2.2.7. Rotterdams gezin

In 1809 of 1810 verhuist Johan August von Meijenfeldt met vrouw Catharina Margaretha Pieploo, zoon Jan en schoonouders Pieploo van Amsterdam naar Rotterdam. Zij betrekken een huis aan de Vest, wijk L, nummer 686. De Vest is een gracht die Rotterdam in een wijde bocht ten noorden van de Maas begrenst. Wat kan de reden voor deze verhuizing zijn geweest? Vermoedelijk omdat het Continentaal Stelsel alle scheepverkeer in Amsterdam had platgelegd en Rotterdam nog een beetje handel met het achterland had.

In Rotterdam hernieuwt Johan August zijn vriendschap met Pieter Ziervogel. Bij terugkeer uit Bergen was hij  inspecteur van de zeeartillerie in Rotterdam geworden. Daarna was hij overgeplaatst naar het voormalige kapersnest Duinkerken als chef van een Hollands flottielje platbodems en had twee keer een succesvol treffen gehad met de Engelse admiraal Sidney Smith. Inmiddels was hij in 1802 getrouwd met Anna Catharina Creselle Tønder, dochter van een Deense vice-admiraal. Hun eerste twee kinderen werden daar ook geboren. In 1807 was hij op eigen verzoek uit Zweedse dienst ontslagen en in 1808 met zijn gezin naar Rotterdam teruggekeerd. Daar had hij zijn eerdere kinderen en een nieuwe baby op 26 juni bij de Lutherse kerk laten dopen. Pieter Ziervogel had als adjudant van de admiralen Winter en Verhuell gediend en was bij de inlijving door Frankrijk in de Keizerlijke marine getreden “Capitaine de Haut Bord” geworden. 

In een tekening als hulde en trouw aan de Koning van Holland refereert Johan August aan de opgeklommen rangen in de zeemacht en aan het beëindigen van de vaart. Hij hoopt op een gunstige reactie. Inderdaad zal hij daarna niet meer te scheep gaan. (1)

Gelders Archief 2039-1781 Een blijk van hulde en trouw
Gravure, gekleurd, op papier. 15,5 x 19,2 cm

Zomer 1810 verdwijnt Lodewijk Napoleon van het toneel en lijft Napoleon het land bij zijn Keizerrijk in, mede vanwege de – overigens mislukte – invasie van de Britten op Walcheren. Daardoor gelden de Franse wetten, waaronder de invoering van de dienstplicht. De 50-jarige Johan August kan hieraan ontkomen, omdat bij de marine de maximumleeftijd op 49 jaar is gesteld. Bij zijn recente huwelijk had hij zich 9 jaar jonger voorgedaan dan hij werkelijk was; in plaats van dit op te biechten belandt hij in dienst van de Keizerlijke Marine. In 1809 was hij nog Commandeur in de Armada voor Amsterdam, maar in Rotterdam is hij arsenaalkanonnier. (2) Hij gaat dus aan wal dienstdoen, en wel aan de Nieuwehaven; in al zijn tochten tussen 1793 en 1811 aan boord van marineschepen is hij per saldo geen enkele keer in een actief gevecht verwikkeld geraakt.

In Rotterdam wordt op 17 oktober 1810 een tweede kind geboren. Hij heet Hendrik Johann. Met zijn roepnaam is hij vernoemd naar zijn grootvader Hendrik Pieploo. De grootouders zijn dan ook getuige bij de doop in de Evangelisch-Lutherse Gemeente op 20 oktober. De doop wordt voltrokken door dominee Sander (1754-1823) in Rotterdam. (3) In 1812 wordt een eerste dochter geboren met de naam Anthonetta. Johan August en Hendrik Pieploo doen de aangifte bij de stad Rotterdam. Dit is het moment voor Johan August om zijn leeftijd te corrigeren naar 52 jaar. Anthonetta overlijdt al in 1814. In 1815 volgt een zoon Carl. Kort daarvoor was Johan August weggetrokken bij zijn schoonouders en had een eigen woning in dezelfde straat op nummer 296 geregeld.

 

1. Gelders Archief, Beeldmateriaal, nr. 2039 Alexander Van Huell, nr. 1781 Een blijk van hulde en trouw.
2. Stadsarchief Rotterdam, Liste Civique (burgerlijst, eigenlijk alleen van weerbare mannen) 1811, kaart 35, folio 090: “Jacobus Augustus van Meyenveld, artilleriste au magasin (arsenaalkanonnier), 43 jaar oud”.
3. Stadsarchief Rotterdam, Particuliere Archieven nr. 28, boeken 238 en 239, Doopregister Evangelisch-Lutherse Gemeente 1804-1832.