Nk.31/32. Broers/Buijs

Nk.31. Engeltje (1912-1979)

In het gezin Kimmijser is oudste dochter Enny in Magelang geboren op 31 december 1912. In 1932 gaat zij met haar familie scheep naar Nederland. Zij is 20 jaar oud en maakt aan boord verlovingsplannen met een opvallend lange (meer dan twee meter) magere man Constantijn (Con) Johan Broers. Hij is geboren in Pekalongan op Java op 29 september 1913 als zoon van predikant Jacobus Antoni Broers en Gerridina van der Bend. De laatste komt uit de slagersfamilie uit Zwolle, nauw gelieerd aan de daar bekende bakkersfamilie. De verloving gaat niet door, maar Con blijft in beeld. Enny daat in Den Haag bij haar ouders wonen. 

Con studeert biologie in Utrecht. Tijdens de bezetting zet hij een studentenverzetsgroep op en sluit zich aan bij de Ordedienst. Hij verzamelt inlichtingen over het vliegkamp Soesterberg, het concentratiekamp Amersfoort, versterkingen die werden aangelegd in de omgeving van Utrecht, troepenverplaatsingen etc. Hij rapporteert aan Van Hattum. De laatste verraadt na zijn arrestatie de hele groep, waardoor Con op 21 juli 1942 door de bezetter wordt opgepakt. Doordat Con Van Hattum overhaalt zijn verklaring te herroepen in het ‘Tweede OD-proces’, ontsnapt hij aan executie en wordt van het Oranjehotel in Scheveningen via twee gevangenissen naar Kamp Amersfoort afgevoerd, in 1943 naar Natzweiler en in 1944 naar Dachau. Hij krijgt sigaretten en extra voedsel omdat hij als begenadigd tekenaar portretten van SS-officieren maakt. In mei 1945 arriveren de Amerikanen bij Dachau.

Tweede van links Con, lid van Guard Military Police ingesteld door Amerikanen
om verspreiding van tyfusepidemie en plunderingen te verhinderen

Nederland haalt als één van de weinige landen hun overlevenden in de kampen niet op, dus moeten zij het zelf regelen. Een groep organiseert de ‘Bus van Dachau’ en een andere groep onder leiding van Con een Amerikaanse tientonner. Voor de leider van de Nederlandse gevangenen in Dachau, de SDAP-senator Wiardi Beckman, zijn de Amerikanen een maand te laat. Con neemt het initiatief een dodenmasker van hem te maken voor zijn weduwe en afgietsels voor Koos Vorrink en de SDAP. De Poolse gevangene en arts Stanislaw Bienka verzamelt het gips in ruil voor sigaretten en maakt het masker. Eenmaal in Nederland schrijft Con op 15 juni 1945 aan de weduwe: “Hij is een van mijn beste vrienden geworden. Het was ontzettend voor mij en voor zoovele anderen die hem in dien tijd hadden leren kennen en waarderen, hem zoo kort voor het einde van den oorlog te moeten verliezen. Stuuf die voor ons allen de personificatie van den Hollander was, die met zijn élan ons allen meesleepte, steeds zichzelve bleef en gebleven is tot het laatste toe – een vriend als geen ander.” En verder: Nu ben ik terug in Holland en het doodenmasker ligt voor mij op tafel. Het is vreemd en onwezenlijk. Ik voel het als een desertie dat ik hier zit en hij er niet meer is.

Con keer terug naar Utrecht. In plaats van Enny trouwt hij in 1946 met Hillegonda Westerhout. Na een echtscheiding trouwt hij in 1950 met Nelly van der Meulen, maar dat krijgt vijf jaar later ook een einde. Intussen zet hij zich aan promotieonderzoek naar het gehoororgaan van de olifant, is biologieleraar en leeft als bohemien.

Enny is 52 jaar oud als haar ouders in 1964 overlijden. Zij besluit op de Mgr. van Steelaan 272 in Voorburg te blijven wonen. Zij vraagt Con na herstel van het contact bij haar in te trekken. Na verloop van tijd wordt wordt zij langdurig ziek en verzorgt hij haar liefdevol. Op 21 september 1979 overlijdt Enny op 66-jarige leeftijd. Con sterft uitgeput op 1 augustus 1980. (2)

Nk.32. Mathilde Leontine Elisabeth (1915-2002)

Tweede dochter Tilly in het gezin Kimmijser is op Boeton geboren op 15 september 1915. In Den Haag slaagt zij juni 1936 voor haar HBS-examen. Zij verlooft zich met Herman Pieter Eugène Buijs, geboren in Magelang op 14 december 1913 als zoon van Hendrik Lodewijk Buijs (1882-1942) en Frederika Georgina Salomonson (1884-1940). Hij is Eerste Luitenant en vertrekt naar Indië. Op de valreep machtigt hij Jan von Meijenfeldt, de 41-jarige oom van Tilly, om hem te vertegenwoordigen bij het sluiten van de huwelijksacte op het Haagse stadhuis op 6 oktober 1939. Oudere zus Enny treedt op als getuige. Na de plechtigheid reist Tilly naar man achterna.

In de oorlog raakt Herman op Bandung krijgsgevangen en komt Tilly in 1943 met hun kleine kinderen in het kamp Tjideng op Java terecht. Na de bevrijding is hij hoofdemployé bij de Koninklijke Parketvaart Maatschappij. Het gezin keert terug naar Nederland en woont in 1956 in Nijmegen, 1979 in Breda en daarna in Apeldoorn aan Klingmakersdonk 507. Vervolgens verhuizen zij naar Goes aan de Oude Singel 88 en vieren in 1999 hun zestigjarige huwelijk. Hij overlijdt op 22 januari 2000 en Tilly op 1 september 2002. (3)

Terug   ***   Verder

1. Rapport betreffende de werkzaamheden voor de Inlichtingendienst (Groep Van Hattum). Rapport over het werk van de Radiodienst (Englandspiel). In memoriam Con Broers (Natzweiler).
2. Stichting Vriendenkring Oud-Natzweilers, “Natzweilerberichten” 1980, nr. 45, pag. 5-6, nr. 46, pag. 10-12.