2.4.1. Diederich

Na vijf jaar in de Kipstraat verhuist Carl met zijn moeder, broers en zus  in 1844 verder de Rotterdamse binnenstad in. Na de parallelle Hoogstraat komt Groenendaal langs de gracht. Zij strijken in wijk M op nummer 389 neer, op een verdieping die de weduwe van de net overleden eigenaar verhuurt. Oudste broer Jan maakt de verhuizing in de krant aan zijn klanten bekend.

N.2 TimmermanRotterdamsche Courant, 4 mei 1844

Door de verhuizing woont Carl een paar stappen dichter bij de Marinewerf. Eind die maand vaart hij mee met een schip naar Hellevoetsluis om het daar af te timmeren. Voor de 3½ dag overwerk krijgt hij bijna vijf gulden extra, wat op zijn dagloon van 1½ gulden en maandloon van gemiddeld bijna f 40 toch al snel 12% extra is, maar wel eenmalig. Een structureel hoger salaris en vaste dienst zijn toekomstmuziek. (1)

In elk geval voelt Carl dat zijn inkomen serieus genoeg is om een 21-jarig meisje dat hij wekelijks in de kerk aan de Wolfshoek ontmoet ten huwelijk te vragen. Het is Petronella Wilhelmina (Nel) Diederich. Zij is op 8 augustus 1823 in Rotterdam geboren en woont bij haar ouders in de Lombardstraat bij de Laurenskerk. Haar grootvader Hendrik was als eerste van de familie Dieterich uit de Hessische Schwalm-Eder-kreis in Rotterdam komen werken, met een Hollandse getrouwd en had een zoon Evert gekregen. Deze was zijn moeder al op zijn vijfde jaar verloren en door de aangetrouwde familieleden Catharina Pelletier en Geertrui Uijterwijk opgevoed. Omdat Evert zijn vrouw Engeltje Wiltschut verloor  toen hun kinderen nog jong waren, was dat wellicht een extra reden voor hem om opnieuw te trouwen met Maria Elisabeth Governeur.

Kort na zijn 30ste verjaardag doet Carl met Nel op 8 mei 1845 bij het Rotterdamse stadhuis aangifte van hun voorgenomen huwelijk. De vereiste documenten zijn van de gemeente zelf afkomstig, namelijk een uittreksel van hun geboorteakten en van de overlijdensakte van Engeltje Wiltschut, omdat Nel minderjarig is. Bij hun dominee maken zij een afspraak voor de inzegening. Op 10 mei kondigt de kerk het huwelijk af en op 11 en 18 mei de gemeente.

Stadhuis aan de Kaasmarkt
David van Welle 1837 

De huwelijksdag is op woensdag 21 mei 1845. Het bruidspaar begeeft zich eerst naar het stadhuis aan de Kaasmarkt. De getuige van Carl is zijn broer Jan, die van Nel is haar zwager Aart de Vlugt. Deze smid in Gouda is getrouwd met haar tien jaar oudere zus Anna Sophia. Voor een huwelijk midden in de week krijgt Carl geen verlof van zijn werk, maar voor de Eerste Scheepstimmerman van ploeg A knijpt zijn baas beslist een oogje dicht, maar uit de betaalsrollen blijkt dat niet. Het gezelschap verplaatst zich die dag ook nog naar de kerk aan de Wolfshoek. Dominee Fortmeijer, bij wie bruid en bruidegom geloofsbelijdenis hebben afgelegd, zegent het huwelijk in. (2)

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 22 mei 1845

Alsof hij niet achter wil blijven trouwt broer Hendrik een paar weken later ook. Hij heeft de 22-jarige Naatje Kennedij in Rotterdam op het oog. Hij heeft haar vermoedelijk in de winkel haar broer Jacobus of op de begrafenis van haar tante in 1842 ontmoet. Naatje woont in Amsterdam, dus doen zij op 12 juni 1845 samen op het stadhuis daar aangifte van hun huwelijksvoornemen. Zij moet heel wat meer uittreksels overleggen dan Nel. Naast haar geboorteakte van 19 december 1822, zijn de overlijdensakten van beide ouders en zelfs grootouders relevant. Naatje is net als Nel niet meerderjarig. Gelukkig had de kantonrechter drie jaar eerder haar andere broer Willem Fredrik tot voogd benoemd, plus een toeziend voogd Leendert Johannes Harri. Deze twee geven toestemming voor het huwelijk. De gemeente Amsterdam kondigt hun huwelijk af op 15 juni en de gemeente Rotterdam op 22 juni. De trouwerij vindt plaats in Amsterdam op 2 juli 1845 met haar zwager schilder J.A. Engels, boekbinder B.C.J. van Lunsen, timmerman G.J. Geurtenaar en kruier Gerrit van der Markt als getuigen. (3) 

Nieuwe Amsterdamsche Courant – Algemeen Handelsblad

Naatje is het zesde kind in het gezin Kennedij. Haar moeder Anna Peterman was 2½ jaar na haar geboorte gestorven bij de bevalling van een tweeling. Haar vader Jacobus was 28 oktober 1787 in Tiel geboren, daar timmerman geweest en in 1796 met ouders, broers en zussen naar Zaltbommel verhuisd om daar drager bij de nieuwe Waag te worden. Die functie had hij voortgezet bij de Amsterdamse Waag. Vele jaren na het overlijden van haar moeder was haar vader met de 23 jaar oudere weduwe Anna Frederica van der Straaten hertrouwd. 

Waar alle wortels tot nu toe uit noordelijk en oostelijk richting komen, liggen die van Naatje in Schotland. Overgrootvader John Kennedy (1720-1763) kwam uit Notre Dame bij Glasgow als kapitein in het Eerste Bataljon Schotten onder generaal-majoor Marjoribanks naar Nederland en lag in garnizoen in Tiel. Grootvader Duncan Kennedij was op 5 september 1758 in Tiel uit diens huwelijk met Jacoba de Keyser geboren. In Nederland leven drie Schotse families Kennedy. De tweede leefde in Werkhoven, 20 kilometer ten noorden van Tiel, waar Charles Frederick Kennedy in 1755 met Jannetje Weijman trouwde. De derde is van dominee Hugh T. Kennedy, die in 1737 naar the Scottish Kirk van Rotterdam was beroepen. Zijn dochters trouwden in Rotterdam en zijn zoons in Paramaribo, om op de plantage Brouwerslust rijk te worden met slavernij. (4)

De broers van Naatje staan regelmatig vóór of achter de tap in Amsterdam. In de kleine uurtjes gaan de lippen en vuisten los zitten. Dat leidt tot de nodige vonnissen van de politierechter. Zo wordt haar Rotterdamse broer Jacobus kort na haar bruiloft op 8 oktober veroordeeld tot een maand cel vanwege een vuistslag en twee boetes van acht gulden vanwege beledigingen. De zoon van de broer die haar voogd was moet vele jaren later zelfs zes maanden zitten vanwege gevechten in de kroeg. (5) 

Zo speelt het leven van de Nederlandse familie zich afwisselend in de drukke steden Amsterdam en Rotterdam af, de eerste met 215.000 inwoners en de tweede met zo’n 80.000.

Terug   ***   Verder

1. Betaalsrollen der mindere geëmployeerden en werklieden in het vak van de scheepsbouw, Inv 231 (1846), Nationaal Archief, 3.09.16.01 Directie der Marine Rotterdam. 
2. Huwelijksakte 1845, Stadsarchief Rotterdam 999-06, Inv 1845A, fol 166v, akte 246. Register van Overtrouw Evangelisch-Lutherse Gemeente Rotterdam, vol. 251, fol 79-80.
3. Huwelijksakte 1845, Stadsarchief Amsterdam 5009, Inv 1191, fol 133.
4. Kapitein Stedman schreef er zijn dagboek over en dat vormde de basis voor een stripboek.
5. Noord-Hollands Archief, 198 Arrondissementsrechtbank Amsterdam, Inv 20, vonnis 647.