Carl Wilhelm Meienfeldt, de natuurlijke zoon van de stamvader, treedt in 1803 op 15-jarige leeftijd in dienst als snijder en bediende bij de baronnen Ludwig en Carl Anton von Both in Grapen-Stieten. Hij komt in hun landhuis werken in het jaar dat de Zweedse koning de vlakbij gelegen vestingstad Wismar, het eiland Poel en het amt Neukloster definitief aan de groothertog van Mecklenburg overdraagt.
Net als zijn grootvader en vader maakt Carl Wilhelm een vrouw met wie hij geen vaste relatie heeft zwanger, maar wendt een luikende familietraditie af door met haar te trouwen in haar zesde maand. Hij treedt in de St. Marienkerk van Wismar op 1 maart 1807 in het huwelijk met Dorothea Magdalena Catharina Teich. Zelfs de vele Frans-Hollandse troepen die de stad overspoelen richting het nog wel in Zweedse handen verkerende Stralsund kunnen dat niet verhinderen. (1)

De zes jaar oudere bruid is op 15 september 1782 geboren in het 40 kilometer oostelijk gelegen Bützow. Haar ouders zijn Johann Hinrich Teich en Sophia Catharina Günter. Op 21 mei 1807 wordt dochter Sophia Wilhelmina Francisca Meienfeldt geboren. Uit de doop drie dagen later in dezelfde kerk van Wismar blijkt dat de kwestie de baronessen Von Both niet onberoerd laat; zij sturen hun belangrijkste personeel als doopgetuige. Tien maanden later komt er al een einde aan het leven van het dochtertje en is de begrafenis in de kerk van Beidendorf vijf dagen later op 20 maart 1808.
Inmiddels is Dorothea Teich al weer zwanger. Op 27 januari 1809 zijn in de kerk van Beidendorf drie baronessen Friderique, Amalie en Julie von Both doopgetuige. Zij geven elk hun naam aan het vijf dagen oude meisje. Het gezin gaat in het Moorhaus of heidehuis op het landgoed wonen. (2)
Linksonder Beidendorf en Grapen-Stieten. Daarboven rood omlijnd Zweeds Wismar.
F.L. Güssefeld, Karte von dem Herzogtum Mecklenburg mit Schwerin, 1800 (fragment)
In het gezin komen de dochters Maria Dorothea Johanna Henriëtte in 1811, Caroline Ernestine Sophie in 1813 en Johanna Louisa in 1819. Er is één zoon, die uiteindelijk ook de achternaam voortzet: Christian Heinrich Friedrich Meyerfeldt, geboren Grapen-Stieten 21 januari 1817, gedoopt Beidendorf 26 januari 1817. In de achternaam van vader en zoon kantelt de “n” in het midden geleidelijk naar de “r“. In Nederland gaat het precies andersom. Vader Carl Wilhelm is Schulhalter, dat wil zeggen dat hij de jonge kinderen van zichzelf en anderen privéles in rekenen en schrijven geeft. Bij de volkstelling van 1819 geeft hij als voornaam Gustaf op, misschien zijn roepnaam, en als geboortejaar 1785, misschien om ouder te lijken.
Volkstelling Grapen-Stieten 1819
In het jaar 1822 komt nog een dochter Charlotta Dorothea Maria, die slechts 24 weken leeft. Haar moeder Dorothea Teich sterft in Grapen-Stieten op 20 december 1823 op 41-jarige leeftijd. Plotseling ziet Carl Wilhelm zich op 35-jarige leeftijd voor de opvoeding van vijf kleine kinderen gesteld. Hij sluit vijf maanden later al op 21 mei 1824 in Kirch Stück bij Schwerin een huwelijk met Wilhelmine Agnete Renetta (Henriëtte) Liebe, gedoopt in de St. Nikolaikerk van Schwerin op 25 augustus 1774 als dochter van artilleriekonstabel Johann Carl Gottlieb Liebe en Hanna Sophie Schramm. Zijn bruid is 14 jaar ouder en richt zich vooral op de zorg van de vijf kleine kinderen. Carl Wilhelm noemt scheepskapitein Heinrich Meierfeld uit Stralsund als zijn vader. Hij wordt schoolleraar en gaat met zijn gezin in Wendorf bij Wismar wonen.
Zoon Christian volgt de lerarenopleiding in Ludwiglust van 1839 tot en met 1841. In 1834 begint hij als schoolleraar in Roloffshagen 1843. In Damshagen trouwt hij dat jaar en in 1845 Tramm (Neu Gülze 1844). Hij verhuist in 1885 naar Hamburg 1885, Schillenberg (Wehlau, Oost-Pruisen), ∞ Damshagen 05-10-1843 Louise Sophie Eleonore Hübner, * Grapen Stieten 07-01-1815, † Boizenburg 23-12-1898, dochter van Carl Gottfried en Luise Hübner,
1. Kirchenkreis Mecklenburg, Wismar St. Marien 1792-1837, Trauungen Bild 22, Taufen Bild 70.
2. Kirchenkreis Mecklenburg, Beidendorf, Taufen 1800 – 1815, Bild 40.
3. Volkszählung Großherzogtum Mecklenburg-Schwerin 1819, deel 51-3 Grafenstieten, amt Grevismühlen, fol 33, nrs. 53-58.
