2.2.3. Wilhelmina

Johan August von Meijenfeldt strijkt in Amsterdam neer. Op 10 juli 1801 doet hij daar geloofsbelijdenis bij de Hersteld Lutherse Gemeente, een pas 10 jaar oude orthodoxe afscheiding van de Evangelisch-Lutherse Gemeente. Van de Amsterdammers was destijds een zesde deel Luthers, en daarvan een kwart Hersteld, zo’n 8.000 lidmaten. De Herstelden stoorden zich aan de liberale en patriottische koers; de benoeming van de dominees Fortmeijer en daarna Ebersbach gaven de doorslag. Met gemeentelijke toestemming kopen zij de voormalige krankzinnigeninrichting in het Dolhuis aan de Kloverniersburgwal 50. Johan August doet geloofsbelijdenis bij dominee Isaäc Scholten. Uit de documentatie blijkt dat hij – net als zoveel andere immigranten uit Duitsland en Scandinavië – in de Jordaan woont. Om precies te zijn: aan de Bloemstraat, tussen de Eerste en Tweede Bloemdwarsstraat. (1)

Bloemstraat met stadwaarts zicht op de Westerkerk

Al snel wordt de reden van de geloofsbelijdenis van Johan August duidelijk. Hij vraagt dominee Scholten om vijf dagen later, op 15 juli 1801, zijn twee dagen eerder geboren dochter Wilhelmina Augusta te dopen. De doop vindt pro deo bij de moeder thuis plaats. (2)

De moeder heet Maria de Ruijt. Zij woont iets verderop in de Bloemstraat in een huis tussen de Derde Bloemdwars- of Akoleienstraat en de Lijnbaansgracht, dat in 1789 door haar vader is gekocht. Maria is in Amsterdam op 23 januari 1774 geboren als dochter van Matthijs de Ruijt (1735-1815) en Rosina Swart (1738-1815) en gedoopt in de Hervormde Westerkerk. Mogelijk was ze door Willem Schultze, de weduwnaar van haar vroeg overleden zus Johanna Elisabeth (1764-1795), in contact gebracht met Johan August. Tussen Johan August en Maria bestaat een leeftijdsverschil van meer dan 13 jaar. Uitgaande van de tijd die met een zwangerschap gemoeid is kennen zij elkaar ongeveer sinds oktober 1800.

In het oorspronkelijke doopboek van dominee Scholten staat Van Meijenfeldt als familienaam van vader, dochter en de getuige. In het netschrift van het doopboek wordt per abuis Van Meijerfeldt geschreven. Johan August zal hier geen weet van hebben gehad, maar voor dochter Wilhelmina Augusta heeft deze verschrijving de rest van haar leven gevolgen. De identiteit van getuige Wilhelmina van Meijenfeldt is niet te achterhalen (zie verder paragraaf 2.1.6).

 

1. Stadsarchief Amsterdam. Herstelde Lutherse Gemeente (Particuliere Archieven 190), Persoonen die hunne Geloofs Belijdenis gedaan hebben bij Dominus Isaac Scholten, leeraar de Herstelde Luthersche Gemeente te Amsterdam (Inventarisnummer 208), Ao 1801 d: 10 Julij, Johan August van Meijenfeldt van Straalsond. Lidmatenregister Mannen 1791-1882, Meijenfeldt (Johan August, In de Bloemstraat tusschen de eersten & tweden dw.straat, bij die. Scholten den 10 Julij 1801, inv 262.
2. Stadsarchief Amsterdam.
Herstelde Lutherse Gemeente (Particuliere Archieven 190), Dooplingen bij Dominus Isaac Scholten (Inventarisnummer 208), Ouders: Johan August van Meijenfeldt & Maria de Ruijt, Kinderen: d: 13 Julij Gebooren & d: 15 Dito Gedoopt, Wilhelmina Augusta. Getuigen: Wilhelmina van Meijenfeldt. Doop-, Trouw- en Begraafboeken (DTB 5001), Het Boek der Gedoopten in de Herstelde Lutherse Gemeente te Amsterdam (Inventarisnummer 295), pro deo, do Scholten, Wilhelmina Augusta, geb: in Amst: Maand 13 dito. Volgens opgaaf van de Vad Johan August van Meijerfeldt, Moed Maria de Ruijt, Get Wilhelmina van Meijerfeldt, folio 377