Het Nederlandse deel van de familiegeschiedenis begint even abrupt als het Zweedse deel eindigt. Toch vallen enkele verbindingen op. Enerzijds brachten drie Zweedse familieleden een langere periode in Nederland door. Anderzijds zijn de voor- en achternamen, het jaartal en de geboortestad van de hoofdpersonen dezelfde. Als die overeenkomsten zouden berusten op toeval of fantasie of verder een mysterie zouden blijven, was het Zweedse verhaal te interessant om ongeschreven te blijven. Bovendien was dit voldoende voor de familieleden om vanaf hun vestiging in Nederland een speurtocht te ondernemen naar hun afkomst. Dat bracht veel aanvullends op om een apart deel te vullen. Begonnen wordt met een overzicht van de verrichte naspeuringen.
Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat naamgenoten, die opduiken als getuige bij de doop van de kinderen van de Nederlandse stamvader, licht werpen op zijn afkomst.
| Kind | Doop | Getuigen |
| 1. Wilhelmina Augusta |
Amsterdam 15-07-1801 |
Wilhelmina van Meijenfeldt |
| 2. Johan August |
Amsterdam 05-10-1808 |
Carolus & Juliana van Meijenveld |
| 3. Hendrik | Rotterdam 20-10-1810 |
Hendrik Pieploo Engeltje Samuels geh. Pieploo |
| 4. Anthonetta | Rotterdam 16-07-1812 |
Johann August von Meijenfeld Anthonetta Spare geh. von Meijenfeld |
| 5. Carl | Rotterdam 17-04-1815 |
Juliana von Meyenfeldt geh. Thielo Friedrich Thielo |
| 6. Friedrich | Rotterdam 24-07-1817 |
Johann August von Meyenfeldt Antonette von Sparre geh. von Meyenfeldt |
| 7. Anthonetta Engelina Juliana | Rotterdam 28-02-1821 |
Hendrik Pieplo Engeltje Samuels |
| 8. Engelina Catharina Margaretha Augusta | Rotterdam 28-07-1823 |
– – |
Over eerste doopgetuige Wilhelmina von Meijenfeldt is niets gevonden. De doopgetuigen bij 4. Anthonetta en 6. Friedrich worden behandeld in het hoofdstuk over de stamvader Johann August. Aan doopgetuige Juliana bij 2. Johan August en 5. Carl is zelfs een apart hoofdstuk Augusta Juliana gewijd, omdat zij als enige in Pommeren is terug te vinden.
Uit het onderzoek komen daarnaast naamgenoten naar voren, die weliswaar niet deelnemen aan een familiegebeurtenis van de stamvader, maar met Pommeren en Zweden wel een verrassende verbinding leggen.
Alle gevonden papieren verbindingen brengen de speurtocht uit op de uitsmijter. De stamvader en de graaf leven niet meer, maar tussen hun nakomelingen respectievelijk het familiegraf is gezocht naar fysiek bewijs. Dat maakt het mogelijk eindelijk conclusies te trekken.
