Nk.33. Bleeker

Frederik Hendrik (1917-2000)

Na twee dochters is het laatste kind in het gezin Kimmijser een zoon. Op 24 augustus 1917 brengt de militaire veearts op Boeton hem ter wereld, omdat de dokter op tournee langs de eilanden is. Na zijn grootvader en zijn vader krijgt deze derde-generatie-telg opnieuw de doopnamen Frederik Hendrik en de roepnaam Frits. Hij volgt de openbare lagere school in Buitenzorg, in Batavia en in Palembang. Daarna doet hij de openbare HBS, maar moet dat na een jaar Bandoeng en een jaar Koning Willem III School te Batavia onderbreken voor de reis met ouders en zussen naar Nederland in 1932.

In Den Haag zet Frits zijn HBS voort aan de Haagse Daltonschool en haalt daar in 1935 zijn eindexamen. Dan is het tijd voor de dienstplicht. Door tussenkomst van zijn vader kan hij de opleiding tot reserveofficier volgen in Ede bij de bereden artillerie, waar hij liefde voor paarden opdoet. Na een jaar zwaait hij af als reserve tweede luitenant. In Leiden studeert hij Indisch recht aan de interfaculteit Rechten, Letteren en Wijsbegeerte. Op de HBS kreeg hij geen Latijn, maar na het afzonderlijk behalen van dat diploma kan hij zich ook bij de faculteit Nederlands Recht inschrijven. In debatten over Indië in zijn Minerva-dispuut onder praeses prins Dorodjatun vormt hij zijn standpunten. In het jaar 1939 keert de prins terug om zijn vader op te volgen als 9de sultan van Yogyakarta en wordt voorman in de vrijheidsstrijd.

De voortgang van de rechtenstudie van Frits hapert door oefeningen en mobilisaties als reservist aan de vooravond en zeker bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting wordt hij niet geïnterneerd door ondertekening van de erewoordverklaring, maar acht zich vrij met zijn studentengroepje aanslagen te plegen. Naast verzetsacties legt hij ook illegaal tentamens af. Op 9 december 1943 wordt hij thuis opgepakt in verband met de aanslag op de V2 in Merlot. Daar is hij niet bij betrokken, maar wel bij de planning van het latere bombardement op Villa Kleykamp. Als krijgsgevangene wordt hij afgevoerd naar het Poolse Stanislau, Offlag XXI-c/z Grüne bei Lissa. (1)

In het kamp zit Frits bij een groep met Piet Lieftinck. De gesprekken gaan al snel over de toekomst, vooral dat Indië zijn vrijheid moet krijgen. Lieftinck zal met Drees minister in de naoorlogse kabinetten Beel worden, waar zij op een blokkade van de katholieke coalitiegenoten zullen stuiten. Zodra het oostelijke front nadert lopen de krijgsgevangenen met de Duitsers in westelijke richting. De Russen weten hen op 28 april 1945 in Mecklenburg in te halen en te bevrijden. Op 5 juni 1945 meldt Frits zich in het ontvangstcentrum voor gerepatrieerde krijgsgevangenen in Zeist.

Na een Haags bezoek aan zijn blij verraste familie gaat Frits naar Utrecht om zijn doctoraalbul voor de examencommissie te halen. Door het treinvervoer per ‘beestenwagen’ valt hij flauw voor de commissie, maar weet zijn bul toch te halen. Zijn naam in lijsten van reserveofficieren en ex-krijgsgevangenen, waardoor hij al snel een oproep krijgt om voor de Zuiveringscommissie te verschijnen. Verontwaardigd verscheurt hij het formulier. Om diezelfde reden krijgt hij een oproep van het leger om naar Indië te gaan. Hij vindt zijn tien jaar diensttijd lang genoeg, maar gelukkig capituleert Japan. De oproep is ook gericht tegen Indonesië, dat zich onafhankelijk verklaart. Hij weigert tegen een bevolking te vechten waar hij zoveel respect voor heeft. Een arrestatie wegens landverraad dreigt, maar vader Frits sr weet dat te voorkomen. Zekerheidshalve steekt hij oktober 1945 over naar Engeland.

Vandaar gaat Frits aan boord van het stoomschip Nieuwe Amsterdam naar de Oost. Tijdens de reis maakt hij kennis met Martine Jacoba Johanna Bleeker, geboren te Epe op 26 augustus 1921, dochter van Derk Jelle Bleeker (1888-1964) en Geertruida Henriette Johanna Hendriks (1888-1985). Aangekomen in Singapore staan de Britten niet toe dat zij oversteken naar Batavia. Nadat zij zich verloven, slaagt Martine er in op een boot over te steken en Frits iets later met een vliegtuig mee te liften. In Batavia meldt hij zich bij de Directeur van Justitie, op wiens advies hij naar Makassar op Celebes gaat. Zijn verloofde staat op het punt voor Pro Juventute naar een andere regio te gaan. Hun huwelijk op 16 maart 1946 brengt uitkomst. Hun gezin is de Zijtak Kimmijser.

Frits wordt openbaar aanklager in de rang van Substituut Officier van Justitie, net als neef Gerard twee jaar later. Hij schroomt niet om hoge Nederlanders aan te pakken, bijvoorbeeld als zij in bruikleen verkregen meubilair voor zichzelf naar huis verschepen. Als Substituut Auditeur-Militair bij de Temporaire Krijgsraad voor oorlogsmisdaden in Makassar neemt hij in september 1946 getuigenverhoren af van romusha’s, Javaanse overlevenden van ‘vrijwillig aangewezen’ arbeid voor de Jappen in de kolenmijnen en spoorlijnen. (2)

Makassar is in december 1946 de hoofdstad van de met Nederlandse steun opgerichte deelstaat Oost-Indonesië, bestaande uit Bali, Molukken en Celebes, onderdeel van de beoogde Verenigde Staten van Indonesië, als tegenreactie op de eerder uitgeroepen eenheidsstaat Republiek Indonesië. Frits neemt de opdracht aan om in Zuid-Celebes de Landraad naar Europees model in drie machten op te splitsen en met name een onafhankelijke magistratuur op te zetten en op te leiden. Onder de Republiek Indonesië drie jaar later stopt hij daarmee.

Frits ervaart het gebied als veilig voor het Nederlandse gezag, maar ziet wel Javaanse infiltranten, geweld tussen rivaliserende sultanaten en criminaliteit. Het Nederlandse gezag stuurt Westerling aan het hoofd van Speciale Troepen om het gebied te zuiveren. Zijn methode om kampongs te omsingelen, uitgezochte mannen standrechtelijk te executeren en dorpen te verbranden acht Frits juridisch niet in de haak en pure wraakacties, maar omdat hij in opdracht van Batavia komt, het aantal slachtoffers niet significant afwijkt, de operatie van korte duur is en rust brengt acht hij vervolging niet opportuun.

Na de soevereiniteitsoverdracht wacht Frits in 1950 in Nederland een oproep voor militaire dienst. Hij neemt een aanbod aan om in Jakarta hoofdemployé bij de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij te worden. Als souschef Personeelszaken regelt hij de werkuren en beloning van de koelies in overleg met de vakbond. Hij woont met Martine en de kleine kinderen in Jakarta in de wijk Kebajoran. In een interview zegt hij dankzij de ethiek van zijn Leidse hoogleraar Van Vollenhoven met Indonesiërs op voet van gelijkheid te werken, hun afwijkende cultuur en recht te respecteren, hun streven naar meer vrijheid te steunen, militaire dienst tegen hen te weigeren en hun eigen magistratuur te helpen opbouwen. (3)

Van 1957 tot 1959 werkt hij in Singapore voor de KPM en daarna in Amsterdam als chef Personele Zaken. Bij de opheffing in 1966 wordt hij op 13 december 1967 aangenomen als Officier van Justitie in Dordrecht en op 4 april 1969 in Amsterdam. Het gezin woont in Baarn aan de Chopinlaan 7. Frits is lid van de Lande­lijke Overleg­groep Open­baar Mi­niste­rie, zit bij de Ge­nees­kun­dige en Farma­ceuti­sche Inspec­tie en wordt in 1982 Raad­sheer bij het Ge­rechtshof te Arnhem. (4)

De echtpaar overlijdt in Baarn, Martine op 5 november 1999 en Frits op 24 december 2000. 

Terug   ***   Verder

1. Nationaal Archief, Ministerie van Defensie: Collectie Krijgsgevangenen, nummer toegang 2.13.98, inventarisnummer 11, “Meyenfeldt von F.H. 7722 2e luitenant Artillerie zugang Oflag 67 am 6-3-1945 von Offlag XXI C/Z Grune bei Lissa“.
2. NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Toegang 400 Indische Collectie, Inv 570. Processen-verbaal van getuigenverhoren van “romusha’s” door mr. F.H. von Meijenfeldt, substituut auditeur-militair van de Temporaire Krijgsraad te Makassar, 20-07-1946.
3. Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië (SMGI), interviews over het einde van de koloniale Nederlandse aanwezigheid in Azië, Bijzondere Collectie Universiteitsbibliotheek Leiden, interview 1305.1 d.d. 19-10-1998.
4. 
Nationaal Archief, Inventarissen, 2.10.50.02 Inventaris van het archief van de Stichting Administratie Indische Pensioenen, Stamboekgegevens KNIL-militairen, ca.1852-1951. nr. 60 Maugenest-Meijenfeldt, Frederik Hendrik.