Verspreid over de wereld wonen Joodse naamgenoten. Vooral de schrijfwijzen Meyerfeld en Mayerfeld komen voor. Zij voeren het voorvoegsel “von” en de middenletter “n” niet. Zij behoren tot degenen die na de Kruistochten vanuit het Middellandse Zeegebied in noordelijke richting naar het Rijnland trekken. Zij worden Asjkenazische Joden genoemd.
De Meyerfelds wonen in dorpjes en zijn actief in de hen toegestane beroepen: vee- en vleeshandel en iets later textiel en geldhandel. Ze wonen niet in stadsgetto’s, zwerven niet langs de weg als ‘bedeljoden’ en brengen het ook niet tot ‘hofjoden’. Regelmatig zijn zij wel “Schutzjude”: tegen betaling van een buitengewoon hoge som geld aan de landheer of bewijs dat zij een dergelijk vermogen bezitten kunnen zij veilig over de weg reizen, toegang tot de gerechten krijgen en bepaalde (tot dan toe verboden) ambachten uitoefenen.
Dankzij opkomende tolerantie van keizer Joseph II van Oostenrijk-Hongarije en keizer Napoleon Bonaparte in Frankrijk wordt hun officiële situatie in Hessen en Westfalen tijdelijk beter, maar neemt de vijandigheid van de christelijke kerken en hun aanhangers toe. Vanaf die tijd is er sprake van een emigratiegolf, vooral naar de Verenigde Staten, met een hoogtepunt in de eerste jaren van het Nazi-bewind; veel achtergebleven Meyerfelds komen om in de vernietigingskampen.
De gezinshoofden zijn vaak Vorsteher (voorzinger) in de gemeente en initiatiefnemers tot oprichting van een synagoge. Naast de culturele traditie speelt het geloof een belangrijke rol in de families. In Europa is er in de loop der tijd sprake van een liberalisering, terwijl degenen die vooral vanuit het zuiden van Hessen naar Amerika zijn geëmigreerd blijkens hun voornamen, kleding, haardracht en naleving van de sabbat juist orthodoxer worden.
Bij de bevolking van het platteland is het voeren van een achternaam niet gebruikelijk, ook niet in de Joodse gemeenschap. De mogelijkheid voor Joden tot het verkrijgen van burgerschap loopt gelijk op met de invoering van familienamen. Met name het decreet van 31 maart 1801 van Koning Jerôme Bonaparte van Westfalen (dat ook Hessen-Kassel omvatte) is van belang. Iedereen moet binnen drie maanden een ‘Beiname’ aan de lokale overheid opgeven. Joodse families continueren hun voornaam vaak in de nieuwe achternaam. Zodoende wordt Meijer een veel voorkomende achternaam. Ter onderscheiding voegt een beperkt aantal families het woord ‘feld’ toe. Vooralsnog doen zij dit onafhankelijk van elkaar. Van een ouder familieverband is niet gebreken, maar het is ook niet uit te sluiten. Het decreet Jerôme bepaalt dat niet voor plaatsnamen en namen van bestaande families mag worden gekozen. Hoewel in die tijd zowel plaatsen als families die naam dragen, lukt het hen in Hessen en Westfalen toch de naam Meyerfeld geregistreerd te krijgen.
Volgens schrijver en vertaler Max Meyerfeld (1875-1940) was zijn overgrootvader in het keurvorstendom Hessen tuinman bij een heer Von Meyerfeld, die hem toestond zijn naam te voeren. Zijn overgrootvader was koopman Moses Meyer, in 1767 in Treysa bij Schwalmstadt geboren. (1)
. Rond het jaar 1800 kreeg deze in Treysa vijf kinderen, dus zal daar of in het aangrenzende Ziegenhain hebben gewoond.
Een mogelijk oorsprong ligt dan in Ziegenhain, waar in Waterfort de rekruteringsplaats is voor Britse huurtroepen tegen Amerikaanse opstandelingen. Friedrich August von Meyerfeld (HH.5) is daar in 1805 kapitein lichte troepen, in 1806 kapitein artillerie en blijft er regelmatig terugkomen.
De verklaring is dat een adellijke heer Von Meyerfeld toestemming zou hebben gegeven zijn naam te voeren. Dat zou betekenen dat zij toch van één familie komen.
Crumstadt met emigratie naar St. Louis en Vineland
Treysa met verhuizing naar Aken en Berlijn
Beverungen met emigratie naar Cincinatti en San Francisco
Er zijn nog overige Joodse families in Duitsland. In Polen, waar de vorsten aanvankelijk een tolerant beleid voeren, leven veel Meyerfelds, net als in Frankrijk en in de rest van de wereld.
Hier zijn twee verhalen over bekend:
—- Een Kurhessische heer staat zijn Joodse tuinman toe zijn naam te voeren. (2) Een mogelijk oorsprong ligt dan in Ziegenhain, waar in Waterfort de rekruteringsplaats is voor Britse huurtroepen tegen Amerikaanse opstandelingen. Friedrich August von Meyerfeld (HH.5) is daar in 1805 kapitein lichte troepen, in 1806 kapitein artillerie en blijft er regelmatig terugkomen.
—- Een Zweedse landheer staat zijn Joodse rentmeester toe zijn naam te voeren. (3) Zweedse landheren leven alleen in Pommeren of Mecklenburg vóór het jaar 1800, ver van Hessen en Westfalen dus.
—- Een derde mogelijkheid is de adellijke familie Meyenfeldt uit Rösebeck, die in die tijd op geringe afstand van Beverungen (20 km) leeft. Friedland ligt 30 km van Rösebeck en Meyer Nathan uit het Poolse Korfantow neemt daar de geslachtsnaam Meyerfeldt aan.
1. Mede omdat volgens een getuige verschillende naamgenoten tussen de Wereldoorlogen in Zürich zouden hebben gestudeerd, had Frits von Meijenfeldt (Nk.33) in een brief van 14-08-1984 zelfs twijfels over onze Zweedse afstamming [CH-39].
2. Brief van 20 november 1935 van Max Meyerfeld aan Govert von M [CG-42].
3. Briefwisseling van 31 juli 2010 met Helen Maijerfeld uit Overijse.
