Tussen het Zweedse en Nederlandse deel van de familiegeschiedenis is de overgang naadloos. De namen van de Zweedse graaf en de Hollandse stamvader zijn zo goed als identiek, het einde resp. begin vallen in hetzelfde jaar 1800 en hun geboortestad Stralsund is dezelfde. De overgang is abrupt, maar toch is over en weer sprake van overlap, eindigend in een vraagteken.
Zo waren drie jonge officieren van het Zweedse geslacht jarenlang in de Nederlanden aanwezig om daar strijd te leveren.
De 20-jarige Carl Friedrich sr uit Riga was tussen 1682 en 1684 in de Zuidelijke Nederlanden in Franse dienst tot en met de veldtocht tegen de stad Luxemburg. In 1690 was hij daar nog een keer, ditmaal aan geallieerde zijde in de Slag bij Fleurus.
Zijn broer Johann August sr kwam in 1693 op 29-jarige leeftijd vanuit Riga naar de Republiek, werd door koning-stadhouder Willem III aangesteld als kapitein van een Zweedse compagnie en vocht aan het front in de Zuidelijke Nederlanden. Acht maanden lang keerde hij naar huis terug om verse troepen te werven, waarna hij opnieuw het front bezocht. Na de vrede van 1697 marcheerde hij als majoor van Maastricht huiswaarts naar Bremen.
Diens zoon Johann August jr arriveerde een halve eeuw later op 21-jarige leeftijd in Venlo en ging naar het front ten westen van Maastricht. Hij was in de winter in Amsterdam en Den Haag, raakte bij Lafelt in Franse gevangenschap, kwam na enkele dagen vrij toen hij zich bekend maakte als adjudant-generaal van de Staatse legerbevelhebber en keerde na de vrede terug naar zijn geboortestad Stralsund.
Geen van de drie officieren bleef in de Nederlanden hangen. Ruim voor het geboortejaar van de stamvader keerden zij naar huis terug. Het is niet uit te sluiten dat zij zwangere vrouwen en kinderen achterlieten. Documenten daarover zijn niet gevonden, maar aan het front in de Zuidelijke Nederlanden, in de winterkwartieren en onderweg was de registratie gebrekkig, zeker van de legertros.
Het tweede deel van de familiekroniek begint in Nederland met de komst van de stamvader. Zijn voorafgaande 33 jaren overlappen met het eerste deel, omdat hij immers in Zweeds-Pommeren is geboren en getogen. Wie waren zijn ouders, wie gaven hem zijn namen en hoe belandde hij in Amsterdam?
De overeenkomsten in namen, tijden en plaatsen kunnen louter op toeval berusten. Bij het beantwoorden van de gestelde vragen ligt fantasie op de loer. Is het niet beter de drie gestelde vragen onbeantwoord te laten en het mysterie tussen de twee van zichzelf interessante kronieken te koesteren? De overgrote deel van de familieleden denkt van niet en is benieuwd naar de afkomst van de stamvader. Dat blijkt alleen al uit de vele naspeuringen die in elke generatie zijn gedaan.
Op basis hiervan is de speurtocht naar de afkomst van de stamvader van de grond af opnieuw gedaan. Bij het nagaan van de gegevens van hemzelf, zijn vrouw en zijn kinderen in Nederland komen in de kerkboeken en burgerlijke stand naast de bekende vijf kinderen al snel drie nieuwe dochters aan het licht. De eerste was van vóór zijn huwelijk en de andere twee overleden vroeg. De naamgeving van de totaal acht kinderen en hun doopgetuigen geven veel informatie prijs:
| Kind | Doop | Getuigen | Vondst |
| 1. Wilhelmina Augusta |
Amsterdam 15-07-1801 |
Wilhelmina van Meijenfeldt | Ongewis |
| 2. Johan August |
Amsterdam 05-10-1808 |
Carolus & Juliana van Meijenveld |
Zie hoofdstuk Augusta Juliana |
| 3. Hendrik | Rotterdam 20-10-1810 |
Hendrik Pieploo Engeltje Samuels |
Namen van de schoonouders |
| 4. Anthonetta | Rotterdam 16-07-1812 |
Johann August von Meijenfeld Anthonetta Spare geh. von Meijenfeld |
Zie hoofdstuk Johann August |
| 5. Carl | Rotterdam 17-04-1815 |
Juliana von Meyenfeldt geh. Thielo Friedrich Thielo |
Zie hoofdstuk Augusta Juliana |
| 6. Friedrich | Rotterdam 24-07-1817 |
Johann August von Meyenfeldt Antonette von Sparre geh. von Meyenfeldt |
Zie hoofdstuk Johann August |
| 7. Anthonetta Engelina Juliana | Rotterdam 28-02-1821 |
Hendrik Pieplo Engeltje Samuels |
Namen van de schoonouders |
| 8. Engelina Catharina Margaretha Augusta | Rotterdam 28-07-1823 |
J.A. van Meyenveldt C.M. Pieplouw |
Namen van de ouders zelf |
In de meest rechtse kolom blijkt al dat de doopgetuigen in twee aparte hoofdstukken verder behandeld worden. Daarna volgt een overzicht van tijdens de speurtocht aangetroffen naamgenoten, die interessante verbindingen leggen tussen Zweden, Pommeren en Nederland. In het totaal kwamen zoveel naamgenoten aan het licht, dat het voor de transparantie nodig was een vierde deel aan te maken.
Tot nu toe is het vooral een papieren speurtocht. Naast de gesprekken met de oudste familieleden zijn zoveel mogelijk foto’s verzameld. Van de stamvader bestaan geen afbeeldingen om te vergelijken met de schilderijen van de laatste Zweedse graaf. Een unieke kans diende zich aan toen het Zweedse familiegraf in 2024 werd geopend en het erfelijk materiaal kon worden vergeleken met dat van de Nederlandse nakomelingen.
Al het bovenstaande maakt het mogelijk het mysterie over de afstamming van de stamvader Von Meijenfeldt grotendeels te ontrafelen.
