3.5.8. Stückjunker

Nog steeds is de stamvader niet gevonden. De kans is klein dat hij niet gedoopt is of dat de registers niet compleet zijn. Misschien moet in andere kerkdorpjes buiten de vesting worden gezocht. Het is ook mogelijk dat de stamvader aanvankelijk een andere achternaam droeg, zoals Augusta Juliana bijvoorbeeld Meijer heette.

Met de laatste mogelijkheid in gedachten vraagt de tweemaal gevonden Stückjunker Schohl om aandacht, omdat zijn militaire rang aansluit bij die van de stamvader in Amsterdam. Dat is namelijk de rang van een geschutcommandant in de staf van een compagnie bij de artillerie, die boven de corpsen van een 20-tal artilleristen onder aanvoering van de konstabel en sergeant staat. Het is tevens de beginrang voor edelen, vergelijkbaar met de vaandrig (Fahnjunker) bij de infanterie en de kornet bij de cavalerie. Bij de marine is de adellijke context afwezig. 

Zijn eerste vermelding is bij de doop op 21 maart 1788 in de St. Marienkerk in Stralsund van Carl Wilhelm Meienfeldt, de stamvader van de latere Tischlerei Meyerfeldt in Hamburg. Door de precieze leeftijd in jaren, maanden en dagen bij zijn overlijden in Neu Gülze terug te rekenen is deze doop gevonden, hoewel zijn achternaam hier ontbreek. De pastor noteerde als onechte moeder Catharina Maria Vick en der Vater zu dem Kinde soll seyn der Stückjunker August School. (1)

Zijn tweede vermelding is bij de doop op 13 december 1791 in de kerk van Wolfsdorf van de tweeling van Augusta Juliana Meijerfeldt. Haar naam ontbreekt zoals bij veel moeders, maar haar echtgenoot pachter Thilow staat wel vermeld. De pastor noteerde bij twee doopgetuigen vor diesen beyden haben gestanden der Stückjunker Schohl aus Stralsund. (2)

Omdat Stralsund in die tijd de hoofdstad is van het tot het Koninkrijk Zweden behorende gedeelte van Pommeren, ligt het voor de hand deze Stückjunker in de monsterrollen van dat leger te zoeken. Daar komt hij inderdaad tevoorschijn. Zijn allereerste vermelding is niet in Stralsund, maar pal naar het noorden in Landskrona aan de Sont. Hij zit niet bij de artillerie, maar bij de infanterie. Zijn voornamen zijn de grootste verrassing: Johan August. Hij werd in juni 1775 op 14-jarige leeftijd als vrijwilliger aangenomen in de compagnie Von Normann van het regiment Sprengtporten. Zijn geboortejaar ligt daarmee tussen juli 1760 en juni 1761. Na een jaar tekende hij een zesjarig dienstcontract, waarbij zijn lengte van 174½ centimeter werd opgemeten. Met deze stappen volgde hij het regiment waar ook de Zweedse graaf Von Meijerfeldt in diende, zij het op een veel lager niveau en meer dan tien jaar later.

Op 22 september 1777 kreeg Johan August Schohl ontslag, omdat hij overstapte naar Stralsund. Hij deed dat samen met een naamgenoot in zijn compagnie, de 30-jarige fourier Johann Christian Schohl, die op zijn beurt een jaar eerder de overleden 60-jarige Christoph Schohl was opgevolgd. Tussen deze drie ligt een familieverband voor de hand, maar is nog niet gevonden. In de vesting van Stralsund ging Johan August nu wel bij de artillerie, als Lär Konstapel, een opleidingsplaats tot onderofficier bij de kanonnen. Zijn leeftijd schuift zijn geboorte naar de zomer van 1762. Op 26 februari 1781 werd hij bevorderd tot Sergeant, zonder verhoging van soldij. (3)

Eind 1785 moet hij zijn doorgeschoven tot Konstapel na het pensioen van de 68-jarige Martin Hardt. Begin 1788 was hij al weer een stap verder: Styckjunkare in dezelfde compagnie onder Olof Lindequist. In 1791 was hij dat ook.

 Terug   ***   Verder

1. Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Norddeutschland, Kirchenkreis Pommern , Stralsund St. Marien, Taufen 1781-1815, Bild 52.
2. Landeskirchliches Archiv der Evangelisch-Lutherischen Kirche in Norddeutschland, Kirchenkreis Pommern, Franzburg Stadt-Land, Mischbuch 1763-1815, Bild 55.
3. Svenska Krigsarkivet, 0023
Generalmönsterrullor, 1720 Kong. Artillerie Bataillon Stralsund general-major Fromhold Armfelt, Capitaine Moraus Compagnie, 4de Konstapel-Skapet, blad 382.