De derde zoon in het gezin De Haas is Frederik Hendrik (Frits) von Meijenfeldt. Hij is net over de grens met Nieuwer-Amstel aan de Overtoom op 25 juli 1889 geboren.
In 1908 meldt hij zich op het stadhuis voor de Nationale Militie. Hij blijkt 179,8 cm lang, zegt kantoorbediende te zijn en trekt het hoge lotnummer 3777. Hoewel de Militieraad hem op 30 december voor de dienst aanwijst, blijft de inlijving uit, vermoedelijk vanwege het hoge lotnummer.
Het werk van Frits ligt in dezelfde branche als zijn broer Carl. In plaats van Kempen & Co gaat hij vanaf de oprichting in 1917 werken bij Pierson & Co, gevestigd aan een nieuw gebouw aan de Herengracht 206, nu een Rijksmonument. J.L. Pierson en zijn zoon Allard zwaaien daar de scepter. Deze bank handelt in bonds en aandelen in spoorwegmaatschappijen in de Verenigde Staten. Frits is arbitrageant, dat wil zeggen dat hij zich bezighoudt met transacties met het doel voordeel te trekken uit een prijsverschil op hetzelfde ogenblik tussen verschillende markten voor goederen, valuta’s, effecten en wissels. Pierson & Co legt zich toe op valutaverschillen tussen Amsterdam, New York en Londen. Hij komt net als zijn broer Carl regelmatig in de Beurs van Berlage.
Op 11 oktober 1918 verlooft Frits zich met Alida Maria Elisabeth Lida Scholte uit Amsterdam. Zij trouwen twee jaar later als Frits 30 jaar is en Lida 23 jaar is op 25 mei 1920. Beiden lossen daarmee een toestemmingvraagstuk op. De ouders van Frits zijn negen respectievelijk vijf jaar eerder gestorven. Oudste broer Carl is getuige en de andere twee zullen aanwezig zijn.
|
|
|
De bruid is de dochter van Gerardus Scholte (1872-) en Maria Elisabeth Schumann (1874-1914). Het verhaal circuleert dat die moeder depressiviteit in de familie Von Meijenfeldt bracht vanwege haar achternaam. De beroemde pianist-componist Schumann werd inderdaad depressief, maar een familieband is niet aangetoond en het is niet duidelijk welke kinderen of kleinkinderen van Lida Scholte aan de ziekte te lijden zouden hebben gehad.
Frits en Lida vestigen zich op Tesselschadestraat 1B. In de jaren daarop worden vier zonen geboren die de tak De Haas voortzetten:
1. Carl Frederik, 4 mei 1921.
2. Frederik Hendrik (Frits), 14 juli 1922.
3. Gerardus (Gerard), 2 mei 1925.
4. Hermann Alexander (Herry), 19 februari 1927.
In 1929 verhuist het gezin binnen Amsterdam naar een ruimer huis aan Bachplein 6. Tijdens de bezetting richt Frits dit huis in als een soort opvang- en uitvalsbasis. Hij kan veel Joden door de oorlog heen helpen in de kelders onder zijn huis en aangrenzende huizen. Misschien om een gewoon burger te lijken doet hij op 20 januari 1942 bij de politie aangifte van diefstal van banden en lantaarns van zijn fiets ter waarde van 15 gulden. (1)
|
|
|
Na de bevrijding verhuizen Frits en Lida in 1953 naar de Herman Heijermansweg 5. In 1956 vertrekken zij naar Hilversum om aan de Tromplaan 4 en een jaar later aan de ’s-Gravenlandseweg 132 te gaan wonen. In 1959 gaan zij naar de Sweelincklaan 94 in Bilthoven. Op 11 maart 1961 overlijdt Frits bij zijn broer Jan in Amsterdam. Lida sterft op 15 oktober 1970.
1. Stadsarchief Amsterdam, 5225 Politierapporten ’40-’45, Inv 6177, pag. 204.




