2.2.3. Konvooi

S‘ LANDS FREGAT de ERFPRINS VAN BRONSWYK. Onder Commando van den Capitn Pr HARTSINCK in den jaare 1793 tot den jaare 1799, Zeijlende met Convooy.
Bemanning haalt voorin fok neer en sjort lijnen op dek, zwart-wit aquarel, 350 x 472 mm
A. Herkel 1807, National Maritime Museum Greenwich, PAH0755 

Begin november 1793 krijgt Johan August opdracht het geschut af te blazen. Het is een laatste proef en een sein dat het vertrek aanstaande is. De handelsvloot die langs Frankrijk gaat varen is inmiddels gegroeid tot 46 handelsschepen. Hartsinck krijgt de eindbestemming Paramaribo door, terwijl andere schepen naar Spanje-Portugal of naar Oost-Indië gaan. Harstincks collega Bosch is van de Hector op het linieschip Overijssel overgestapt en hij krijgt het commando over de gehele vloot. (1)

Op 7 november is de wind op Texel zo gunstig, dat de hele vloot uitvaart. Aan boord van elk schip worden wind, neerslag, gepompt water, zeediepte en positie meer dan dagelijks gemeten, doorgegeven en opgetekend. Ook ziekten en overlijden en straffen voor diefstal en gevechten staan genoteerd. Gelukkig staat Johan August nergens vermeld.

Het konvooi vaart het Kanaal in, met de Erfprins van Brunswijk op de rechterflank langs de Engelse kust en de marinehaven Porthmouth. Aan de andere zijde laat de linkerflank op grote afstand met vlagsignalen weten waar zij is: na een week voorbij Kijkduin en na de tweede week is zelfs Duinkerken gepasseerd. De kapiteins kunnen moeilijk voor overleg in een sloep heen en weer varen, zeker niet als de schepen onder vol zeil intussen razendsnel uit het zich verdwijnen. Zij communiceren daarom met vlagsignalen, ook om te melden dat bevriende schepen zijn gesignaleerd. Het signaal voor een vijandelijk schip gaat vergezeld van een kanonschot (zonder kogel) als actie verwacht wordt. Op die manier krijgt Hartsinck drie keer opdracht jacht te maken. Eén keer komt het tot praaien (van afstand aanroepen op zee).

Omdat hij met de kapitein op het achterschip eet is het menu dat Johan August drie keer per dag voorgeschoteld krijgt gevarieerder dan dat van de overige bemanning. Hij kan rekenen op kruiden, kazen en wijn. Verder wordt het menu van de bemanning gevolgd, met vaste vlees- en visdagen. Soms zijn er verse aanvullingen in havens, maar verder is het eten eenzijdig, calorierijk en vitaminearm. Het gezouten vlees, spek en vis, de gedroogde erwten, bonen en vis en het keihard gebakken brood moeten eetbaar worden gemaakt door inweken in bier of water. Voor de houdbaarheid wordt het voedsel zo droog en afgesloten mogelijk opgeborgen, bijvoorbeeld in aparte brood- en beschuitkamers.

De Noordzee maakt plaats voor de Spaanse Zee en eind november is de noordwestelijke Kaap Ortugal gerond. De hoeveelheid koopvaarders in het konvooi neemt af, omdat zij hun bestemming bereiken of reparaties moeten laten uitvoeren. Dat geldt ook voor enkele oorlogsschepen; zij meren af in Lissabon en Cadiz. Commandant Bosch moet het konvooi om die reden vaarwel zeggen. Hartsinck vaart door met het resterende konvooi en ankert op 26 december bij Tenerife op de Canarische Eilanden. Daar nemen vijf VOC-schepen afscheid om naar China en Batavia te gaan.

De eerste dagen van 1794 geeft de Erfprins van Brunswijk vanaf Tenerife konvooi aan een groep handelsschepen de Atlantische Oceaan over. Aangekomen in de Caribische Zee splitsen opnieuw twaalf koopvaarders zich af, ditmaal op weg naar Curaçao, St. Eustatius, Demerary en Berbice. De resterende elf gaan mee tot het eindpunt Suriname. Hartsinck laat eind januari 1794 het anker vallen in de Surinamerivier.

De opdracht om konvooi te verlenen aan handelsschepen naar Paramaribo is succesvol volbracht. Van een directe terugkeer naar huis komt het niet. De opdracht kent nog een tweede deel: de kolonie beschermen tegen Fransen op open zee. De oorlog woedt al weer een jaar en de Republiek heeft Sint-Maarten een maand eerder veroverd. Ook liggen Franse kapers op de loer in Cayenne, de hoofdstad van het aangrenzende Frans-Guyana. De plantages in de kolonie hebben te maken met de marrons onder Boni vanuit het oerwoud en slavenopstanden. Op Curaçao protesteert leider Tula tegen het gebrek aan voedsel, uitputtende werkomstandigheden en extreme straffen. Beide leiders vinden snel de dood, maar behalen enig succes omdat de Franse revolutie de slavernij belooft af te schaffen en de Hollanders slavenwerk op zondag verbieden.

Johan August ontvangt op 1 april 1794 zijn derde voorschot ten bedrage van 24,1 gulden voor zijn aanstaande verlof. Vier dagen later gaat kapitein Hartsinck namelijk in ondertrouw met de 22-jarige weduwe Nelly Maria Gueyle, de jongste dochter van de Nederlandse plantersfamilie op het Deense Maagdeneiland St. Thomas. Het is niet moeilijk te raden dat Johan August deelneemt als heel Paramaribo uitloopt voor de bruiloft .

Terug   ***   Verder

1. Amsterdamsche Courant, 9 november 1793.