2.5.3. Drinkwater

De derde en vierde zoon van Carl von Meijenfeldt zijn al sinds 1 april 1873 in dienst van de Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij. Frederik Hendrik (Frits) was bij de financiële afdeling begonnen en de 15-jarige Johan August (Jan) als kantoorjongen. Dit eerste drinkwaterbedrijf van Nederland is opgericht door rijksadvocaat en schrijver Jacob van Lennep en genieofficier Vaillant en gefinancierd door Engelse geldschieters. Kroonprins Willem III had de eerste spade in de duinen van Bloemendaal gestoken voor een kanaal van 3 km lang, 13 m breed en 3 m diep, waarin duinwater opwelde en naar de 6 m diepe ‘Oranjekom’ stroomde. Via drie zandfilters pompte een stoomstation het water via 8.850 buizen over een lengte van 23 kilometer naar de Willemspoort (nu Haarlemmerpoort).

Vier maanden na de geboorte van Frits kon het volk daar uit tappunten voor één cent per emmer water komen halen. Daarna kwamen er in de stad tappunten en kreeg de enkeling die het kon betalen een aansluiting op zijn woonhuis. Dankzij de hierdoor afnemende zuigelingensterfte en cholera-uitbraken en het verbeterde voedsel en vuilafvoer groeit de Amsterdamse bevolking na een eeuw weer dankzij natuurlijke aanwas, niet door migratie. Nadat Frits en Jan bij het bedrijf werken komt in 1877 het tweede leidingstelsel uit de duinen tot stand.

Frits treedt in 1879 toe tot het  bestuur van de Amsterdamse Werkliedenverbond Patrimonium (vaderlijk erfdeel), drie jaar eerder opgericht door Klaas Kater, metselaar bij De Gekroonde Valk. De reden van oprichting van een eigen vakbond is, dat de socialistische en liberale geen strijd voeren voor de zondagsrust en tegen sterke drank en prostitutie, dat zij patronen uitsluiten en voor neutrale scholen zijn. Bij het eerste landelijke christelijke werkliedencongres dat jaar in Utrecht zet hij zich aan het oprichten van een Pensioenfonds.

De tweede landelijke vergadering van Patrimonium in lokaal “Vrede” aan het Amsterdamse Rapenburg eind april 1882 verkiest hem in het landelijk bestuur. In de Amsterdamse bond treedt hij toe tot het Steuncomité voor de Transvaal, voor hulp aan de Boeren in de Zuid-Afrikaanse Republiek, die recent met geweld de annexatie door de Britse Kaapkolonie ongedaan hadden gemaakt. Hij organiseert een spreekbeurt voor dominee Frans Lion Cachet, die de oorlog meemaakte en een indrukwekkend boek over de hele worstelstrijd van de stamverwante Transvaler uitbracht. 

Na zijn twee oudere broers is het beurt aan Frits om in ondertrouw te gaan. Hij vervoegt zich op 29 mei 1884 op het stadhuis met de tien jaar jongere Engeltje de Koe. Het huwelijk vindt op 12 juni 1884 plaats.

Frits von Meijenfeldt

Engeltje de Koe

Engeltje was in Amsterdam op 20 augustus 1863 geboren, was op vierjarige leeftijd haar jonge moeder Elisabeth Kok kwijtgeraakt en opgevoed door haar stiefmoeder Catharina Elisabeth Engels. Ruim een maand voordat zij in ondertrouw gaat krijgt zij ook nog te maken met het verlies van haar vader Hijlke Roelof de Koe. De familie De Koe gaat in vaderlijke lijn terug via zeeman Luijtje de Koe, Hylke Luytjens uit 1760 en Luyjten Roelofs uit 1730 op Roelof Cornelis de Koe uit 1698. Diens vader Cornelis Jelles uit 1667 had de naam De Koe overgenomen van zijn vrouw Bauck de Koe Nauta.

Frits en Engeltje betrekken een nieuwbouwwoning aan de Commelinstraat 34 in de Amsterdamse Dapperbuurt. Daar bouwen zij aan nageslacht. Al op 30 maart 1885 wordt een eerste dochter geboren en op 19 april gedoopt. Anderhalf jaar later op 4 november 1886 ziet een zoon het levenslicht en volgt zijn doop op 28 november in de Nieuwe Kerk aan de Keizersgracht.

Terug   ***   Verder