1.9.5. Edelen en ridders

HET ZWEEDSE GESLACHT VON MEIJERFELDT

De leden van de Zweedse familie kreeg vier adelsbrieven en verscheidene ridderordes.

Adelsbrieven

De eerste Lijflandse adelsbrief is niet te vinden. In de drie andere Zweedse adelsbrieven worden de krijgsverrichtingen van de familieleden uitvoerig beschreven en wordt een wapenschild beschreven. Hieronder het register:

DATUM ADELSBRIEF VAN AAN
Riga of Wenden,
1480 of 1510
Herr
Duitse Orde in Lijfland
Landmaarschalk of -meester Bernd von der Borg of Wolter von Plettenberg Johann Meijer
Stockholm,
24-11-1674
Sköldebref
Zweden
Koning Karel XI Andreas Meijer, von Meijerfeldt (t.b.v. naamsonderscheid)
Rawicz,
12-07-1705
Friherrebref
Zweden
Koning Karel XII Johan August en Wolmar Johan von Meijerfeldt
Demotica,
03-03-1714
Grefwebref
Zweden
Koning Karel XII Johan August en Wolmar Johan von Meijerfeldt

Ridderordes

Leden van het geslacht hebben koninklijke onderscheidingen gekregen. Deze zijn lichter dan verheffing in een adelstand (jonkheer, baron, graaf) maar zwaarder dan de Nederlandse lintjesregen. Koning Frederik voert in 1747 ordes in om de in de adelstand verheven families nog verdere bewijzen van erkentelijkheid te kunnen geven. Voor de militairen was er de Zwaard Orde. De hoogste was de Serafijnen Orde. Hieronder een overzicht van de toegekende onderscheidingen: (1) 

Ridder
Zwaard Orde
Commandeur
Zwaard Orde
Ridder
Grootkruis
Zwaard Orde
Commandeur
Grootkruis
Zwaard Orde
Ridder
Serafijnen
Orde
JAMsr bestond
nog niet 
bestond
nog niet
bestond
nog niet
bestond
nog niet 
1748
afgeslagen
CFMjr 28-04-1770
JAMjr 04-12-1751 27-11-1775 19-07-1790 01-09-1782 01-11-1797
JAMIII 02-05-1790
AFM

Johan August sr kreeg bij de invoering in 1748 het lidmaatschap van de Orde van de Serafijnen (Serafimerorden) aangeboden, maar sloeg het af. Beleefheidshalve beriep hij zich op zijn hoge leeftijd. De werkelijke reden was dat de oude strijders die door Karel XII vanwege hun dapperheid in de adelstand waren verheven hier geen waarde aan hechtten. Zijn zoon kreeg de grafelijke stand bij de geboorte in de schoot geworpen, dus hij had wel de behoefte aan onderscheiding op basis van eigen verdiensten. (2)

Terug   ***   Verder

1. Ordens Arkiv, Matriklar.
2. B. von Beskow, “Karl den Tolfte. En Minnesbild”, Stockhom 1868, deel 1, pag. 276-278.