1.1.8. Johann, heer van Festen, commandant van Fellin

Johann Meijer is de zoon van Wolmar Meijer en Margaretha von Bremen.

Hij huwt met Dorotea von Taube, uit het eerder genoemde huis Fier. Haar vader is Johann von Taube. Zij krijgen een zoon Andreas.

Wapenschild von Taube

Johann Meijer is in 1620 slothoofdman of commandant van de burcht Fellin (Viljandi), 70 km ten zuidoosten van Reval (Tallinn). Omdat de claim van de Poolse koning Sigismund op de Zweedse troon binnenlandse spanningen veroorzaakt, doorbreekt de Zweedse koning Gustaaf II Adolf de wapenstilstand en trekt Lijfland binnen. Dankzij de opgedane gevechtstechnieken met Maurits van Oranje heeft hij binnen korte tijd Lijfland inclusief Riga in handen. Fellin wordt in 1624 het particuliere bezit van de Zweedse gouverneur-generaal De La Gardie en verliest haar stadsrechten, waardoor er een grote leegloop plaatsvindt.

image005De burcht Fellin uit 1224, vóór de verwoesting rond 1700

Lijfland en Estland worden niet zoals Finland en Skåne onderdeel van het Zweedse Rijk, maar behouden zelfbestuur. De Duitse bovenlaag deelt het Lutherse geloof met de Zweden en mag zijn landgoederen en bestuur- en handelsposities behouden. Zweden beloont de Estlandse bondgenoten met landgoederen in het veroverde Lijfland. Op deze manier sleept Johann Meijer het landgoed Festen (Westene, Vestiena) in de wacht. Het ligt 130 kilometer ten oosten van Riga. Het had tot het gebied van de Aartsbisschop van Riga en Pools-Lijfland behoord en was lange tijd een bezitting van de familie Von Tiesenhausen geweest. Dit eindigt met de komst van koning Gustaaf Adolf, die het in 1620 tot diens dood in 1632 als leen geeft aan de Zweedse kolonel Erik Soop. (1) 

In datzelfde jaar wordt het landgoed gekoppeld aan Johann Meijer, die ook werkelijk op het landgoed verblijft als pachter. Dat geldt ook voor zijn zoon Andreas. In 1638 schenkt koningin Christina het landgoed aan de door haar tot Generaal-Superintendent van de Lutherse Kerk in Lijfland benoemde Hermann Samson, geadeld von Samson (1579-1643). Door erfenissen komt het in handen van Von Igelstrohm. (2).

Terug   ***   Verder

1. A.A. von Stiernman, “Sveacia Illustris. Slägttaflor öfver de på Svenska Riddarhuset until år …. introducerade ätter i alfabetisk ordning”, Uppsala Universitätsbibliotek, Handskrifter, X 18 del M-O, Mejerfelt. H. von Hagemeister, “Materialien zu einer Geschichte der Landgüter Livlands”, Riga 1836, deel 1, pag. 215, noemt Meijer niet als eigenaar of leenman, wel Von Tiesenhausen tot de komst van Gustaaf Adolf, en daarna Erich Soop (1620), Hermann Samson (1638) en Gustav Clodt (1664), in wiens familie het tot na de Russische overname in 1710 bleef.
2. A.A. von Stiernman,  Svecia Illustris“. A.W. Hupel, “Topographische Nachrichten von Lief= und Ehstland”, deel 3, Riga 1782, pag. 186. resp. 180.