Binnen de Nederlandse familie Von Meijenfeldt zijn veel naspeuringen gedaan naar de afstamming van de stamvader. Hier volgt een overzicht per generatie:
Generatie I. De stamvader is zelf de bron van zijn voor- en achternaam, leeftijd en geboorteplaats. Zijn papieren daarover zouden bij een ontploffing verloren zijn gegaan. Van hem zijn geen naspeuringen bekend, maar rond 1830 zou hij wel naar Stockholm hebben willen reizen, maar dat werd uiteindelijk Magdeburg.
Generatie II. Carl schrijft in de brief naar Helsingfors dat de Zweedse graaf zijn grootvader was, maar dat hij weinig wist van zijn afkomst. Hij zou niet graag over familieaangelegenheden spreken, in zijn hart militair zijn en als zijn kinderen ’s avonds naar de kerk waren elk kleinkind laten aanslaan op de hem of haar toebedeelde militaire rang, die zich te laat realiseerden dat hij hiermee de familiegeschiedenis naspeelde. (1)
Generatie III. Van de 10 kinderen van Carl waren vooral zijn zoons Carl (de Haas), Frits (de Koe) en Henk (Augustijn) geïnteresseerd in de herkomst van de familie. (2)
— Carl beweerde dat er Von Meijenfeldts in Sleeswijk-Holstein woonden, een grensgebied tussen Duitsland en Denemarken. In dat gebied ligt wel de plaats Meynfeld, maar een familie met die naam is daar onvindbaar.
— Frits zei dat in Elseneur (Helsingør) een stamboom berust, maar omdat Mrs. De Vries & Bijleveld hun onderzoekskosten voorlopig op ƒ 2.000 raamden hij geen interesse meer had. Vermoedelijk gaat het om een lemma over het Zweedse geslacht in één van de oudere adelsboeken, die tegenwoordig gratis op internet te vinden zijn.
— Frits beweert dat moeder Diederich familie is van de toenmalige Zweedse gezant in Den Haag, waaraan de naam Sparre verbonden is. In de uitvoerige stamboom Diederich komt geen Sparre voor. De naam Sparre is wel verbonden aan de grootmoeder van vader Carl en de vrouw van de Zweedse graaf. Aangenomen moet worden dat hier de verwarring ligt.
— Hendrik meldt dat de Nederlandse familie ook de naam Diederich mag voeren, ervoor of erna. Elders worden hierover twijfels geuit.
Generatie IV. Govert (Augustijn) doet in de periode 1934-1947 onderzoek naar de afstamming van de familie. Zo nu en dan schrijft hij met zijn neven Carl (Nl.1) en Frits (Nk.3), die dicht bij het Rijksarchief in Den Haag wonen. Zij komen alle drie tot de conclusie dat hun overgrootvader een natuurlijke zoon van de Zweedse graaf en veldmaarschalk moet zijn geweest.
— Carl draagt de originele familiepapieren, die hij als oudste zoon van de familie heeft, over aan Govert. Hij voegt aan de verhalen van zijn ooms toe dat de Zweedse graaf in het boek “De Koningin boven den Koning” van Johanna van Breevoort voorkomt. (3)
— Frits vindt de afbeelding van het familiewapen in het standaardwerk van Rietstap, noemt als naam van de biologische moeder Antonette von Sprint, oppert het alternatief dat de Zweedse graaf Carl Friedrich de natuurlijke vader is, leest dat Nehringen nog in 1853 in Zweeds familiebezit is, somt een aantal naslagwerken op die hij heeft geraadpleegd, doet de vondst dat Johan August in 1808 constabel-majoor is op de “Brabant” en dat er nog een Kurhessische familie met dezelfde naam in Fulda is. (4)
Generatie V. Goverts zoon Hugo (Na.42) doet eerst onderzoek tussen 1978 en 2000, schrijft twee boeken, maakt deze website en heeft contact met neven en nichten die ook naspeuringen doen:
— dominee Frits (Nk.24) met zijn vrouw Bertha bezoeken de St. Andreaskerk en spreken met koster-restaurateur Bergemann.
— Elly van Luijk (Nk.83) en haar zoon Henk bezoeken bijna elke zomer de familie Bergemann en verzamelen veel informatie uit Zweden en Duitsland.
Generatie VI. Aan de naspeuringen van Hugo wordt in toenemende mate deelgenomen door zoon Lester, zowel aan het onderzoek vanaf 2000 als aan het verzorgen van een geheel herziene uitgave van de familieboeken. Neven en nichten reizen naar Pommeren en Zweden, van wie één met extra interesse:
— Ingmar (Na.112) reist met gezin in 2006 en 2014 naar Zweden, in combinatie met een bezoek aan Nehringen. Op 26 juli 2014 bezoeken zij Slot Rosendal, waar een groot schilderij van graaf Johan August von Meijerfeldt sr hangt. De hele inboedel wordt per veiling verkocht, inclusief dit schilderij voor 46.000 Zweedse kronen. Omdat er te weinig geboden wordt halen de eigenaren het doek uit de veiling. Ingmar en dochter Elly nemen in 2023 deel aan de hernieuwde inwijding van het Nehringse familiegraf.
Elders: Die naspeuringen hebben geleid tot een boek of website, maar wel tot enkele publicaties in genealogische tijdschriften. De rest van de naspeuringen zijn te vinden in de gevoerde correspondentie, verzamelde documenten en ondernomen studiereizen.
Elders: Frits waarschuwt dat in het familiewapen een balk behoort te staan, omdat de stamvader een onechte zoon is. Inderdaad moet dan volgens de heraldische regels een balk van linksboven naar rechtsonder in het wapen worden aangebracht. Echter, aan twee voorwaarden is nog niet voldaan: het moet onomstotelijk vaststaan dat hij een natuurlijke zoon is en de Zweedse graaf moet hem hebben erkend. Zijn zus Augusta Juliana heeft een stevige legaat van de graaf gekregen, maar is door hem niet als zijn kind erkend.
1. Brief van Carl (Nl.1) aan Govert (Na.4) von Meijenfeldt d.d. 10 november1935. [CG-39] Hij had dit gehoord van Cato Bakhuizen-van der Tas, dochter van Cato von Meijenfeldt (N.56).
2. Briefwisseling tussen Carl (Nl.1) en Govert (Na.4) d.d. 10 oktober 1935 [CG-37], 14 oktober 1935 [CG-38], 10 november1935 [CG-39] en 18 november 1935 [CG-40].
3. “De Nederlandsche Leeuw, Maandblad van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde”
4. Briefwisseling tussen Frits (Nk.3) en Govert (Na.1) d.d. 23 juli 1934 [CG-16], 25 juli 1934 [CG-18], 30 juli 1934 [CG-19] en 18 november 1934 [CG-24].