Aan de basis van de tak De Haas staat Carl Frederik von Meijenfeldt. Zijn vrouw Margré schenkt het leven aan vijf kinderen:
— Alida Wilhelmina (Aaltje), geboren 10 december 1882, overleden 1 maart 1884 (15 mnd), zie Nh.1.
— Carl, 26 januari 1884, verder Nh.2. Stuurman.
— Willem, 16 mei 1886, verder Nh.3. Lagendijk.
— Frits, 25 juli 1889, verder Nh.4. Scholte.
— Jan, 21 januari 1896, verder Nh.5. Surabaya.
Het gezin De Haas woont aan de Spuistraat 268 in Amsterdam, samen met schoonmoeder en weduwe Aaltje Prins. Margré heeft een zus Elizabeth en een broer Willem Jacob. De laatste studeerde theologie in Kampen en was predikant van de Afscheiding. Ten tijde van diens vroege dood in 1899 zat zijn 16-jarige zoon Willem Samuel op het Gereformeerd Gymnasium in Amsterdam en staat nu in de startblokken om dominee te worden.
Carl Frederik is nog steeds koopman en groothandelaar in horloges. Daarnaast organiseert en financiert hij vanuit de Diaconie geneeskundige hulp voor armen en hulpbehoevenden in Amsterdam, met behulp van vier doctoren en zes apothekers. In het jaar 1903 worden 170 personen voor een bedrag van 937 gulden geholpen. Bij zijn streven naar de oprichting van een ziekenfonds wordt hij getroffen door een boycot van de Amsterdamse huisartsen. (1)

Na een langdurige en pijnlijke ziekte overlijdt Carl Frederik in Amsterdam op 6 november 1911. Hij is 60 jaar oud. Op 9 november is zijn begrafenis op Te Vraag. Zijn vrouw Margré de Haas is niet lang weduwe, want zij overlijdt op 58-jarige leeftijd op 18 januari 1915 en wordt drie dagen later ook op Te Vraag begraven, beide derde klasse, niet in één graf.
De zonen opereren nog enkele jaren door onder de bedrijfsnaam van hun vader. Drie van hen gaan bij de handelshuizen Kempen & Co, Pierson & Co en Manson & Co werken. Zoon Willem doet ook financieel werk, maar is primair kruidenier, net als zijn neven Jan in de tak Van Leusden en Van der Tas. Van de vier zonen trouwt alleen Frits tijdig genoeg om kinderen te krijgen, die al enigen de Tak De Haas voortzetten.
1. Brief van C.F. von Meijenfeldt aan C.J. Claasen van de Centrale Diaconie te Utrecht, Amsterdam 22-11- 1903.
