Za. Gravenbrief

Johan August Meijerfeldt sr is door de Zweedse koning Karel XII in de gravenstand verheven (Grefwe BrefK: Rådet, Generalen och General Gouverneuren Johan August Meijerfeldt). De brief is te vinden op folio 150v in de Riksregistraturet van het Riksarkivet te Stockholm (DZ/RA/4).

De gravenbrief dateert van 3 maart 1714. De koning bevindt zich dan in Demotika, een fort nabij het huidige drielandenpunt Turkije, Griekenland en Bulgarije. Hij bevindt zich daar in een soort zelfgekozen ballingschap. Het zou normaal zijn als Meijerfeldt zich op die datum ook in Demotika had bevonden, maar er zijn geen bronnen die zijn reis bevestigen. In die tijd is hij bezig met de verdediging van de Noord-Duitse stad Wismar; een jaar eerder was hij door de koning benoemd tot gouverneur-generaal van Pommeren, Rügen en Wismar.

De gravenbrief somt de wapenfeiten van Meijerfeldt op vanaf 1705, enkele maanden nadat hem de baronnenbrief wordt verleend. Die brief was immers pas in het winterkwartier te Blonie geschreven, waardoor zijn belevenissen met Dantzig nog in de baronnenbrief zijn bijgeschreven. De gravenbrief begint met de tocht van zijn 1000 man met de bisschop van Lemberg naar de kroning van Stanislaus tot Poolse koning in Warschau. Daarna volgen tal van gebeurtenissen die in deel 1 van het boek uitvoerig zijn beschreven. Tenslotte staat er een uitvoerige beschrijving van het uitgebreide wapen.