de rivieren dicht en steken de troepen over naar Utrecht en Amsterdam. Ook Zeeland geeft zich over. Prins Willem V weet net op tijd naar Engeland te vluchten. Eind januari volgt de stichting van de Bataafse Republiek, een Franse vazalstaat.
Op 5 maart 1795 viert Paramaribo de verjaardag van prins Willem V feestelijk. Een week later komt het eerste nieuws over de omwenteling van een Amerikaanse koopvaarder. Op 20 mei komt een drie maanden oude brief van prins Willem V binnen, die vraagt een opstomend Engels eskader te verwelkomen. De bestuurders en marineofficieren besluiten daar geen gehoor aan te geven en trouw aan de Staten-Generaal te blijven. Achterliggende reden is de betrekkingen met Cayenne te herstellen om daar de kapers te bestrijden.
Toch blijft het nieuwe bewind wantrouwig jegens de schepen in de West. Hartsinck dreigt eind dat jaar met ontslag, waardoor de achterstanden met de betalingen worden ingelopen. Johan August krijgt een vierde voorschot van 50,1 gulden. Zijn benoeming tot konstabel-majoor wordt gefinaliseerd en iedereen onder hem schuift een rang met het daarbij behorende maandsoldij omhoog. (2)
1. Monster Rolle der Kost Penningen okt-dec 1794, Nationaal Archief 2.01.28.01, Inv 128, beeld 258.
2. Scheepsbetaalrol Erfprins van Brunswijk, NA 1.01.46, Inv 2254, fol 21.