Tweede zoon Carl Frederik von Meijenfeldt laat zich net als zijn broers vaak neutraal noteren als kantoorbediende, maar regelmatig vermeldt hij concreter handelsreiziger of koopman. Hij richt zich op uurwerken, zowel horloges als klokken. In de zomer van 1879 reist hij via de vestiging van Billon Frêres in Amsterdam met de trein naar La Chaux-de-Fonds in het kanton Neuchâtel. Hij werkt bij Jules Billon, logeert bij zijn familie en gaat zo nu en dan met hen op stap. Hij is getuige van de kanteling van het klassieke vakmanschap in kleine bedrijfjes en een school in La Chaux-de-Fonds naar fabrieken naar Amerikaans model. In een verjaarswens aan zijn jongere broer Frits schrijft hij: (1)
Maandag ben ik naar Fontainemelon geweest, en heb aldaar een fabriek bezigtigd, alwaar men de mouvementen voor een horloge in het ruw vervaardigt. Deze fabriek wordt door stoom gedreven, er werken ongeveer 200 mannen, meisjes en vrouwen op, en de bezichtiging van een en ander is zeer interessant.
Eenmaal terug in Amsterdam verlooft hij zich Margaretha (Margré) de Haas. Zij is daar geboren op 7 augustus 1856 als jongste dochter van de inmiddels overleden koopman Willem de Haas en de nog levende Aaltje Prins. De familie de Haas is afkomstig uit de aangrenzende dorpen Sloten en Sloterdijk en kerkelijk nauw verbonden met de familie Von Meijenfeldt. Een half jaar vóór het huwelijk van Evert en Jo is de ondertrouw op 24 november 1881 en de bruiloft is 8 december, eerst op het stadhuis van Amsterdam, dan bij de Christelijk Gereformeerde kerk. Dominee Gispen is daar Van der Sluijs opgevolgd.
|
|
|
Vóór de jaarwisseling verlaat Carl Frederik zijn ouderlijk huis op Kattenburg en trekt in bij zijn bruid en schoonmoeder aan de Vondelkade 155, tegenwoordig het begindeel van de Overtoom bij de Vondelkerk. Daar wordt op 10 december 1882 een eerste dochter, die naar beide grootmoeders wordt vernoemd. In verband met de feestdagen doopt de christelijk gereformeerde dominee Gispen haar pas het volgende jaar op 3 januari. Het kind leeft maar veertien maanden. De teraardebestelling is op de Oude Ooster begraafplaats, die dertig jaar later plaats maakt voor het Koninklijk Instituut voor de Tropen.
In de tweede helft van 1884 komt een erfenis vrij uit een gezamenlijk vermogen bestaande uit twee woonhuizen van de al acht jaar eerder overleden vader van Margré en diens net overleden zwager Gerrit Rooseboom. De ene woning in de Eerste Weteringsdwarsstraat 36 wordt bewoond door haar zus Elizabeth, die getrouwd is met makelaar Willem Frederik de Haas en daardoor de Haas-de Haas heet. Hij komt van een niet-verwante familie van schilders uit Sloten, die daar vóór 1750 vanuit het Oost-Friese Norden naar toe waren gekomen en ook van de Lutherse naar de Gereformeerde kerk waren overgestapt. Zij is degene die uiteindelijk de stoplap van nichtje Anna uit Dordrecht krijgt. Haar man weet hun huis op een veiling in Frascati te laten afslaan op f 8.500, waarna hij het zelf voor f 350 meer koopt en ieder zijn deel betaalt. Dat lukt hem door het tweede huis in de boedel aan de Rozengracht 131-133 voor f 5.550 aan het naastgelegen kantoor van de azijnfirma Rijks & Buissant te verkopen. Van beide bedragen strijken Carl en Margré een zestiende deel is samen 878 gulden op. (2)
1. Brief van Carl Frederik aan Frederik Hendrik von Meijenfeldt, Chaux de Fonds 23 juli 1879.
2. Noord-Hollands Archief, 186.16 Nieuw Notarieel Archief Nieuwer-Amstel II, Inv 28, notaris J.F. Herbschleb, aktes 388 en 389.


