3.2.4. Ouders

Van de stamvader zelf is in Nederland geen opgave gevonden met de namen van zijn ouders. Bij zijn ondertrouw eind 1807 in Amsterdam staat tussen de regels gefrommeld oud.s dood. Veel belang kan daar niet aan gehecht worden, omdat dit bij gebreke van documenten vaak door trouwpartners werd opgegeven.

Wel nodigde de stamvader twee keer een echtpaar naar Rotterdam uit om doopgetuige te zijn, wier namen overeenkomen met die van zijn ouders volgens de overlijdensaangifte door zoon Carl:

Johann August von MeijenfeldAnthonetta Spare geh. von Meijenfeld, getuigen bij de doop van Anthonetta in Rotterdam op 16 juli 1812;
Johan August von Meyenfeldt & Anthonetta von Sparre geh. von Meyenfeldt, getuigen bij doop van Friedrich in Rotterdam op 24 juli 1817; 
Johan Augus von Meijenfeldt & Antonetta  von Spint, allebei overleden, ouders van de stamvader volgens Carls overlijdensaangifte in Rotterdam op 4 juni 1835.

In zijn brief naar Helsingfors schrijft Carl dat de Zweedse veldmaarschalk buiten twijfel zijn grootvader was. De voor- en achternamen van de genoemde man kunnen inderdaad helemaal doorgaan voor die van de graaf. Ook de achternaam van de vrouw is twee keer die van de Zweedse gravin en berust de derde keer duidelijk op een vergissing van Carl. Sparren zijn verticale houten daklatten, terwijl spint het zachte hout onder boomschors is. Een begrijpelijke verhaspeling voor een scheepstimmerman. De voornaam Anthonetta wijkt af van Lovisa Augusta van de gravin. Het betreft hier zeker geen vergissing van Carl, omdat de stamvader haar ook beide keren als doopgetuige zo noemde en omdat hij twee keer zijn dochter die naam gaf.

De Zweedse graaf had niet alleen dezelfde voor- en achternamen als de stamvader, rond de tijd van diens geboorte was hij ook nog eens in de buurt. In Stralsund en omgeving commandeerde de graaf het Duitse grenadiersbataljon in de Pommerse Oorlog. Hoewel regelmatig op veldtocht over de grens in Pruisen, bevond hij zich de eerste twee weken van augustus en eind september 1759 in de nabije Pommerse kuststad Wolgast. De eerste twee weken van november van dat jaar verbleef hij in het eveneens nabije Kuntzow. (1)

Na het sluiten van de vrede stak de graaf in september 1762 over naar zijn Zweedse moederland en verdween een tijd uit beeld. In de hoofdstad Stockholm trad hij eind 1763 in het huwelijk met gravin Lovisa Augusta von Sparre. Er van uitgaande dat de stamvader in 1760 geboren is, was zij tijdens diens verwekking nog geen 14 jaar oud en bevond zich op grote afstand in en rond Stockholm. Daarmee kan zij onmogelijk de moeder zijn. In de eerste elf levensjaren van de stamvader verbleef grootmoeder Brita Barnekow wel regelmatig in het huis in Stralsund en op de landgoederen Nehringen en Medrow. Na haar overlijden eind 1771 verkreeg haar oudste zoon graaf Carl Friedrich jr alle zeggenschap en verbleef lange perioden in de stad en op de twee landgoederen. Vijf jaar later liet hij zich onder financiële curatele stellen en reisde zijn broer achterna naar Zweden. Beide broers bezochten na 1780 wel Stralsund en de landgoederen, maar toen was de stamvader al vertrokken. 

Terug   ***   Verder

1. Zijn veldtochten zijn nauwkeurig te volgen in R. Oldach, “Schwedens Krieg gegen Friedrich den Großen 1757-1762: Kriegsgegner berichten”, Greifswald 2023.