Op 15 september 1920 viert Hendrik Diederich von Meijenfeldt zijn 25-jarig jubileum bij De Nederlandsche Bank. Dat jaar begint hij tevens als ouderling in de Keizersgrachtkerk met Wijk IX (rondom Haarlemmerpoort) onder zijn vleugel; dat houdt hij acht jaar vol. Vanaf 1922 werkt Hendrik op het kantoor aan de Herengracht 461-463. Op 31 maart 1930 is zijn afscheid en gaat hij met pensioen. De DNB kent hem een pensioen toe van 2/3 van desom van zijn jaarsalaris van f 5.400 en tantième van f 1.512.

Hendrik von Meijenfeldt en Anna Augustijn midden staand in Bergen-op-Zooms kostuum
Daar om heen staand Carl en Willy en Govert, zittend o.a. Ella
Hendrik overlijdt in Amsterdam op 14 januari 1931 en wordt drie dagen later begraven op de Nieuwe Ooster begraafplaats. Weduwe Augustijn gaat aan de Rijksstraatweg in Heiloo wonen, niet al te ver van haar zoon Carl, die in Almaar beroepen is. Haar dochter Ella en zoon Govert verhuizen mee. De eerste volgt een opleiding bij Schoevers, de tweede studeert klassieke talen aan de Vrije Universiteit. Anna Augustijn overlijdt in Alkmaar op 2 augustus 1939 en wordt drie dagen later begraven op de Gemeente Begraafplaats.
Carl studeert theologie aan de Vrije Universiteit. Na zijn studie trouwt hij in 1924 met Willie Minderaa. Zij is in hetzelfde jaar en dezelfde stad geboren als Carl. Carl wordt in 1924 op zijn eerste post voor de Gereformeerde Kerk beroepen in Vrouwenpolder-Gapinge, Zeeland. In 1928 gaat hij naar Rotterdam-Feijenoord en in 1931 naar Alkmaar, waar hij tot zijn emeritaat zal blijven.

Carl von Meijenfeldt
Govert behaalt 21 maart 1935 cum laude zijn doctoraalexamen Klassieke Talen. Tijdens zijn studie bekleedt hij menig bestuursfunctie in de oratorische vereniging Forum en regisseert de toneelvoorstellingen. Hij is thuis strak opgevoed:
Zwemmen bijvoorbeeld kan hij niet: vroeger mocht je niet zwemmen. Misschien dat hij daarom nu wat soepeler is, omdat hij zelf zo streng is opgevoed. Je ging vroeger ook niet naar een toneelstuk. Soms kwam er een oude oom op bezoek en die nam ze dan stiekem mee naar een toneelstuk, maar van zijn ouders mocht dat niet. En dat terwijl hij er dol op is.
Govert wordt in de crisisjaren gasruiker bij het gemeentelijke gasbedrijf. In die jaren doet hij aan familie-onderzoek en leert hij Zweeds. Hij vertaalt twee boeken van het Zweeds in het Nederlands: “Orjan van Boda” van Albin Widén en “Het huis bij Solviken” van Paul Michael Ingel. (2) Hij probeert docent te worden en dat lukt enkele keren op tijdelijke basis op zijn oude school, het Gereformeerd Gymnasium, en op het Nieuwe Lyceum in Hilversum (inval voor de gemobiliseerde docent Reitsma, een studiegenoot en later zijn conrector in Amersfoort).
Vader Hendrik overlijdt in 1931 en moeder Anna Augustijn in 1939. Gelet op alle onderlinge briefwisselingen en rouwadvertenties bij hun dood is er in de derde generatie nog echt sprake van één familie, waarin alle leden contact met elkaar hebben. In de vierde generatie versnippert het, omdat de omvang toeneemt en de meerderheid niet langer in Amsterdam woont. Sommigen vertrekken naar het buitenland, zoals Ella en Govert. Ella wordt gouvernante in Londen.

Ella von Meijenfeldt
1. Kanselarij der Nederlandse Orden, Staatscourant 1973, 131, Gedecoreerden.
