3.3. Tantes & Ooms

Uit de correspondentie van Govert met zijn oudste neef Carl (Nl.1) blijkt dat die de originele familiepapieren aan hem overdroeg en meldde dat de Zweedse graaf voorkomt in het boek “De Koningin boven den Koning” van Johanna van Breevoort: (1)

Uit de correspondentie van Govert met zijn neef Frits (Nk.3) blijkt dat die: (2)
— de afbeelding van het familiewapen in het standaardwerk van Rietstap vond.
—
de functie konstabel-majoor van de stamvader en de naam Anthonette von Sprint van diens moeder uit het gemeentearchief Rotterdam haalde.
—
het Hessische geslacht met dezelfde naam ontdekte, maar ten onrechte dacht dat Meynfeld een familie in Sleeswijk-Holstein was in plaats van enkele gehuchten vlakbij Flensburg en de Deense grens zijn.
— van een stamboom in Elseneur (
Helsingør) hoorde, waar Mrs. De Vries & Bijleveld voor ƒ 2.000 wel onderzoek naar wilden doen, maar op weinig bijval stuitte. Dit ging natuurlijk over Helsingfors, waar de grafelijke papieren waren ontzegeld. 
— dacht dat moeder Diederich van de toenmalige Zweedse gezant in Den Haag afstamde, aan wie de naam Sparre verbonden was. In de uitvoerige stamboom Diederich komt geen Sparre voor. Gedoeld werd vermoedelijk op de vrouw van de Zweedse graaf, wier naam in de Rotterdamse doopboeken opdook.

In aanvulling hierop voerde Hugo kort na 1978 correspondentie en gesprekken. Naast zijn moeder en tante Ella sprak hij met de toen nog levende andere familieleden van de vierde generatie:
– Maria Gerritdina (Marie) van der Bend, weduwe van Evert Diederich von Meijenfeldt (Nk.6).
– Maria Pietronella (Rie) Beumer, weduwe van Hendrik
Diederich von Meijenfeldt (Nk.8).
– Johanna Wilhelmina (Jo) Delhaas, weduwe van Johann August von Meijenfeldt (Nk.9).
Alleen met Catharina Elisabeth (Bets) von Meijenfeldt (Nk.10), weduwe van Uno Wijsma, was een gesprek niet meer mogelijk.

Met de inmiddels overleden familieleden van de vijfde generatie zijn brieven gewisseld en is gesproken met:
– Jo en Gré von Meijenfeldt in Alkmaar.
– Hanny van de Graaf, weduwe van Carl Frederik von Meijenfeldt, in Harderwijk.
– Frits von Meijenfeldt en Anneke Fentener van Vlissingen in Laren.
– Gerard von Meijenfeldt en Nellie G. Boelhouwer in Utrecht.
– Dien von Meijenfeldt, weduwe van Marius Boelhouwer in Amsterdam.
– Frits von Meijenfeldt en Bertha Geerink Bakker uit Delfzijl.
– Elly von Meijenfeldt, weduwe van Robert M. van Luijk, in Rilland.
– Ine von Meijenfeldt, weduwe van Paul de Groot, in Den Haag.
– Henk von Meijenfeldt en Gerd ’t Hooft in Nunspeet.
– Hans von Meijenfeldt en Ans Pouwels in Egmond aan Zee.

De inhoud van de gesprekken en briefwisseling is in de inhoud van het verhaal van deel 2 of in deze speurtocht verwerkt.

Terug   ***   Verder

1. Briefwisseling met Carl (Nl.1) d.d. 10 oktober 1935 [CG-37], 14 oktober 1935 [CG-38], 10 november1935 [CG-39] en 18 november 1935 [CG-40].
2. Briefwisseling met Frits (Nk.3) d.d. 23 juli 1934 [CG-16], 25 juli 1934 [CG-18], 30 juli 1934 [CG-19] en 18 november 1934 [CG-24]. Waarschijnlijk is hieruit de overlevering ontstaan dat de familie vanwege de kosten afzag van herstel van de titel baron [CH-62].