3.2.1. Zweedse bronnen

De reeks Baltische Meijers van vader op zoon, hun echtgenotes, hun functies en hun koppeling aan het Zweedse geslacht Von Meijerfeldt berusten grotendeels op één bron: het onderzoek uitgevoerd door A.A. von Stiernman, de genealoog van het Ridderhuis in Stockholm. (1) 

Stiernman, “Mejerfelt”

Stiernman schrijft dat de eerste Meijer heer van Bubus. Bij de nakomelingen van Johann Meijer wordt het niet expliciet genoemd, dus vermoedelijk is het geen allodiaal erfgoed. Verwarrend is dat het door de Pools-Litouwse en Zweedse koning Sigismund III aan Stanislaus Kotz wordt uitgegeven, die het in 1598 verkoopt aan Johannes (Hans) Meijer, die er ook woont en na hem zijn erfgenamen. (2) In 1625 verkrijgt Andreas Winne het landgoed van koning Gustaaf Adolf en verkoopt het in 1644 aan de Zweedse gouverneur-generaal, die het cedeert aan Peter Heltscher Rosenbohm, echtgenoot van Anna von Wulffenschildt, waardoor het in 1661 in handen komt van nog meer verwarring scheppende Valentin von Meijer.

Het eerste gedrukte Zweedse adelsboek uit 1861 van Anrep is primair gebaseerd op het werk van de Ridderhuisgenealogen, dus ook dat van Stiernman. De Baltische reeks is zonder vraagtekens opgenomen. Dat is belangrijk vast te stellen, omdat de schrijver de kritiek krijgt dat hij alleen harde feiten en geen oude fabels heeft opgenomen. (3)

Onafhankelijk hiervan komt één van de Meijers voor bij de genealoog van de familie Von Wrangel. (4) Het Zweedse wapenboek van Klingspor bevestigt dit door te spreken van oeroude adel en Zweedse naturalisatie. (5) 

De nieuwe biografische lexicon van Elgenstierna in 1930 heeft kritiek op het onderzoek van de Ridderhuis-genealogen, bijvoorbeeld naar het geslacht Wolffensköld: ytterst felaktig och ofullständig (extreem incorrect en onvolledig). Op basis van de gegevens van het Ridderhuis van Riga wordt het goede plaatje geschetst. (6) De Matrikels hadden mede tot doel familietwisten op te lossen en werden daardoor wel als lögnare, utrolig  (leugenachtig, onbetrouwbaar) neergezet. (7) Ondanks deze kritiek blijft de reeks Meijers van Stiernman onaangetast.

In de volgende biografische lexicon uit 1986 sneuvelt deze echter. Auteur Gillingstam zegt de voorouders van Andreas Meijer in oude geschriften niet terug te kunnen vinden. (8)

Terug   ***   Verder


1. A.A. von Stiernman, “Svecia Illustris, Slägttaflor öfver de på Svenska Riddarhuset until år …. introducerade ätter i alfabetisk ordning”, Uppsala Universitätsbibliotek, handskriften, X. Svensk genealogi och biografi, del 18 (M-O), Mejerfelt, folio 3.
2. H. von Hagemeister, “Materialien zu einer Geschichte der Landgüter Livlands”, Riga 1836, deel 1, pag. 109. Latvijas Vēstures Institūta (Instituut voor Letse Historie, Universiteit van Letland), “Fontes historiae Latviae“, Riga 1938, pag. 226.
3. G. Anrep, “Svenska Adels Ätters-taflor”, Stockholm 1861, pag. 888-889.
4. W. von Baensch, “Geschichte der Familie von Wrangel, vom Jahre 1250 bis auf die Gegenwart, nach Urkunden und Tagebüchern bearbeitet”, Berlin und Dresden 1878, deel 1, pag. 130, met gedetailleerde stamtafels en bronnen.
5. C.A. Klingspor, “Sveriges Rid­derskaps och Adels Vapen­bok”, Stockholm 1886, pag. 14:4.

6. G. Elgenstierna, “Den introducerade svenska adelns ättertavlor”, Stockholm 1930, deel V, pag. 226.
7. L. Lindholm, lemma in “Svenska Biografiskt Lexikon”, Stockholm, deel 33, pag. 448. Critici van Von Stiernman waren collega’s Daniël Tilas en Jacob Langebek.
8. H. Gillingstam, lemma in “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, deel 25, pag. 470.